NOORWEGEN

Home>NOORWEGEN

Geschreven voor Willem Vandoorne. Hij trok in de zomer van 2012 gedurende 4 maanden dwars van zuid naar noord door Noorwegen met een stukje Zweden. Zijn volledig (Engelstalig) relaas kan je op zijn blog terugvinden.

Noorwegen is over de hele lijn een paradijs voor wandelaars, zowel in de zomer als de winter. Het is erg makkelijk bereikbaar en qua vervoerskosten valt het best mee. Enkel wie in de (comfortabele) berghutten overnacht, zal merken dat de levensstandaard merkelijk hoger ligt. Het allemansrecht zorgt er wel voor dat er plaats genoeg is om wild te kamperen.

ALGEMENE INFO

Wandelpaden & bewegwijzering

Noorwegen bevat zowat 20.000km gemarkeerde wandelpaden. Ze worden typisch onderhouden door de DNT en zijn gemarkeerd in het rood. De paden in de bekende wandelgebieden zijn over het algemeen erg goed onderhouden en voldoende gemarkeerd. Op minder belopen routes is de markering soms gebrekkig en het pad op het terrein nauwelijks zichtbaar. Kaart en kompas zijn dan onontbeerlijk.

Daarnaast zijn er nog talloze berggebieden waar (gemarkeerde) paden geheel of gedeeltelijk ontbreken, vooral in de noordelijke helft van het land. Ervaren wandelaars kunnen zich hier volledig uitleven en soms dagenlang ‘off-trail’ adembenemende wildernis doortrekken zonder een mens tegen te komen.

De rode ‘T’ duidt een zomerroute aan (Lapland – Steve Behaeghel).

Overnachten

Er zijn in alle berggebieden ruime mogelijkheden tot wildkamperen, wat trouwens ook steeds legaal is dankzij het allemansrecht. Als algemene regel kan je aanhouden dat de bodem vanaf zowat 400m boven de boomgrens erg stenig en arm wordt met nog slechts weinig bivakmogelijkheden.

De DNT onderhoudt een netwerk van bijna 500 berghutten, verspreid over het gehele land. De hutten kunnen worden onderverdeeld in 3 types:

  • De bemande hutten, waar op zijn minst een deel van het jaar personeel aanwezig is en in die periode ook warme maaltijden en ontbijt kunnen worden genuttigd. Er is meestal ook mogelijkheid tot het inslaan van proviand.
  • De zelfbedieningshutten, waar (behalve soms in het absolute hoogseizoen) geen huttenwaard aanwezig is. Er is een voorraadkast waar proviand kan worden aangekocht.
  • De onbemande hutten, zonder huttenwaard en zonder proviand.

Alle hutten zijn bijzonder luxueus ingericht, met goede bedden, een kookfornuis op gas, en elektriciteit via een door zonnepanelen geladen 12V-accu. Als lid van de DNT (310 kroon per jaar voor -26 jarigen, 590 kroon per jaar voor volwassenen) kan je een sleutel aanvragen waarmee je alle hutten kan openen. Je geniet daarnaast van een voordeeltarief voor overnachtingen. De tarieven voor overnachtingen zijn licht verschillend doorheen het land, maar bedragen over het algemeen 15 à 25€ voor leden in de bemande hutten en zelfbedieningshutten. De onbemande hutten kosten voor leden 10 à 15€. Voor jongeren (-26) is er steeds een goedkoper tarief, vaak de helft van de prijs. Niet-leden mogen 50 à 100% bij de prijs optellen.

De hutten van de DNT zijn bijzonder luxueus; hier de onbemande hut van Kongshelleren in Skarvheimen (Willem Vandoorne).

De hutten van de DNT zijn bijzonder luxueus; hier de onbemande hut van Kongshelleren in Skarvheimen (Willem Vandoorne).

Periode

In de berggebieden ligt er vaak tot begin juli veel sneeuw. Wie vroeg gaat riskeert nog erg veel sneeuwvelden te moeten oversteken. Daarnaast worden vele zomerbruggen, die de wandelaar op de DNT-routes helpen om veilig de voornaamste rivieren over te steken, pas in de loop van de maand juni of zelfs begin juli opgebouwd.

Het klassieke wandelseizoen begint pas rond 10-15 juli en duurt tot eind augustus. De temperaturen zijn dan ook het hoogst. In juni en juli geniet je in het noorden van de middernachtzon, en wordt het zelfs in het zuiden van Noorwegen nauwelijks donker. De zomers zijn in Scandinavië vaak zeer nat met lange periodes van aanhoudend slecht weer. Nachtvorst is de hele zomer mogelijk boven de boomgrens.

Vanaf eind augustus dalen de temperaturen reeds gestaag. September is nog een uitstekende wandelmaand met het hoogtepunt van de herfstkleuren. Die pieken rond de boomgrens typisch rond 10-15 september in het noorden, en rond 15-25 september in het zuiden van het land. De kans op sneeuwval neemt in de bergen echter snel toe, en tegen het einde van de maand worden de omstandigheden in de bergen typisch te slecht voor doorgaande trektochten.

Het klassieke seizoen voor wintertochten begint pas in de maand maart. Daarvoor is de daglengte te kort en het weer te koud en guur. Het voorjaar levert meer stabiele en stilaan zachtere weersomstandigheden en ideale sneeuwcondities. Vanaf eind maart bedraagt de daglengte meer dan 12 uur. Op de hogere routes kan typisch tot eind april of zelfs begin mei vlot worden geskied. In de winter zijn de DNT-winterroutes gemarkeerd met op de 20m geplaatste wilgentakken.

Vroeg in het seizoen ligt er in de bergen vaak nog erg veel sneeuw. Deze foto uit Setesdalsheiane werd midden juni genomen! (Willem Vandoorne)

Vroeg in het seizoen ligt er in de bergen vaak nog erg veel sneeuw. Deze foto uit Setesdalsheiane werd midden juni genomen! (Willem Vandoorne)

WANDELGEBIEDEN

Overzicht wandelgebieden

Noorwegen is in feite veel te groot en divers om een korte opsomming van alle wandelmogelijkheden te geven. De lijst hieronder is dus niet-exhaustief, en beperkt zich tot de voornaamste (berg-)gebieden. De volgorde is grofweg van zuid naar noord.

Andere sites waar je een overzicht vindt:

We voegden bij de wandelgebieden ook reisverslagen van meerdaagse tochten toe. Zelf een ervaring die je wil delen? Hoe dat kan, vind je op deze pagina.

ski-icon
Op zoek naar reisverslagen in de winter? Check deze pagina (indeling volgens moeilijkheidsgraad).

 

Zuid-Noorwegen

Het gebied zuidelijk van Trondheim heeft met voorsprong het meest dichte netwerk aan DNT-routes en de meeste hutten, waarvan een groot deel ook bemand zijn in zowel het zomer- als winterseizoen. Hier bevinden zich ook de meeste klassieke wandelbestemmingen.

Onder de Oslomarka verstaan we het bosrijke, heuvelachtige gebied in de omgeving van de hoofdstad. Er is een zeer dicht netwerk aan gemarkeerde paden en hutten (in deze regio weliswaar vaak onbemand), en in de winter is het een populaire bestemming voor korte skitrekkings. Het volledige gebied ligt onder de boomgrens en is een stuk toegankelijker dan de hoogplateaus verder naar het westen.

Mørkgonga in Oslomarka (Svein Nordrum).


Setesdalsheiane
en Huldreheimen zijn de meest zuidelijke echte wandelgebieden. Huldreheimen biedt golvend toendraterrein, terwijl het hoogplateau Setesdalsheiane een stuk geaccidenteerder is. Deze regio wordt gekenmerkt door de vele enorme stuwmeren, die samen zorgen voor bijna de helft van de in Noorwegen opgewekte hydro-energie. Niet toevallig behoort Setesdalsheiane tot de natste gebieden van Scandinavië, en net zoals in de westelijke Hardangervidda zijn de hogere delen van het plateau daardoor vaak tot diep in de zomer erg sneeuwrijk. Deze gebieden zijn vooral bij buitenlanders minder bekend en daardoor zelfs in het hoogseizoen vrij rustig.

Verder naar het noorden vinden we de Hardangervidda, Europa’s grootste hoogplateau met een enorme aaneengesloten oppervlakte boven de boomgrens. Het noorden ervan wordt gekenmerkt door de plateaugletsjer Hardangerjokulen, en is met de trein erg makkelijk te bereiken via Finse, het hoogst gelegen station van Scandinavië. De oostelijke Hardangervidda is erg kaal en vlak, verder naar het westen wordt het terrein geaccidenteerder met dieper ingesneden valleien bij het naderen van de fjorden. Vooral dit westelijke deel is één van Noorwegen’s meest populaire bestemmingen, en dat zowel in de zomer als de winter.

Til fots i fjellet from steve behaeghel on Vimeo.
Reisverslagen

Typisch landschap op de westelijke Hardangervidda, nabij de hut van Stavali (Kasper Geuns).

Via het minder bekende overgangsgebied Skarvheimen, met hooggelegen, erg stenige plateaus, gaat het in noordelijke richting verder riching Jotunheimen, allicht het bekendste berggebied van Scandinavië. In tegenstelling tot de eerder genoemde gebieden biedt Jotunheimen een dramatisch, hoogalpien berglandschap met talloze gletsjers en diep ingesneden valleien en is vooral in de zomer erg populair, met in totaal ook bijna 30 berghutten. Jotunheimen bevat het overgrote deel van de Scandinavische toppen boven de 2000m, waaronder Galdhøpiggen (2469m) en Glittertind (2465m), de hoogste toppen van Noord-Europa. Beiden zijn door ervaren bergwandelaars gewoon te voet te bereiken (afhankelijk van de omstandigheden kunnen pickel en/of stijgijzers nodig zijn). Minder bekend en zelden bezocht, maar eveneens erg mooi met talloze toppen >2000m en enorme gletsjers is het net ten noordwesten gelegen Breheimen.

Reisverslagen

Uitzicht vanop de Knutshoe-graat in oostelijke Jotunheimen (Joery Truyen).

De sneeuwkap op de top van Glittertind (2465m), de op één na hoogste berg van Scandinavië (Willem Vandoorne).

De sneeuwkap op de top van Glittertind (2465m), de op één na hoogste berg van Scandinavië (Willem Vandoorne).

Alle voorgenoemde gebieden liggen oostelijk van de fjordenregio. Verder naar het westen wordt het landschap dramatischer met vaak erg steile gletsjerdalen en steile toppen gescheiden door messcherp kammen. Door z’n ontoegankelijkheid leent deze regio zich minder tot het maken van meerdaagse tochten. De DNT heeft verspreid wel korte routes voor dagtochten, waarbij vaak spectaculaire uitzichtstoppen kunnen worden beklommen, onder meer in Sunnhordland/Folgefonna, in de ruime omgeving van Jostedaalsbreen (de grootste plateaugletsjer van het Europese continent) en in Tafjordfjella nabij de bekende Geirangerfjord.

Verder naar het noorden en wat dieper in het binnenland vinden we Rondane en Døvrefjell terug, eveneens twee gebieden met (afgeplatte) toppen tot boven de 2000m die zich bovendien uitstekend lenen tot het maken van wintertrekkings. Interessant aan deze regio is dat ze gelegen is in de zogenaamde ‘regenschaduw’ van de massieven langs de westkust, en daardoor gemiddeld een stuk beter weer kent. Deze lagere neerslagtotalen verklaren meteen ook waardoor zelfs onder de hoogste toppen nog slechts kleine, wegsmeltende cirque-gletsjers aanwezig zijn. In Døvrefjell kan je als enige gebied in Scandinavië muskusossen bewonderen, met name in het Stroplsjødalen in het oosten van het massief. Rondane is dan weer erg bekend voor de herfstkleuren in de oostelijke valleien.

Reisverslagen

Een winters Rondane gezien vanop de flanken van Rondslottet (Debbie Sanders).

Dovrefjell is de enige plaats in Europa waar je nog in het wild muskusossen kan bewonderen (Kasper Geuns).

De toppen rond het langs de fjorden gelegen Romsdalen zijn dan weer een stuk spectaculairder, met de hoogste big walls van heel Europa. Ook hier ligt de focus weer op zware en spectaculaire dagtochten. Trollheimen tenslotte, gelegen ten zuidwesten van Trondheim, is een minder bekend gebied met diep ingesneden valleien. De twee hoogste toppen, Snotta en Trollhetta, zijn via DNT-routes bereikbaar.

Reisverslagen

Panorama vanop de top Skallen, de Snota in het midden (Trollheimen – Kasper Geuns).

Centraal-Noorwegen

Oostelijk en noordelijk van Trondheim verdwijnt het hooggebergte, en maakt plaats voor de bossen en veenmoerassen van Trøndelag. Het aantal DNT-routes en hutten in deze regio is erg beperkt met bovendien slecht gemarkeerde en weinig belopen paden. Door het extreem natte terrein kan dit gebied als erg zwaar worden bestempeld.

Typische veenmoerassen in Trondelag (Willem Vandoorne).

Typische veenmoerassen in Trondelag (Willem Vandoorne).

Slechts de kern van de hoogste massieven komt boven de boomgrens uit, zoals in de Nationale Parken van Skarvan og Roltdalen en Blafjella-Skjaekerfjella. Gezien het gebrek aan gemarkeerde routes zijn (lange) stukken off-trail wandelen vaak noodzakelijk om deze massieven te verkennen. Het landschap is er erg groen en ongerept, en vaak komt men de hele dag geen kat tegen.

Buitenbeentje is het geïsoleerde Sylan-massief op de Zweeds-Noorse grens, met zowel in de zomer als de winter mooie mogelijkheden voor meerdaagse tochten. Met een goed netwerk aan berghutten is ook de populariteit van dit gebied een stuk hoger.

Noord-Noorwegen

Het eerste echte bergmassief op onze tocht verder naar het noorden is het ongerepte Børgefjell, waar DNT-routes en berghutten in het geheel ontbreken en de wandelaar dus op zichzelf is aangewezen. De kern van het massief is wild, alpien en zelden bezocht, en de hoogste top (Kvigtinden) is vrij eenvoudig te voet te bereiken. Trektochten van ruim een week zijn mogelijk. Een aanrader voor ervaren Scandinavië-gangers!

Reisverslag: Børgefjell NP en Lomsdal-Visten NP (zomer) – Fred & Charissa

Het wilde kerngebied van Borgefjell (Willem Vandoorne).

Het wilde kerngebied van Borgefjell (Willem Vandoorne).

Het wat noordelijker gelegen hoogalpiene Okstindan-massief is eveneens – onterecht – weinig bekend. Op een week tijd kan het hele massief worden gerond met een uiterst gevarieerde tocht die deels off-trail, deels via DNT-routes verloopt. Okskolten, met z’n 1916m de hoogste top van Noord-Noorwegen, ligt binnen het bereik van ervaren bergwandelaars.

Verder noordelijk liggen de bekendere wandelgebieden van Noord-Noorwegen. De meeste doorgaande DNT-routes liggen opnieuw dieper landinwaarts. In de buurt van de fjorden is het terrein te steil en geaccidenteerd, al kunnen her en daar fantastische dagtochten worden gemaakt (soms via korte DNT-paden). Exponenten zijn uiteraard de beroemde Lofoten-eilanden, maar ook het minder bekende Vesteralen en Senja, allemaal met dramatische kust- en fjordenlandschappen.

Dramatische kustwandelingen op Senja (Kenneth Gijsel).

Dramatische kustwandelingen op Senja (Kenneth Gijsel).

Het op de poolcirkel gelegen Svartisen-Saltfjellet Nationale Park wordt gekarakteriseerd door een moeilijk toegankelijke zone met een dubbele plateaugletsjer in het westen, en een oostelijk deel met talloze DNT-routes en onbemande hutten. Het is allicht het populairste gebied in de noordelijke helft van het land, met talloze toppen tot boven de 1500m. Naar het noordoosten gaat Saltfjellet over in het Junkerdalen, een zandsteenmassief met diep ingesneden, groene valleien en messcherpe bergkammen. De Sulitjelma- en Blamannsisen-massieven op de Zweedse grens vormen dan weer compacte, hoogalpiene zones met grote (plateau)gletsjers die vaak tot in proglaciale meren uitstromen, en talloze mogelijkheden om off-trail zelden bezochte pareltjes op te zoeken. Nog verder naar het noorden bieden Narviksfjell, Ovre Dividalen en Bardu nog mogelijkheden, met de meest noordelijke goed uitgebouwde netwerken aan ski- en wandelroutes van het land.

Saltfjellet in de zomer (Willem Vandoorne).

Saltfjellet in de zomer (Willem Vandoorne).

Ergens op weg tussen de Lyngen Alpen en Ovre Dividalen (Kenneth Gijsel).

Ergens op weg tussen de Lyngen Alpen en Ovre Dividalen (Kenneth Gijsel).

Reisverslagen

Fred & Charissa in Svartisen – Saltfjellet

De Lyngen Alpen gelegen op een langgerekt schiereiland ten oosten van Tromsø, zijn opnieuw een speeltuin voor ervaren off-trail wandelaars. Ook al zijn de fjorden (en de beschaving) nooit ver weg, biedt deze regio een weelde aan dramatische, nauwe valleien en hoogalpiene toppen, waarvan er enkele ook te voet te bereiken zijn.

Zomer in de Lyngen Alpen (Joery Truyen).

Nog verder richting de beroemde Noordkaap zijn de kleine bergmassieven op de (schier)eilanden langs de kust, zoals Oksfjordhalvøya en Seiland, vrijwel onontgonnen terrein waarin sommige valleien allicht niet eens elk jaar door een mens worden bezocht. Dieper landinwaarts tenslotte kan het prachtige Reisadalen, met talloze zijrivieren die zich via hoge watervallen in de kloof storten, stroomopwaarts worden gevolgd tot in het niemandsland van de Finnmarksvidda, de eindeloze toendra- en veenplateaus van noordelijke Lapland waarop nog slechts de Sami’s en hun rendieren vaste bewoners zijn.

Hoog in het mooie Reisadalen (Joery Truyen).

Reisverslagen