Bereid je goed voor

Een goede voorbereiding bestaat er o.a. uit dat je op de hoogte bent van de regelgeving van het gebied dat je bezoekt:

  • Zijn er beschermde stukken waar je niet in mag?
  • Moet je op de paden blijven?
  • Mogen (aangelijnde) honden in het natuurpark?
  • Mag je wildbivakkeren of zijn er aangeduide bivakplaatsen?

Niet alle natuurparken zijn even strikt. Je kan je informeren via de website van het park of een mailtje te sturen naar de parkbeheerders of de toeristische dienst. In een apart artikel geven we nog wat meer uitleg bij de regelgeving rond wildkamperen.

Volg bestaande paden waar mogelijk

Als er al een pad ligt, volg het en maak geen nieuwe paden. Op die manier zorg je niet voor bijkomende schade en erosie. Als er geen pad is, tracht dan niet in elkaars spoor te volgen maar loop elk je route om de impact te spreiden. Op populaire routes zie je vaak dat er een wirwar van paden ontstaat. Waarop ook de erosie nog eens zijn stempel drukt.

Er wordt in veel gebieden veel middelen geïnvesteerd in het onderhouden van paden, enkele interessante artikels en info over padonderhoud:

Laat geen afval achter

  • Neem je afval mee, ook resten van fruit en groenten. Niet enkel is het slordig om ze te laten liggen, de resten verrijken de bodem en hebben dus een (negatieve) impact op de vegetatie.
  • Doe je behoefte ver genoeg van een rivier of bron. Bedek de plaatsen waar je je behoefte hebt gedaan, ofwel door een putje te graven ofwel door het te bedekken met voldoende natuurlijk materiaal.
  • Verbrand gebruikt toiletpapier of neem het weer mee. Het duurt maar liefst 3 maanden voor dit helemaal verteerd is.
  • Gebruik biologische afbreekbare wasmiddelen om de afwas te doen, jezelf te wassen, je tanden te poetsen. Tegenwoordig vind je dit soort producten ook al in de supermarkt.
  • Gebruik geen zeep in een rivier. Vul je kookpot met water en was verder van de rivier af. Laat eerst de bodem zijn zuiverende werking doen vooraleer het afvalwater in het grond- of oppervlaktewater terechtkomt. Er zijn dieren en mensen die hiervan drinken.

Neem niets mee uit de natuur en laat het ongeschonden achter

  • Laat planten, rotsen en historische overblijfselen ongemoeid.
  • Maak enkel steenmannetjes als het echt nodig is m.a.w. om andere wandelaars te helpen hun route te vinden wanneer die niet duidelijk is.
  • Als er geen vaste bivakplaatsen zijn, tracht je tent te zetten op een plaats waar je zo weinig mogelijk impact hebt. Bv. wat verder van de oever van een rivier of meer, waar er minder vegetatie is, buiten een natuurgebied.
  • Graaf geen afwateringskanalen maar zoek een bivakplaats uit die een natuurlijke afwatering heeft doordat het op licht hellend terrein ligt of het water meteen de grond indringt.

Neem niets mee uit de natuur
Maak geen steenmannetjes als het niet nodig is (Stubaier Alpen, Debbie Sanders).

 

Laat geen sporen achter van een kampvuur

  • Gebruik speciale branders op gas of benzine om eten te maken om zo het gebruik van een open vuur om te koken te vermijden.
  • Maak enkel een kampvuur als het toegelaten is in het gebied waar je doortrekt. Als alternatief kan je ook een ‘fire pan’ of meeneembare vuurschaal gebruiken.
  • Zorg dat het vuur klein blijft en je het achteraf goed dooft. Dit doe je best met water. Kan dit niet, stamp het dan uit. Spreid de resten van het vuur voldoende over een groot oppervlak zodat er geen spoor van het vuur meer te bekkenen is. 

Kampvuur
Zorg ervoor dat de resten van je kampvuur nergens te bekennen zijn.

Respecteer wilde dieren

  • Bewaar afstand en laat wilde dieren met rust.
  • Maak niet te veel lawaai (tenzij bij een aanval van een beer om hem weg te jagen).

Respecteer wilde dieren
We houden een afstand van deze jonge steenbokken om hen geen angst aan te jagen (Maritieme Alpen, Debbie Sanders)

Respecteer andere bezoekers (en de hiking etiquette)

  • Begroet andere wandelaars: hello of hey (Engels), bonjour (Frans), olá (Spaans), bongiorno (Italiaans), (Guten) Tag (Duits), Gruss Gott (Oostenrijks alternatief voor Guten Tag)
  • Laat snellere wandelaars of tegenliggers passeren.
  • Wie stijgt heeft voorrang op wie daalt.
  • Blokkeer het pad niet als je even pauzeert.
  • Geef een helpende hand waar nodig.
  • Praat niet te luid en vermijdt te roepen tenzij het echt nodig is.
  • Houd honden aan de leiband tenzij het te gevaarlijk is. Als een hond al toegelaten wordt tot een natuurpark, dan is een leiband verplicht. Bovendien is niet iedereen gesteld op honden en kunnen ze ook wilde dieren onnodig stress bezorgen.

Hou honden op afstand
Een verstelbare leidband is erg handig als je met je hond gaat wandelen in de natuur (Condroz, Debbie Sanders).

Leave no trace: de organisatie

Wil je meer te weten komen over de leave no trace-principes dan kan je terecht bij de gelijknamige organisatie. Ook zij lijsten hun 7 principes mooi op.