Trekking met kinderen: plannen & doen

Home>Trekking met kinderen: plannen & doen

 

Eenmaal je een tocht in gedachten hebt, pas je ook je planning aan je kinderen aan. Voor hen moet een trektocht net iets meer zijn dan hele dagen te voet onderweg zijn:

Tip 1: Pas het aantal wandeluren en het rugzakgewicht van je kinderen aan

Wil je het voor iedereen leuk maken, dan houd je best rekening met de fysieke mogelijkheden en interesses van je kinderen:

Baby’s en peuters (0-4 jaar) zal je nog vaak dragen. Eenmaal ze kunnen lopen, zullen ze korte stukken zelf willen stappen. Hun ritme zal bepalen wanneer je vertrekt en hoe lang je kunt doorwandelen. Met een baby tot 2 jaar kan je als het meezit 15 km halen op een dag, vooral als het kind veel slaapt. Er kruipt ook tijd in voeden, verschonen en bewegen buiten de rug-/draagzak of buggy.

“Regel één bij het wandelen mét baby (die ontdek je vrij snel): Zij geeft het ritme aan. Onze pauzes gebeuren niet wanneer we moe zijn, op een mooie plek komen, iemand onderweg tegenkomen of naar het toilet moeten. Ze gebeuren wanneer Flora wakker wordt, dat laat horen en een kwartier of langer aan de meest nabij tapa-bar met slechts één soort tapa wil hangen: moedermelk. Pech als dat op de pechstrook is, toevallig als dat bij een terrasje is. Er zit natuurlijk een kleine rek op het moment van wakker worden en het moment van stoppen. Drie tot vijf seconden. Tenzij je wil testen of Zuid-Frankrijk over een mobiel Kind & Gezin-team beschikt dat kindermishandelende ouders actief opspeurt. En ja, heel de onderneming moet ook voor Flora iets leuks zijn, wat het dus niet is als je moet schreeuwen om melk, tot je ouders een leuk bankje-met-zicht gevonden hebben. We leggen ons er bij neer, vaak zelfs letterlijk. Ook al is dat soms tussen asfalt en vangrails. Of op een kerkhof.” (uit: Wandelen met Flora, Nick Meynen)

Aan den bar... (foto: Nick Meynen).

Aan den bar… (foto: Nick Meynen).

 

Met een 3- of 4-jarige is het moeilijker om lange afstanden af te leggen omdat die langer wakker is en meer zelf wil stappen. Dat betekent dat je trager vordert omdat je bij elke plas, steen of kever een pauze zal moeten houden. Animeren, animeren en nog eens animeren. Een zestal uur onderweg lijkt toch het maximum.

Peuters en kleuters zul je nog vaak dragen, maar willen wel geanimeerd worden (foto: Nick Meynen).

Peuters en kleuters zul je nog vaak dragen, maar willen onderweg wel geanimeerd worden (foto: Nick Meynen).

 

Voor kinderen van 4 tot 6 jaar is spelen heel belangrijk. Vanaf nu is je kind te zwaar om te dragen en stapt het zelf, wat weer helemaal anders is. In het begin mik je best op 5 km voor een hele dag, later naar 7 of 8 tot maximum 10 km. Vier uur wandelen is het maximum. Laat je kind zijn eigen rugzak dragen met knuffeldier, drinkflesje en wat lekkers als dat hem of haar motiveert. Het gewicht mag maximaal 10% van het lichaamsgewicht bedragen en de rugzak moet comfortabel zitten. Investeren in een dure rugzak heeft voor kinderen van deze leeftijd nog geen zin.

Neem tijd om te spelen (foto: Bart Smets).

Neem tijd om te spelen (foto: Bart Smets).

 

Tussen 7 en 11 jaar kunnen de tochten wat langer worden. Etappes van 4 à 6 uur wandelen worden mogelijk. Af en toe mogen er wel ‘spannende’ dingen gebeuren zoals een klettersteig, een moeilijke oversteek van een riviertje, een hangbrug… Het gewicht van de rugzak mag maximaal 15% van het lichaamsgewicht bedragen.

Als je kind al wat stapervaring heeft, is klauteren een hele leuke bezigheid (foto: Bart Smets).

Als je kind al wat stapervaring heeft, is klauteren een hele leuke bezigheid (foto: Bart Smets).

 

Bij tieners van 12 tot 16 jaar staat het avontuur centraal. Het mogen al stevigere en moeilijkere tochten zijn want pubers zoeken hun fysieke mogelijkheden op. Hoe ouder ze worden, hoe zelfstandiger ze ook willen zijn. Het gewicht mag maximaal 20% van het lichaamsgewicht bedragen. Hieronder een filmpje van buitensportmagazine Op Pad die op huttentocht ging met tieners in Kroatië:

 

Let er wel op dat je ook bij kinderen moet opbouwen, onafhankelijk van de leeftijd. Bij kinderen die voor de eerste keer gaan stappen, hou je het qua wandeluren best beperkt. Een bolderkar kan dan wel handig zijn, om iets langere afstanden mogelijk te maken, en is een leuk speeltuig. Zie het filmpje van Nele Van Mieghem:

 

Tip 2: Maak het leuk

Hoogtepunten op een tocht zijn bijvoorbeeld: aankomen op een bergtop met een kruis, baden in een bergmeer, in een berghut slapen, bivakkeren in de openlucht, een kampvuur maken … In sommige berghutten kun je stempels krijgen en kunnen je kinderen hun ‘persoonlijke’ tochtenboekje laten afstempelen. Een eindverrassing zoals een pannenkoek of ijsje werkt ook nog steeds, of waarom niet een ritje op de rodelbaan.

Hieronder een Engelstalig filmpje van Alastair Humphrey, bedenker van het concept ‘micro-adventures’, die een groepje schoolkinderen op avontuur nam…op het Engelse platteland.

 

Vertel hoe het pad tot de volgende pauze eruitziet en hoe lang het nog duurt voor er gepauzeerd wordt. Zoek samen naar herkenningspunten op de kaart en op het pad, zoals bewegwijzering zoeken. Bedenk spelletjes voor onderweg (raden, woordkettingen, impro-oefeningen, memory met natuurmaterialen…), wat handig kan zijn als de route zelf tijdelijk wat minder uitdaging biedt en jouw kind wat verveeld geraakt. Laat je kind eventueel zelf mee beslissen wanneer het een pauze verdient.

Ook kleuters kunnen de kaart lezen... (foto: Nick Meynen).

Ook kleuters willen de kaart lezen… (foto: Nick Meynen).

 

Neem je tijd

Voorzie dubbel tot driedubbel zoveel tijd als normaal. Voor een peuter van ongeveer een jaar begint de aanwezigheid van dieren, dennenappels, beekjes en andere afleidingen erg belangrijk te worden. Zorg ervoor dat er gespeeld, uitgerust en geslenterd kan worden. Andere kinderen meenemen kan motiverend werken. Onderweg moet je de tijd kunnen nemen om te turen naar marmotten, gemzen, steenbokken… (neem je verrekijker mee!), om frambozen te plukken, sporen te zoeken, GR-streepjes aan te raken, spelletjes te spelen, dammen te bouwen in de beek, dennenappelgevechten te organiseren, in plassen te roeren, in een meer te zwemmen, steenmannetjes te bouwen, een spannende legende te vertellen…

Zorg eventueel ook voor wat lichtgewicht speelgoed en knutselspullen. Potloden en een schetsblok kunnen op eender welk pad boven gehaald worden en voor een extra pauze zorgen.

“Kinderen denken bij ‘bergwandelen’ meestal aan dartelende bergmarmotten, glimmende stenen, spannende paden, dammen bouwen in de beek en als beloning voor de tocht hun favoriete ijsje” (Uit: de brochure ‘Van bengel tot berggeit: Bergwandelen met kinderen” van de Nederlandse Koninklijke Bergsportvereniging).

 

Wees flexibel

Respecteer de fysieke en mentale grenzen van je kind. Als het leuk is voor de kinderen, is het ook leuk voor jezelf. Geef je kind de tijd om zelfvertrouwen te krijgen en te ontdekken wat de leuke kantjes zijn aan zo’n uitstap. Sommige kinderen huppelen vrolijk door de natuur, andere zullen zich onzeker voelen en nog niet over een goede coördinatie of conditie beschikken. Bovendien is zo een vakantie een grote onderneming waarbij je kind helemaal uit z’n vertrouwde routine wordt gehaald. De ouders zijn op dat moment hun belangrijkste houvast; geef hen dus de nodige ondersteuning en stel ze vooral gerust met wat extra verwennerij. Wees complimenteus en feliciteer hen met hun prestatie!

Daarnaast is het zeker nuttig om voldoende uitwijkmogelijkheden in je route te voorzien: Zijn er zijpaden om de route in te korten? Zijn er onderweg hutten om uit te rusten, te schuilen of vroeger te overnachten dan voorzien? Waar kruis je een weg met openbaar vervoer?

De natuur ontdekken (foto: Nick Meynen).

De natuur ontdekken (foto: Nick Meynen).

 

Eten en drinken

Regelmatig pauzeren is de boodschap, want de energiereserves bij kinderen zijn een stuk kleiner dan bij volwassenen. Voorzie minimaal 1 à 2 liter drank per dag per kind en kies voor iets lekkers zoals lichte limonade of thee. ’s Middags wordt een brikje chocolademelk of een fruitsapje enthousiast onthaald.

Regelmatig eten en drinken is de boodschap (foto: Arvid Dujardin).

 

Hou het veilig

Kinderen schatten niet altijd goed gevaren in, maar zijn over het algemeen wel goed geconcentreerd op moeilijk terrein. Als je kind hoogtevrees heeft of onzeker is, zet het dan niet onder druk maar blijf het rustig begeleiden. Ben je zelf niet erg op je gemak op grote hoogtes of op moeilijke paden, blijf er dan met je kinderen uit de buurt. Zorg dat je kinderen niet uit het gezicht verdwijnen, tenzij op een duidelijke weg. Eventueel kun je je kinderen extra beveiligen met een kort wandeltouw dat je strak houdt bij een moeilijke passage.

“Op tocht in het Turkse Cappadocië zorgt het landschap zelf voor genoeg inspiratie én avontuur voor  kinderen vanaf 7-8 jaar. Uitgehakte treden naar hogergelegen grotwoningen, kleine gangetjes en donkere holen bieden heel wat uitdaging. Belangrijk is vooral oog hebben voor veiligheid (valrisico, steenslag en eventueel instortingsgevaar) én ook tijd voorzien om die avonturen te kunnen beleven. Ik heb speciaal ook een 20m wandeltouw mee om de steilste passages wat toegankelijker te maken.” (Bart Smets)

Wandelen in Cappadocië (foto: Bart Smets).

Wandelen in Cappadocië (foto: Bart Smets).