De Mont Blanc is de hoogste top van de Alpen. De granietspitsen omheen de Mont Blanc behoren tot de spectaculairste berglandschappen ter wereld. Deze toppen vormen het decor van één van de bekendste bergtrektochten van Europa : de Tour du Mont Blanc.

Situering

Het Mont Blanc Massief ligt op de grens van Frankrijk, Italië en voor een klein deel ook Zwitserland. Aan de Franse kant is Chamonix het bekendste uitgangspunt, aan de Italiaanse kant is dit Courmayeur. Met 4807 m is de Mont Blanc de hoogste top van de Alpen. Wie de Tour du Mont Blanc loopt herkent ook andere landmarks : Aiguille de Bionassay, Dômes de Miage, Dent de Géant, Grandes Jorasses, les Drus, Aiguille Verte, Aiguille du Midi...

De kernzone van het gebied, met granietwanden en gletschers, is het domein van alpinisme. De valleien en kammen omheen die kern zijn voor de bergwandelaar veel interessanter. De Mont Blanc en andere 4000-ers zijn dan het indrukwekkende decor voor wandeltrekkings in de directe of wat ruimere omgeving. Daarom nemen we in deze fiche ook de bergen en valleitjes ten noorden (Aiguilles Rouges, Buet, Dents de Midi, Dents Blanches, ...) mee op. Idem aan de zuidkant : daar horen voor de bergwandelaar ook Val Veni (I) en Val Ferret (I, CH) helemaal bij het Mont Blanc gebied.

Waarom deze zeer brede invulling ?

  • omdat de klassieke meerdaagse tochten in dit gebied dit ook doen : Tour du Mont Blanc (TMB) en Tour du Pays du Mont Blanc
  • daar liggen ook de onbekende varianten op de TMB

MontBlanc-Buet.jpg

Mont Blanc vanop de Buet (3098). Op de voorgrond de Aiguilles Rouges. 

Veel Europeanen herleiden de Japanse bergen tot de Fujiyama en de Himalayas tot de Mount Everest. We moeten het dan ook niet vreemd vinden dat elders in de wereld de Alpen herleid worden tot de Mont Blanc of de Matterhorn. Chamonix en in mindere mate Courmayeur zijn dus zeer druk en zeer internationaal gericht. De meesten houden het bij een ritje met de kabelbaan naar de Aiguille du Midi of Col du Géant of naar Montenvers. Maar ook op de bergwandelroutes en vooral op de Tour du Mont Blanc vind je alle nationaliteiten terug. 

In tegenstelling tot de andere grote Franse Alpenmassieven is dit gebied niet beschermd als nationaal park. Een deel is beschermd als nationaal natuurgebied : de vallei van Les Contamines voorbij de laatste parkings is een relatief klein gebied. De cluster van RN Aiguilles Rouges, RN du Passy en RN de Sixt-Passy is samen 150 km² groot.
Een groot deel van de bossen in de Zwitserse Val Ferret, in Trient en in Val Illiez (Champéry) zijn eveneens beschermd natuurgebied. Andere delen van de Mont Blanc regio zijn dan weer volledig omgezet tot intensief skigebied met bijhorende schade aan het landschap ("Portes du Soleil" / "Le Grand Massif" / "St-Gervais Les Houches" ...).

Bereikbaarheid en openbaar vervoer

Met de auto lijkt het eenvoudig : er loopt een snelweg tot in Chamonix (F) en via de tunnel onder de Mont-Blanc is Courmayeur (I) vlakbij. In de praktijk is het toch wat schipperen : via Zwitserland (vignet nodig) of via Frankrijk (een stuk langer en veel tol). Of je de tocht laat starten aan de Franse of Zwitserse kant speelt daarbij ook een rol. Voor een start aan de Italiaanse kant in Courmayeur, is de Petit Saint Bernard Pas ook een interessante optie.

Met de trein mik je op de SNCF-lijn naar St-Gervais-les-Bains (F) of de CFF-lijn naar Martigny (CH). Vanuit deze stations vertrekken lokale bussen of treinen naar logische startpunten :

  • De Mont Blanc Express, eerder een sneltram dan een trein, verbindt beide stations en bedient o.a. ook Les Houches en Argentière
  • Vanuit Saint Gervais kan je met de bus naar Les Contamines
  • Vanuit Martigny bereik je met de bus Trient, en met een aansluitende trein + bus Champex en La Fouly

Op de kaart lijkt het TGV-station van Bourg St-Maurice een logische startplek, maar dat valt dik tegen : je moet te voet of al liftend naar Les Chapieux en er is ook géén busverbinding richting Courmayeur. Er is in het hoogseizoen wel een busje tussen Les Chapieux en Village des Glaciers.

Courmayeur (I) is niet vlot bereikbaar met trein. Het meest eenvoudige is om een internationale bus te nemen die o.a. ook stopt in Aosta, Chamonix, Annemasse en Genève. Houd bij die bus rekening met een kwartier tot halfuur vertraging door paspoortcontroles.

Omheen Chamonix, omheen Martigny en omheen Courmayeur is er telkens een coherent systeem van openbaar vervoer. Er is ook een regelmatige busverbinding tussen Courmayeur en Chamonix. Daarnaast zijn er nog een hele reeks kabelbanen en tandradtreintjes. Dit is één van de aantrekkelijke punten van een trekking in de regio : als het echt nodig is kan je al eens een halve of een hele etappe overslaan.

Bivakkeren

Op de TMB en zijn varianten

De immense populariteit van de TMB heeft al direct twee nadelen : je moet vroeg reserveren (en zelfs dan is het soms nodig om uit te wijken naar een andere nabijgelegen hut omdat een reisbureau alles heeft geboekt) en het is prijziger dan in andere bergwandelgebieden. Niet alle TMB-wandelaars passen de hutten-etikette toe ; verhalen over  stereotype Amerikanen die de tocht doen met bagagetransport en elk 40 kg bagage meehebben, over stereotype Aziaten die zelf in staat zijn om te slapen terwijl er om hen heen gerocheld en gediscussieerd wordt en dus aannemen dat jij daar dus ook kan doorheen slapen, ... zijn legio.

Een TMB met een tentje wordt dan wel aantrekkelijk. Op de TMB zelf is de reglementering voor bivakkeren in de vrije natuur in ieder land anders :

  • Frankrijk : bivakkeren (de een kleine tent 's avonds opzetten en 's morgens weer afbreken, geen kampvuur, ...) mag op minstens 1 h stappen van de dichtste parking. In de omgeving van hutten en bergboerderijen toelating vragen. 
  • Italië : bivakkeren mag boven 2500 m tussen zonsondergang en zonsopgang. Dit wil in de praktijk zeggen behalve op Col de la Seigne en Col Ferret zo goed als nergens. Dus een keuze tussen twee uitersten : uitwijken naar campings in de vallei of bivakkeren op plekken een heel stuk hoger dan de TMB.
  • Zwitserland : heeft zo zijn eigen regels (zie landenfiche van Zwitserland) maar voor de TMB zelf komt dit er op neer dat je ook daar moet uitwijken naar campings in de vallei of specifiek ingerichte bivakzones bij hutten.

Een aantal hutten op de TMB hebben een bivakzone. De meeste dorpen op de TMB hebben een trekkerscamping. Bekijk ook dit overzicht van alle officiële trekkerscampings en bivakzones bij hutten.

De lokale reisbegeleiders die zelf een TMB met bivak in de natuur aanbieden, beschouwen hun favoriete plekjes als bedrijfsgeheimen en zullen die niet delen.

Elders in het Mont-Blanc gebied

De regeling in de natuurgebieden van Passy, Sixt-Passy en Aiguilles Rouges is niet echt duidelijk. In de praktijk is een bivak mogelijk van één nacht op dezelfde plek, zonder kampvuur, zonder sporen én minstens 1 uur stappen de bergen in, ook in de beschermde natuurgebieden van Passy, Sixt-Passy en Aiguilles Rouges. Het is ook mogelijk, mits toelating van de berghut, in de direct omgeving van de meeste berghutten op de hiervoor voorziene plek. Anderzijds merk je ook hier een verstrenging die het gevolg is van overlast door te grote aantallen of door mensen die niet goed snappen wat bedoeld wordt met een bivak.
Aan de Zwitsere kant geldt hetzelfde, maar dan met uitzondering van de beschermde natuurgebieden waar bivakeren verboden is. Zie landenfiche van Zwitserland ; dit is vooral relevant voor delen van de bossen onder ca. 2000 m in de valleien van Trient / Vallorcine en van Champéry.

Interessante tochten

Tour du Mont Blanc (TMB)

Deze meerdaagse tocht (GR) loopt over 7 à 10 etappes omheen de Mont-Blanc en de andere 4000-ers. De tocht komt om de 1 à 2 dagen in een dorpje in de vallei. Aangeraden van juli tot half september. Het klassieke startpunt is Les Houches maar eigenlijk kan je de TMB zo goed als overal aanvatten.

Websites : de eigen website van de TMB of TMB op de GR-website of de TrekMag-topo.

Je kan er niet omheen : de TMB is één van de bekendste meerdaagse tochten ter wereld. En daar zijn goede redenen voor : schitterend decor, een zeer dicht huttennetwerk, je hoeft geen technisch moelijke stukken te doen en als de eigen conditie of het weer roet in het eten gooien kan je met een busrit of een stukje kabelbaan een halve of hele etappe overslaan. Je loopt door drie landen, elk met een eigen aanpak en eetcultuur in de hutten en dorpjes. Wie wil kan de tocht doen met bagagetransport, met een pakezel, met een lokale begeleider, met een begeleider die jouw taal spreekt (ook al is dat Hebreeuws, Japans of Aussi-Engels), ... kortom, er is aan alles gedacht.

Al die pluspunten hebben een groot nadeel : de Tour du Mont Blanc lijdt onder zijn eigen populariteit.

De grote populariteit wil niet zeggen dat het een beginners-trekking is. 6 uur stappen op gewone bergpaden, met 1000 m stijgen en dat desnoods ook op een regenachtige dag, is toch wel het minimum dat vereist wordt. De route is vooral druk omdat ze wereldwijd zo goed gekend is en wereldwijd zeer efficient aan de man wordt gebracht.

MontBlanc-Bonatti-Jorasses.jpg

Rifugio Bonatti en Grandes Jorasses.

Officiële varianten van de TMB

De IGN-kaart en het officiële GR-boekje beperken zich tot enkele "hogere" varianten :

  • Col du Tricot tussen Col de Voza en Chalets de Miage : deze is niet specifiek moeilijker dan de basis-TMB
  • De afsteker van de Col en Tête des Fours : hiermee kan je het stukje asfalt tussen Les Chapieux en Ville des Glaciers vermijden, maar deze variant is technisch veel lastiger dan de basis-TMB
  • De hoge variant over Testa Bernarda en Entre-2-Sauts tussen Rif. Bertone en Rif. Bonatti. Technische nauwelijks lastiger dan de basis-TMB, wel te vermijden bij onweer.
  • Petit Col Ferret. Iets lastiger dan de Grand Col Ferret. Sneeuw tot in september, maar er is een padspoor dat die sneeuw vermijdt.
  • De bekendste variant van allemaal : de Fenêtre d'Arpette is zowel fysiek als technisch veel lastiger dan de basis-TMB die de panoramaroute via Bovine neemt.
  • Het lastige en erg luchtige stuk met laddertjes en kabels bij L'Aguillette op de etappe naar le Lac Blanc, kan je vermijden door de klim naar le Lac Blanc iets noordelijker aan te vatten op de Col des Montets, en de GRP te volgen.

Le TMB "du haut" of "du plus près" of "hors sentiers battus"

Deze omschrijving wordt hier en daar gebruikt door mensen die nog meer varianten zoeken om zo de drukte op de TMB te ontwijken. Het gaat niet om een vast omschreven route en al helemaal niet om een offciëel gemarkeerde route. Het gaat om een aantal extra varianten die hoger gelegen paden volgen. Deze paden zijn veel rustiger en in een aantal gevallen worden ook meer afgelegen hutten gebruikt. In de meeste gevallen gaat het ook om technisch en fysiek lastiger paden.

  • via Refuge de Tré-la-Tête : aanrader voor iedereen. Prachtig gelegen hut. Deze variant volgt de GR "Tour du Pays du Mont-Blanc" en is technisch niet lastiger dan de basis-TMB
  • Lacs Jovet - Refuge Robert Blanc - Col de la Seigne. Dit is een alpiene variant (T4) over technisch lastig terrein. Enkel voor ervaren bergwandelaars. 2 stapdagen. 
  • Rif. Elisabetta - Courmayeur par les crêtes. Deze volgt grotendeels een oud militair pad en deels padloos de kam van Col des Chavannes via Mont Fortin, Col de Berio Blanc en Col de Youla. Daar keuze tussen terugkeren naar de TMB of via Col de l'Arp afdalen naar Courmayeur. Afgelegen, "sauvage", avontuurlijk, ... maar je mist wel deels de spectuculaire zichten op de Glacier de Miage en de pieken van de langste alpinistenroute van de hele Alpen : de Peuterey-graat. In deze zone zijn geen berghutten, enkel een onbewaakte bivakhut.
  • Heb je boven op de Grand Col Ferret plots genoeg van de drukte, neem dan de kam over Planfins, La Dotse en Crêtet de Létemaire. Eenzaamheid gegarandeerd en veel mooier dan de TMB. Technisch iets moeilijker dan de TMB (T3) maar wel ongemarkeerd en hier en daar padloos. Te vermijden bij onweersrisico of bij slecht zicht.
  • In de Zwitserse Val Ferret zijn er mogelijkheden genoeg in de rechterflank van de vallei om de drukte te ontlopen. Anderzijds is deze etappe is in de praktijk minder druk omdat veel TMB-gangers de etappe tussen La Fouly en Champex overslaan. Onterecht.
  • Ook in de omgeving van Trient, van de Col de la Balme en in de Aiguilles Rouges volstaat het om de kaart te nemen en een alternatief wandelpad te kiezen. Bekijk voor deze etappes zeker ook het alternatief dat de Tour du Pays du Mont Blanc biedt. De drukte is hier vooral het gevolg van toeristen die korte dagtochten doen vanuit de vele kabelbanen die deze zones bedienen. Bij een bivak in een uithoek van de Aiguilles Rouges kan je eigenlijk wel rekenen op rust en eenzaamheid. (De Instagram-spots van Lac Blanc en Lacs Chéserys zal je daarentegen moeten delen met tientallen andere tentjes).

TMB vóór het klassieke seizoen

De drukste maanden zijn juli en augustus. Dus waarom niet al in juni de TMB doen ?

De hutten aan de Franse en Zwitserse kant openen half juni, aan de Italiaanse kant vaak al 1 of 2 weken vroeger. Wie in juni vertrekt moet rekening houden met zeer veel sneeuw. Dit zorgt voor een extra moeilijkheidsgraad. Die sneeuw komt globaal gesproken in drie vormen :

  • Sneeuwvelden : hetzelde soort sneeuw als in de zomer, maar veel goter, met een minder uitgesproken spoor of een spoor dat ooit in de winter is gelegd en helemaal niet aansluit op de zomerroute. 's Morgens vroeg zijn ze keihard bevroren, maar na een uurtje of twee zon zijn ze zacht genoeg om er vlot over te stappen. Getten zijn nodig want hier en daar (vaak dicht bij rotsen) kan je diep wegzakken.
  • Resten van lawines : keihard samengeperste en steile pakken sneeuw in geulen. Vaak loopt er onderin een beekje, waardoor er een onzichtbare holte ontstaat. Tricky toestanden waarbij je zeer zorgvuldig een oversteek moet plannen (zodat je nergens door de sneeuw heen zakt) en waarbij een ijsbijl + eventueel crampons + kennis om ze goed te gebruiken eigenlijk onmisbaar zijn. Of als dat lukt je even moet klimmen en afdalen omheen de sneeuwplek. Of als dat allemaal niet lukt, je bereid moet zijn om terug te keren.
  • Verse sneeuw. Als het in juni regent in de vallei, mag je er van uitgaan dat dit op 2000 à 2500 m hoogte verse sneeuw wordt. Een doorsnee regenfront komt neer op 10-20 cm verse sneeuw waardoor paden en markeringen grotendeels onzichtbaar worden en het stappen fysiek én technisch erg uitdagend.

montblanc-sneeuw.jpg

Drie treksters door zachte sneeuw in de late namiddag op Col de Bonhomme. Damien, een ervaren skier en trailrunner, danst over het spoor dat ik net met de ijsbijl aanlegde over een lawinekegel net voorbij Rif. Bonatti. Heerlijk doorstappen op de Grand Col Ferret die nog helemaal onder de sneeuw ligt. Op de TMB in de eerste week van juni.

Kortom : begin juni de TMB doen is iets voor mensen met ervaring in sneeuw. Je moet ook in een betere conditie zijn want ofwel moet je alles meehebben om zelf te koken in het winterlokaal van de hut (als dat al aanwezig is), ofwel moet je langere etappes kunnen afleggen. Eind juni kan het ene jaar de perfecte keuze zijn, en in een ander jaar met een wat trager op gang komende dooi juist een nachtmerrie voor wie niet gewoon is om met sneeuw om te gaan.

Houd er ook rekening mee dat een aantal bruggen pas midden juni terug geplaatst worden. Deze bruggen worden in de winter weggehaald om te vermijden dat ze door lawines beschadigd worden.

Opvolgen hoe de paden er bij liggen : Voor de TMB is een vrij gedetailleerd bericht over sneeuw en andere toestanden waardoor paden moeilijker toegankelijk worden : hier + doorscrollen naar "randonnée".

TMB na het klassieke seizoen

Eind augustus is het al wat minder druk. De meeste hutten blijven open tot midden september. September en begin oktober zijn een goede optie op een rustige TMB, maar het blijft een gokje. Het ene jaar zijn de condities perfect en kan je genieten van een heerlijke nazomer met prachtige herfstkleuren. Het andere jaar wordt dat allemaal verpest door een reeks vroege winterprikken waardoor het hele parcours onder verse sneeuw of papsneeuw terecht komt. In elk geval zal je bij een TMB in de herfst moeten rekening houden met gesloten hutten (in een aantal hutten is er een winterlokaal met enkele bedden en een kookvuur, maar voor de rest moet je zelf zorgen), met kortere dagen en lagere temperaturen.

Kies je voor een TMB in september of oktober, dan is het aangewezen om een aantrekkelijk en goed uitgewerkt plan B te hebben waar je met plezier en voldoening naar kan uitwijken als je de pecht hebt om in zo'n slechtweerprik terecht te komen.

TMB als ultra-trail

Ieder jaar verandert de TMB voor een dag of 5 in één gigantisch circus voor trailrunners : de UTMB. In die periode is wandelen eigenlijk niet mogelijk. Er zijn trails voor "normale" afstanden, veel mensen wagen er zich aan om de hele TMB in één ruk uit te lopen in minder dan 24 uur en voor wie dat nog niet genoeg is voorziet men de "Petite Trotte à Léon" van zo'n 300 km. 

Andere meerdaagse tochten in het Mont Blanc Gebied

Tour Miravidi
Ja : er zijn vlak bij de TMB nog uithoeken waar er geen mens komt. Drie dagetappes voor de ervaren bergwandelaar, deels langs ongemaarkeerde paden, in de onbekende "sauvage" grenszone tussen Mont Blanc en Petit-Saint-Bernard.

Chaine des Fitz - Le Buet.
Dit gebied combineert spectaculaire kalktorens en kalkvlaktes (lapiaz) met adembenemende uitzichten op de Mont Blanc. Een mogelijke route is Flaine - Ref. de Platé - Ref. de Sales - Ref. d'Anterne - Ref. Moëde-Anterne - Ref. Pierre à Bérard - Les Montets. 4 à 5 stapdagen. Deze route knoopt stukjes van verschillende GR's aan elkaar. Optioneel te combineren met de beklimming van Le Buet. Deze laatste is technisch en fysiek een stuk lastiger dan de rest van deze trekking.

MontBlanc-Anterne.jpg

Col d'Anterne in Chaine des Fitz.

De Tour du Pays de Mont Blanc is een lustocht van 8 à 10 dagen. De helft van de lus loopt min of meer parallel met de TMB door de Aiguilles Rouges en de vallei van Les Contamines. De andere helft loopt, aan de voet van les Fitz enerzijds en op de rand van de Beaufortin anderzijds, door almen. Ook in die helft blijft de Mont Blanc bij elke etappe nadrukkelijk in beeld. Het klassieke startpunt is Sallanches.

De Tour de la Vallée de Trient (5 stapdagen, startpunt Salvan, Trient of Vallorcine), past min of meer hetzelfde concept toe. De eerste helft loopt door de omgeving van de Lac d'Emosson op een wat grotere aftand van de Mont Blanc. Hier gaat het echter om pittig bergwandelen met af en toe een stukje waar dat absoluut ongeschikt is voor mensen met hoogtevrees. De tweede helft kan je beschouwen als een variant van de TMB.

MontBlanc-dinos-emosson.jpg

Tip : op ca. 2400 m boven Vieux Emosson passeert de TVT een gefossiliseerd strand met 230 M jaar oude dinosaurussporen.

Tour du Ruan
Deze lus van 4 à 6 dagen ligt voor de helft in Frankrijk (startpunt Sixt Fer-à-Cheval) en de helft in Zwitserland (startpunten Champéry of Finhaut).

Tour de Dents Blanches en Tour des Dents de Midi.
Deze beide kammen lijken erg goed op elkaar en zijn vanop afstand gezien tweelingen, de ene in Frankrijk, de andere in Zwitserland. Elk van beide tours is 3 à 4 stapdagen. Technisch en fysiek een stuk zwaarder dan de TMB. 

Deze drie lussen overlappen met elkaar en kunnen perfect gecombineerd worden tot één grotere lus. Het karakter is gelijklopend : contrasten tussen groene weilanden en spectaculaire kalktorens, uitzichten op de Mont Blanc en op de hele Rhône-vallei.

MontBlanc-susanfe.jpg

Lac de Salanfe en Dents du Midi, één van de highlights op Tour de Ruan of Tour des Dents de Midi.

Dagtochten en varianten

Deze twee websites geven een goed overzicht van dagtochten in de regio. Je kan ze ook gebruiken om een goed idee te krijgen van varianten of extraatjes die je op een meerdaagse tocht wil inlassen. Het gaat om topo's en verslagen van lokale bergliefhebbers.

  • Randos Mont-Blanc : beperkt zich specifiek tot het Mont-Blanc gebied zoals in deze regio-fiche omschreven.
  • Altitude Rando : je kan ook via de algemene kaart selecties maken.

Tochtverslagen