Eén van de bekendste meerdaagse tochten van de Alpen. Met goede redenen! Deze meerdaagse tocht (GR) loopt over 7 à 10 etappes omheen de Mont-Blanc en zijn buren. De tocht komt om de 1 à 2 dagen in een dorpje in de vallei. Stappen door drie landen, met drie culturen met als decor één van de spectaculairste berglandschappen van Europa. Al die pluspunten hebben een groot nadeel : de Tour du Mont Blanc lijdt onder zijn eigen populariteit.

Ken je deze route goed? Wil je graag je kennis toevoegen aan deze pagina?
Geef ons een seintje op communicatie@hikingadvisor.be

Facts

Je kan er niet omheen : de TMB is één van de bekendste meerdaagse tochten ter wereld. En daar zijn goede redenen voor : schitterend decor, een zeer dicht huttennetwerk, je hoeft geen technisch moelijke stukken te doen en als de eigen conditie of het weer roet in het eten gooien kan je met een busrit of een stukje kabelbaan een halve of hele etappe overslaan. Je loopt door drie landen, elk met een eigen aanpak en eetcultuur in de hutten en dorpjes. Wie wil kan de tocht doen met bagagetransport, met een pakezel, met een lokale begeleider, met een begeleider die jouw taal spreekt (ook al is dat Hebreeuws, Japans of Aussi-Engels), ... kortom, er is aan alles gedacht.

De grote populariteit wil niet zeggen dat het een beginners-trekking is. 6 uur stappen op gewone bergpaden, met 1000 m stijgen en dat desnoods ook op een regenachtige dag, is toch wel het minimum dat vereist wordt. De route is vooral druk omdat ze wereldwijd zo goed gekend is en wereldwijd zeer efficient aan de man wordt gebracht.

Aangeraden van juli tot half september. 

 

​​​​Overzichtskaart

carte-tour-du-mont-blanc.jpeg

Moeilijkheidsgraad en techniciteit

Etappes en varianten

Het klassieke startpunt van de TMB is Les Houches, vlot bereikbaar met de trein. Trient of Champex in Zwitserland zijn alternatieve startplaatsen. Courmayeur kan ook, maar is een stuk lastiger te bereiken. Zie Mont Blanc massief voor meer info. De normale looprichting is tegen de klok in. Omgekeerd kan even goed, maar er zijn er maar weinig die dit doen.

Officiële varianten

De IGN-kaart en het officiële GR-boekje beperken zich tot enkele "hogere" varianten :

  • Col du Tricot tussen Col de Voza en Chalets de Miage : deze is niet specifiek moeilijker dan de basis-TMB
  • De afsteker van de Col en Tête des Fours : hiermee kan je het stukje asfalt tussen Les Chapieux en Ville des Glaciers vermijden, maar deze variant is technisch veel lastiger dan de basis-TMB. Dit stukje asfalt tussen Chapieux en Ville des Glaciers kan je in de zomer ook vermijden met een busje ("navette").
  • De hoge variant over Testa Bernarda en Entre-2-Sauts tussen Rif. Bertone en Rif. Bonatti. Technische nauwelijks lastiger dan de basis-TMB, wel te vermijden bij onweer.
  • Petit Col Ferret. Iets lastiger dan de Grand Col Ferret. Sneeuw tot in september, maar er is een padspoor dat die sneeuw vermijdt.
  • De bekendste variant van allemaal : de Fenêtre d'Arpette is zowel fysiek als technisch veel lastiger dan de basis-TMB die de panoramaroute via Bovine neemt.
  • Het lastige en erg luchtige stuk met laddertjes en kabels bij L'Aguillette op de etappe naar le Lac Blanc, kan je vermijden door de klim naar le Lac Blanc iets noordelijker aan te vatten op de Col des Montets, en de GRP te volgen.

IMG_0406 _410 Bertone - Groep Ruitor - Courmayeur - Mont de la Seigne - Mont Chetif - Arête de Peuterey - Mont Blanc - Helbronner.jpg

Panorama vanuit bij Ref. Bertone. Links Ruitor, rechts Mont Blanc.

Le TMB "du haut" of "du plus près" of "hors sentiers battus"

Deze omschrijving wordt hier en daar gebruikt door mensen die nog meer varianten zoeken om zo de drukte op de TMB te ontwijken. Het gaat niet om een vast omschreven route en al helemaal niet om een offciëel gemarkeerde route. Het gaat om een aantal extra varianten die hoger gelegen paden volgen. Deze paden zijn veel rustiger en in een aantal gevallen worden ook meer afgelegen hutten gebruikt. In de meeste gevallen gaat het ook om technisch en fysiek lastiger paden.

  • via Refuge de Tré-la-Tête : aanrader voor iedereen. Prachtig gelegen hut. Deze variant volgt de GR "Tour du Pays du Mont-Blanc" en is technisch niet lastiger dan de basis-TMB
  • Langs de andere kant, dus "plus haut" maar niet "plus près" : via de Mont du Joly, Aiguille Croche en Col du Joly. Hierbij neem je vanuit Les Contamines de GR Tour du Pays du Mont Blanc naar Refuge Mont du Joly en volg je de dag erna de kam (vermijden bij onweer / enkele tricky plekken) naar Aiguille Croche en Col du Joly, waar je opnieuw via de GR Tour du Pays du Mont Blanc aansluiting vindt naar de TMB. 5 ***** uitzicht op de Mont Blanc. Echter ruime omgeving Col du Joly (bereikbaar met auto) is een zeer populaire picknickplek.
  • Lacs Jovet - Refuge Robert Blanc - Col de la Seigne. Dit is een alpiene variant (T4) over technisch lastig terrein. Enkel voor ervaren bergwandelaars. 2 stapdagen. 
  • Rif. Elisabetta - Courmayeur par les crêtes. Deze volgt grotendeels een oud militair pad en deels padloos de kam van Col des Chavannes via Mont Fortin, Col de Berio Blanc en Col de Youla.  Daar keuze tussen terugkeren naar de TMB of via Col de l'Arp afdalen naar Courmayeur. Afgelegen, "sauvage", avontuurlijk, ... maar je mist in de afdaling wel deels de spectuculaire zichten op de Glacier de Miage en de pieken van de langste alpinistenroute van de hele Alpen : de Peuterey-graat. In deze zone zijn geen berghutten, enkel een onbewaakte bivakhut.
  • Heb je boven op de Grand Col Ferret plots genoeg van de drukte, neem dan de kam over Planfins, La Dotse en Crêtet de Létemaire. Eenzaamheid gegarandeerd en veel mooier dan de TMB. Technisch iets moeilijker dan de TMB (T3) maar wel ongemarkeerd en hier en daar padloos. Te vermijden bij onweersrisico of bij slecht zicht.
  • In de Zwitserse Val Ferret zijn er mogelijkheden genoeg in de rechterflank van de vallei om de drukte te ontlopen. Anderzijds is deze etappe is in de praktijk minder druk omdat veel TMB-gangers de etappe tussen La Fouly en Champex overslaan. Dat laatste is trouwens onterecht.
  • Ook in de omgeving van Trient, van de Col de la Balme en in de Aiguilles Rouges volstaat het om de kaart te nemen en een alternatief wandelpad te kiezen. Bekijk voor deze etappes zeker ook het alternatief dat de Tour du Pays du Mont Blanc biedt. De drukte is hier vooral het gevolg van toeristen die korte dagtochten doen vanuit de vele kabelbanen die deze zones bedienen. Bij een bivak in een uithoek van de Aiguilles Rouges kan je eigenlijk wel rekenen op rust en eenzaamheid. (De Instagram-spots van Lac Blanc en Lacs Chéserys zal je daarentegen moeten delen met tientallen andere tentjes).

IMG_0262 tot _0264 Lacs Jovet.jpg

Variante via de prachtige Lacs Jovet. Dubbel uitdagend in juni.

 

 

Openbaar vervoer en bereikbaarheid

Topokaarten en gidsen

Wandelgidsen

Kaart

Een schaal van 1:50000 is een goed compromis voor wie gewoon de TMB wil volgen. Je krijgt een stuk minder informatie maar compenseert dit met wat minder gewicht en het essentiële staat er op.

  • De officiële GR-wandelgids bevat kaartjes op 1:50 000.
  • IGN geeft ook een kaart uit op 1:50 000. Deze lijkt net iets beter dan de Didier-Richard kaart en is zeker beter dan de Italiaanse alternatieven en dekt het gebied beter af dan de Zwitserse kaart die overigens ook erg goed is.

Toch is het vaak beter om een kaart op 1:25 000 bij te hebben. Er staan veel meer details op en als je eens moet op het laatste moment aanpassen (omwille van het weer, omdat het pad beschadigd is, omdat je moet uitwijken naar een hut buiten de TMB als alles volzet blijkt, ...) heb je dit echt wel nodig. Twee opties :

  • Combineer het overzicht van de 1:50 000 kaart met de 1:25 000 topokaart op de telefoon. De app IphiGéNie kost ongeveer wat één kaart kost en laat toe om een heleboel kaarten offline op de telefoon te zetten.
  • Koop de Franse 1:25 000 kaarten : 3630OT en 3531ET. Ook beschikbaar in waterbestendige uitvoering.
    Er zijn ook Italiaanse en Zwitserse kaarten, maar die zijn ofwel van minder goede kwaliteit ofwel ongeschikt om het hele gebied te coveren.

Bewegwijzering

Bivakkeren en overnachting

De immense populariteit van de TMB heeft al direct twee nadelen : je moet vroeg reserveren (en zelfs dan is het soms nodig om uit te wijken naar een andere nabijgelegen hut omdat een reisbureau alles heeft geboekt) en het is prijziger dan in andere bergwandelgebieden. Niet alle TMB-wandelaars passen de hutten-etikette toe ; verhalen over  stereotype Amerikanen die de tocht doen met bagagetransport en elk 40 kg bagage meehebben, over stereotype Aziaten die zelf in staat zijn om te slapen terwijl er om hen heen gerocheld en gediscussieerd wordt en dus aannemen dat jij daar dus ook kan doorheen slapen, ... zijn legio.

Een TMB met een tentje wordt dan wel aantrekkelijk. Op de TMB zelf is de reglementering voor bivakkeren in de vrije natuur in ieder land anders :

  • Frankrijk : bivakkeren (dus een kleine tent 's avonds opzetten en 's morgens weer afbreken, geen kampvuur, ...) mag op minstens 1 h stappen van de dichtste parking. In de omgeving van hutten en bergboerderijen toelating vragen. 
  • Italië : bivakkeren mag boven 2500 m tussen zonsondergang en zonsopgang. Dit wil in de praktijk zeggen behalve op Col de la Seigne en Col Ferret zo goed als nergens. Dus een keuze tussen twee uitersten : uitwijken naar campings en officiële bivakzones in de vallei of bivakkeren op plekken een heel stuk hoger dan de TMB.
  • Zwitserland : heeft zo zijn eigen regels (zie landenfiche van Zwitserland) maar voor de TMB zelf komt dit er op neer dat je ook daar moet uitwijken naar campings in de vallei of specifiek ingerichte bivakzones bij hutten.

Een aantal hutten op de TMB hebben een bivakzone. De meeste dorpen op de TMB hebben een trekkerscamping. Bekijk ook dit overzicht van alle officiële trekkerscampings en bivakzones bij hutten of deze lijst van officiële trekkerscampings en bivakzones.

De lokale reisbegeleiders die zelf een TMB met bivak in de natuur aanbieden, beschouwen hun favoriete plekjes als bedrijfsgeheimen en zullen die niet delen.

Bevoorradingsmogelijkheden onderweg

Beste periode

TMB vóór het klassieke seizoen

De drukste maanden zijn juli en augustus. Dus waarom niet al in juni de TMB doen ?

De hutten aan de Franse en Zwitserse kant openen half juni, aan de Italiaanse kant vaak al 1 of 2 weken vroeger. Wie in juni vertrekt moet rekening houden met zeer veel sneeuw. Dit zorgt voor een extra moeilijkheidsgraad. Die sneeuw komt globaal gesproken in drie vormen :

  • Sneeuwvelden : hetzelde soort sneeuw als in de zomer, maar veel goter, met een minder uitgesproken spoor of een spoor dat ooit in de winter is gelegd en helemaal niet aansluit op de zomerroute. 's Morgens vroeg zijn ze keihard bevroren, maar na een uurtje of twee zon zijn ze zacht genoeg om er vlot over te stappen. Getten zijn nodig want hier en daar (vaak dicht bij rotsen) kan je diep wegzakken.
  • Resten van lawines : keihard samengeperste en steile pakken sneeuw in geulen. Vaak loopt er onderin een beekje, waardoor er een onzichtbare holte ontstaat. Tricky toestanden waarbij je zeer zorgvuldig een oversteek moet plannen (zodat je nergens door de sneeuw heen zakt) en waarbij een ijsbijl + eventueel crampons + kennis om ze goed te gebruiken eigenlijk onmisbaar zijn. Of als dat lukt je even moet klimmen en afdalen omheen de sneeuwplek. Of als dat allemaal niet lukt, je bereid moet zijn om terug te keren.
  • Verse sneeuw. Als het in juni regent in de vallei, mag je er van uitgaan dat dit op 2000 à 2500 m hoogte verse sneeuw wordt. Een doorsnee regenfront komt neer op 10-20 cm verse sneeuw waardoor paden en markeringen grotendeels onzichtbaar worden en het stappen fysiek én technisch erg uitdagend.

montblanc-sneeuw.jpg

Drie treksters door zachte sneeuw in de late namiddag op Col de Bonhomme. Damien, een ervaren skier en trailrunner, danst over het spoor dat ik net met de ijsbijl aanlegde over een lawinekegel net voorbij Rif. Bonatti. Even opletten bij de corniche en dan lekker doorstappen op de Grand Col Ferret die nog helemaal onder de sneeuw ligt. Op de TMB in de eerste week van juni.

Kortom : begin juni de TMB doen is iets voor mensen met ervaring in sneeuw. Je moet ook in een betere conditie zijn want ofwel moet je alles meehebben om zelf te koken in het winterlokaal van de hut (als dat al aanwezig is), ofwel moet je langere etappes kunnen afleggen. Eind juni kan het ene jaar de perfecte keuze zijn, en in een ander jaar met een wat trager op gang komende dooi juist een nachtmerrie voor wie niet gewoon is om met sneeuw om te gaan.

Houd er ook rekening mee dat een aantal bruggen pas midden juni terug geplaatst worden. Deze bruggen worden in de winter weggehaald om te vermijden dat ze door lawines beschadigd worden.

Opvolgen hoe de paden er bij liggen : Voor de TMB is een vrij gedetailleerd bericht over sneeuw en andere toestanden waardoor paden moeilijker toegankelijk worden : hier + doorscrollen naar "randonnée".

TMB na het klassieke seizoen

Eind augustus is het al wat minder druk. De meeste hutten blijven open tot midden september. September en begin oktober zijn een goede optie op een rustige TMB, maar het blijft een gokje. Het ene jaar zijn de condities perfect en kan je genieten van een heerlijke nazomer met prachtige herfstkleuren. Het andere jaar wordt dat allemaal verpest door een reeks vroege winterprikken waardoor het hele parcours onder verse sneeuw of papsneeuw terecht komt. In elk geval zal je bij een TMB in de herfst moeten rekening houden met gesloten hutten (in een aantal hutten is er een winterlokaal met enkele bedden en een kookvuur, maar voor de rest moet je zelf zorgen), met kortere dagen en lagere temperaturen.

Kies je voor een TMB in september of oktober, dan is het aangewezen om een aantrekkelijk en goed uitgewerkt plan B te hebben waar je met plezier en voldoening naar kan uitwijken als je de pech hebt om in zo'n slechtweerprik terecht te komen.

TMB als ultra-trail

Ieder jaar verandert de TMB voor een dag of 5 in één gigantisch circus voor trailrunners : de UTMB. In die periode is wandelen eigenlijk niet mogelijk. Er zijn trails voor "normale" afstanden, veel mensen wagen er zich aan om de hele TMB in één ruk uit te lopen in minder dan 24 uur en voor wie dat nog niet genoeg is voorziet men de "Petite Trotte à Léon" van zo'n 300 km.