Turijn ligt in de Povlakte en is volledig omringd door de Alpen. Nergens in de Alpen is de afstand tussen de besneeuwde drieduizenders en de vlakte zo kort als hier.

Situering

Met de “Alpen rond Turijn” of de “Alpi Piemontesi” zoals ze in Italië genoemd worden, bedoelen we de halve cirkel aan bergen van zo’n 250 km lang tussen het nationaal park van Gran Paradiso in het noorden en van Argentera in het zuiden. 

De meest opvallende top is de piramide van de Mont Viso (of Monviso) (3841 m) die hét landmark is van de regio. 

De voornaamste valleien zijn : 

  • Val di Lanzo. De afstand tussen de vlakte en de toppen zijn hier het kleinst. Men dacht daarom in de middeleeuwen dat de Rocciamelone (3538 m) de hoogste Alpentop was.  
  • Val di Susa tussen de Col de Montgenèvre en Turijn, met Bardonecchia, Oulx en Susa als voornaamste steden.
  • Val Chisone. De bergkam tussen Val di Susa en Val Chisone herbergt twee grote natuurparken : Orsiera Rocciavrè en Bosco Salbertrand.
  • Val Pellice, de Po-Vallei en Valle Varaita die alle drie uitkomen op de Monviso en op Cols (bv. Col Agnel) waar je kan oversteken naar de Queyras. 
  • Val Maira en Valle Stura die uitkomen op de Ubaye in Frankrijk via Col de Larche / Colle della Maddalena.
  • Deze laatste valleien komen samen in Cuneo, een 150 km ten zuiden van Turijn.

Bij wandeltochten wordt vaak de grens overgestoken naar de aangrenzende wandelgebieden in Frankrijk: de Ubaye, de Queyras en de Vanoise. Vaak worden daarbij eeuwenoude pelgrims-,  handelsroutes of militaire wegen gevolgd.
Dat er zo’n intense uitwisseling was is niet verwonderlijk : tot niet zo heel lang geleden behoorden de valleien aan beide kanten van de Alpenkam tot éénzelfde land. Val di Susa en de Queyras waren tot in de 17° eeuw één land nl. de République des Escartons, een federatie van kleine staatjes vergelijkbaar met Zwitserland. De Vanoise was tot 1860 - net als de hele Savoie - een deel van het koninkrijk Turijn. Na de afscheiding volgde een soort koude oorlog waarbij aan beide zijden van de grens enorme fortencomplexen werden gebouwd.
Die historische muilezelpaden voor handel en militairen vormen ook vandaag nog de ruggengraat van het wandelnetwerk in deze regio.

De Italiaanse kant van de Alpen is een stuk ruiger dan de Franse kant. Er is een goed berghuttennetwerk, de service is er doorgaans uitstekend en je wordt er overal vlot geholpen in het Engels. 

Openbaar vervoer en bereikbaarheid

Val di Susa is vanuit België veel beter bereikbaar met openbaar vervoer dan de meeste andere delen van de Alpen. De TGV van Parijs of Lyon naar Turijn stopt in Bardonecchia en Susa. Van daaruit zijn er regelmatig trein- en busverbindingen naar alle logische startpunten in Val di Susa. 

Van Turijn is er ook een regelmatige en snelle treinverbinding naar Cuneo. 

Lokaal openbaar vervoer om vanuit Turijn of Cuneo naar de interessantste startpunten op het einde van de andere valleien te raken, is veel minder goed georganiseerd. Er zijn vlotte busverbindingen naar de hoofddorpen, maar niet naar de veel hoger gelegen startpunten van wandeltochten. Zo zal je bij een tour van de Monviso wel in Bobbio Pellice of in Crissolo raken, terwijl je eigenlijk had willen starten in Villanova of Pian del Re respectievelijk. Een “navette” voor wandelaars is de normaalste zaak van de wereld in Zwitserland of Frankrijk, maar niet hier. In een aantal gevallen zal wie met TGV of vliegtuig komt, eventueel best een auto huren. 

Met de auto is de vlotste verbinding via de Franse snelwegen en de Fréjus-tunnel of via Zwitserland en de Grand Saint Bernard pas naar Turijn, en vervolgens naar de vallei van jouw keuze. Reken 12 tot 15 uur effectief rijden. 

Wie met de auto komt, kan best de start en het einde van de wandeling buiten het weekend plannen. Zie hieronder bij “mooi weer in de weekends in juli en augustus”.

Speciale weerfenomenen

Door de ligging vlak bij de Po-vlakte kent deze regio drie heel specifieke weerfenomenen die je als wandelaar zeker moet leren herkennen : de Nebbia, de Retour d’Est en mooi zomerweer in het weekend. 

De Nebbia

Nebbia is het Italiaanse woord voor “mist”. In deze regio gaat het om een specifiek type mist dat vaak voorkomt bij stabiel zonnig weer. Op dergelijke dagen zorgen de bergkammen voor thermiek, waardoor er warmte en vochtige lucht vanop de natte Po-vlakte naar de toppen wordt aangezogen. Bij het opstijgen vormt dit mist. Deze mist stopt doorgaans op de kam zelf. Ze houdt aan van 10 à 11 uur ‘s morgens tot 17 à 18 h ‘s avonds. 

Op dagen met Nebbia kan je dus best vroeg vertrekken.
De Nebbia komt ongeveer 1 op 3 dagen voor. 

IMG_20200718_122532 Col Clapier.jpg

Nebbia boven Lac du Mont Cenis. De mist komt tot aan de (oude = geografische) grens ; de Franse kant van Col Clapier en Monte Guisalet blijven in de zon. 

De Retour d’Est 

Dit is een veel zeldzamer, maar veel spectaculairder weertype. Het komt 1 à 3 keer per jaar voor. In de winter kan het zorgen voor 1 à 2 m sneeuwval op één of twee etmalen. In de zomer kan het zorgen voor 100 tot 300 mm regen op één of twee etmalen. Met andere woorden veel meer neerslag dan wat er normaal op een hele maand valt.  

Voor de bergwandelaar betekent dit : 

  • Wijk tijdig uit naar Frankrijk. De gevolgen van een Retour d’Est komen in de praktijk 5 tot maximaal 10 km de grens over maar gaan zo goed als nooit verder
  • Als dat niet kan : zoek een veilige plek op en zit de periode uit. Houd na deze periode rekening met extreem lawine-risico in de winter of met lokale zware schade aan paden of wegen (door modderstromen, steenslag enz.) in de zomer. 

Wat is een Retour d’Est ? Dit is een lokale luchtstroom die ontstaat wanneer een lagedrukkern zich installeert net ten zuiden van de Alpen, boven de Golf van Genua of boven Corsica / Sardinië. Elk lagedrukgebied genereert een luchtbeweging tegen de klok in. Maar bij een lagedrukgebied op die specifiek plek gaat het om een luchtstroom die zich boven de Middellandse zee oplaadt met vocht, ongehinderd over de Po-Vlakte stroomt en daar nog verder opwarmt en natter wordt, en dan plots bruusk gevangen wordt in de halve cirkel van bergen rond Turijn. De bergen dwingen deze luchtstroom tot een stijging met ca. 3000 m op zeer korte afstand, wat zich vertaalt in extreem hevige regen- of sneeuwval.    
Het heet een “Retour d’Est” omdat ze in de praktijk vaak volgt op een gewone passage van het slecht weer die is meegebracht door diezelfde lagedrukkern wanneer die zich dag dag ervoor oostwaarts verplaatste over Frankrijk.

De Franse term “Retour d’Est” is zeer specifiek.
De Italiaanse term “Scirocco” is een stuk breder en slaat op elk type wind dat vanuit het zuidoosten over de Middellandse Zee komt en de Po-vlakte instroomt. 
De Duitse term "Genua-Tief" (depressiekern boven de golf van Genua) is eveneens een stuk breder en zal uiteraard meer inzoomen op de effecten op grensstreek tussen Oostenrijk en Italië die op zo'n moment ook stevige neerslag te verduren krijgen.

Mooie weekendweer in juli of augustus

In juli en augustus ontvluchten de locals tijdens zonnige weekends massaal de hitte van de steden in de Po-vlakte en trekken ze de bergen in. De smalle bergwegen slibben dicht, de parkings bovenaan de vallei zijn overvol. Vlot bereikbare locaties met mooi uitzicht (Valle Stretta boven Bardonecchia, het meer van Mont Cenis boven Susa, de omgeving van de Willy Jervis hut in Val Pellice, … worden gigantische picknickweides. Sportieve Torinesi trekken de bergen in te voet, trail-runnend of op de MTB. De dress-code is strak en fluo en er wordt voluit getaterd. Maar iedereen geniet, van de natuur, van de frisse lucht en van het gezelschap. En is eigenlijk op zoek naar de essentie van Piemonte : een veilige plek in het groen, met fris water in de buurt, samen met vrienden en een goed glas en lekker eten.
Dit weerfenomeen is grotendeels beperkt tot 2 à 3 h rijden rond Turijn.

Kortom : wie op zoek is naar rust en eenzaamheid trekt bij dit type weekendweer extra diep de bergen in, ver van de klassieke paden. 

Kaarten en topogidsen

Wandelkaarten

De meest bruikbare zijn van Instituto Geografico Centrale

104 : Bardonecchia, Monte Thabor, Sauze d'Oulx
105 : Sestriere, Claviere, Sansicario, Prali
106 : Monviso, Valle Varaita, Valle Po, Valle Pellice
111 : Valle Maira, Acceglio, Brec de Chambeyron
112 : Valle Stura, Vinadio, Argentera

Deze kaarten coveren alleen de hoofdkam. Met andere woorden voor de wat lagere bergen die wat verder af van de hoofdkam liggen zijn andere kaarten nodig. De wandelkaarten van Fraternali Editore zijn ook nog behoorlijk van kwaliteit en coveren wel het hele gebied.

cover-klein.jpg

Wandelgidsen

Er is veel, maar moeilijk verkrijgbaar materiaal in het Italiaans.
Klassieke gidsen gericht op dagtochten van Rother (Piemonte Sud / Piemonte Nord) in Frans. Mijn persoonlijke favoriet die je écht wegvoert van de platgelopen paden is Partisanenpfade in Piemont (Duits).

Een goede gids specifiek voor de GTA in Piemont is de Nederlandstalige GTA-website.

Interessante tochten

De grote klassieker van de streek is de Tour du Mont Viso. Dit is een ruig en gevarieerd gebied en de Monviso is langs alle kanten een imposant decor. Met meteen een waarschuwing : er is geen officiële tour du Viso. Wie gehaast is kan in drie dagen een krappe lus maken. Een lus van 6 à 7 dagen waarvan 1 à 2 in Frankrijk is een veel logischer keuze. Periode juli tot midden september. 

Wie het hele gebied van noord naar zuid wil doorkruisen volgt best de GTA “Grande Traversate Alpina” : dit is grotendeels hetzelfde als de “blauwe route” van de Via Alpina en als een deel van de Sentiero Italia. Reken op 3 zware stapweken voor het traject tussen Ceresole Reale en Col de Larche. Periode juli tot midden september. 

valle_maira_spring.jpg

Val Maira in de lente

Er zijn ook een aantal aanraders die de hoge cols vermijden en die dus uitstekend geschikt zijn voor een trekking in voorjaar of herfst. 

De  Percorsi Occitani is een relaxte tocht in 14 etappes die de alpages en bergdorpen van Val Maira verkent. Interessant voor families. Optioneel bagagevervoer. Val Maira is ook perfect voor een wintertrekking met snowshoeing. De Giro dell'Orsiera verkent de alpages en bossen van het natuurpark Orsiera Rocciavrè. Vlot bereikbaar met bv. start in station van Bussoleno, vlak bij Susa.  

Wie op zoek is naar afgelegen en ruigere stukken waar het ook in het weekend rustig is, kan terecht in de afgelegen valleien verst van Turijn. Wie een uitgezette route wil, kan bijvoorbeeld 3 lokale lussen aan elkaar knopen in de valleien boven Cuneo die telkens ook eventjes doorsteken naar de Ubaye :

Afgelegen en ook zeer geschikt om met de tent te doen. 

Tochtverslagen (new)