Dit is het gebied rond de Aletschgletsjer en in de valleien van Zermatt en Saas en hun minder illustere maar even mooie buren.

Situering

Het kanton Wallis wordt gevormd door de Rhônevallei stroomopwaarts van het meer van Genève. Specifiek voor bergwandelaars gebruiken we hier een iets andere indeling dan de alpinisten. De sterk vergletscherde toppen van de Walliser 4000-ers zijn een fantastisch decor voor elke bergwandelaar, maar ze zijn ook een hindernis. Weisshorn, Monte Rosa, Matterhorn, Finsteraarhorn, Dent Blanche... aan ronkende namen geen gebrek.

Westwaarts liggen het gebied van de Grand Combin, het Montblanc gebied en het massief van de Diablerets. In deze gebieden kan je als wandelaar probleemloos de cols over een mooie lustochten maken waarbij je beide kanten van de grens verkent. Ook aan de Oostkant in de Simplon / Furka regio (zie Centraal-Zwitserland), kan je als wandelaar probleemloos van de ene naar de andere vallei. 

In de Walliser 4000-ers is dat niet het geval. De valleien van Arolla, Zinal, Zermatt, het Turtmantaal en het Saastal aan de zuidkant en het Lötschentaal en Aletschgebied zijn volledig omringd door gletschers en steile rotswanden. Bergwandelen krijgt hierdoor een apart karakter, dat afwijkt van de rest van Zwitserland.

Interessante tochten

Wie in dit prachtige gebied een meerdaagse tocht wil plannen moet zich dus aanpassen. Grof geschetst zijn er drie manieren om dat te doen :

1) Een klassieke ronde, maar neem gletscheruitrusting mee en weet hoe dit te gebruiken. Wie kiest voor deze aanpak komt uit bij de Tour van de Matterhorn of de Tour van het Monte Rosa massief. De langere etappes en de crampons, touw en piolet in de rugzak maken dat deze rondes een maatje of twee zwaarder zijn dan de Tour du Mont Blanc.

Theodulpass.jpg

Theodulpass eind juli. In de tochtverslagen lees je wel eens over trekkers die de Theodulpass afdalen via de zomerskipistes of laat op het seizoen op het blank ijs. Maar je leest even vaak dat ze bij verse sneeuw of mist op een verkeerd spoor volgen en midden in een spletenlabyrint terecht komen. Gokken dat er geen verse sneeuw of mist zal zijn als je na 5 à 6 dagen trekking op de Theodulpass aankomt is een vorm van Russische roulette.
Met een groep kan het interessant zijn om vooraf een afspraak te maken met een berggids (vraag naar "Überquerung Theodulgletscher"). Die zorgt voor de juiste uitrusting zodat je die niet zelf moet dragen. Optioneel trek je portefeuille nog wat meer open en met een heen-en-terug naar de Breithorn (4163 m).

2) Berghutten afvinken. Veel berghutten in het gebied zijn bedoeld voor alpinisten. Dit wil zeggen dat er een pad (soms een erg lastig pad) naar de hut loopt, maar dat alles voorbij de hut neerkomt op gletscherlopen, ijsklimmen of alpien rotsklimmen.
Bij deze wandelformule kies je iedere dag een andere hut en daal je na de overnachting rustig af naar de vallei om in de namiddag naar een andere hut te klimmen. Op die manier breng je iedere avond en ochtend door op de meest spectaculaire plekken die je als wandelaar kan bereiken in de Alpen.

arbenbivak.jpg

Arbenbivak (3224m, T4) © SAC. Eén van de mooiste zonsonder- en opgangen van de Alpen. Respecteer als wandelaar steeds de alpinisten die morgen de Obergabelhorn zullen beklimmen.

3) Kortere meerdaagse routes, die eerder vooraan in de vallei blijven. In sommige valleien (bv. Val d'Hérens, vallei van Zinal) zijn er ook heel aantrekkelijke panoramawegen een stuk boven de boomgrens.
Vaak komt dit er op neer om één of enkele etappes van de Alpenpassenroute combineert met andere paden tot een 3 à 5 daagse tocht. Deze formule sluit het best aan bij families met kinderen.

Een mooi voorbeeld hiervan is de Tour du Val d'Hérens.

Mag het ook wat meer of wat minder zijn ?

Meerdaagse gletschertochten voor wie een berggids inhuurt of een degelijke opleiding en ervaring heeft.
Hoewel de gletschers sterk teruglopen en de routes ieder jaar veranderen, blijft het toch nog te doen om via relatief lichte gletschers (F / PD) het hele gebied te doorkruisen via een "Haute Route". De oer-Haute Route loopt Van Fionay tot Zermatt en je kan die na Zermatt nog enkele dagen verlengen via Italiaanse hutten, van Theodullpass naar Gornergrat. Als het meezit kan je op dit laatste stuk een 10-tal 4000-ers scoren.

Relax wandelen in herfst of lente.
Zonder de gletschers zou Wallis een kurkdroog gebied zijn. De bergboeren hingen heel sterk af van irrigatiekanalen ("Bisses" / "Suonen") die het smeltwater naar de akkertjes brachten. De Chemin des Bisses rijgt deze aan elkaar tot een 6 daagse tocht. Heerlijk zen, heel veel vlakke stukken, met het gekabbel van de kanaaltjes als begeleiding en met oerdegelijk Zwitserse brugjes bij een kloof of vertikale rotswand.

 

Tochtverslagen

Ben je bekend met deze regio? Wil je graag je kennis toevoegen aan deze pagina?
Geef ons een seintje op communicatie@hikingadvisor.be