Een marsplen is een stapschema op papier. Het geeft aan wat je te wachten staat en hoe lang je er denkt over te doen om op je eindpunt (of terug bij je beginpunt) te geraken. Zo’n plan is noodzakelijk wanneer je overnacht in hutten en je overnachtingsplaatsen moet reserveren. Wie kampeert, heeft meer flexibiliteit om zijn etappes in te delen, maar je moet natuurlijk wel een idee hebben hoeveel wandeluren je nodig hebt voor je trekking.

Algemene tips

Soms zijn je etappes vooraf bepaald. Wie binnen slaapt, zal hoedanook rekening houden met het aanbod aan overnachtingsmogelijkheden en zijn etappes daar vaak aan moeten aanpassen. Wie kampeert, heeft meer vrijheid.

Enkele algemene tips:

  • Etappes zijn gemiddeld 5 à 7 u lopen. Het kan langer, maar zorg voor een afwisseling van zwaardere en lichtere dagen. Je moet namelijk ook 1 à 2 u pauze voorzien. Dat betekent dat je dus al snel een hele dag op weg bent. Genieten blijft de boodschap.
  • Het is beter je etappes wat voorzichtig in te schatten en indien nodig ter plaats uit te breiden door een langere route te nemen of een extra bergtopje te doen. Omgekeerd is het soms moeilijker om etappes korter te maken omdat je overnachtingsplaats of eindpunt bereikt moet worden.
  • Bouw tijdens de eerste dagen van je tocht het aantal wandeluren op en gun jezelf de tijd om in te lopen. De eerste dagen zijn altijd wat wennen, na 3-4 dagen zal je langere stapdagen veel beter aankunnen.

etappe 1.jpg

Hoe lang je ook onderweg bent of wilt zijn, de weg is het doel! (foto: Debbie Sanders)

Hoe ziet een etappeplan er uit?

Per etappe schrijf je volgende zaken op: begin- en eindpuntaantal kilometers (afstand), positieve hoogtemeters (aantal meter klimmen), negatieve hoogtemeters (aantal meter dalen) en wandeluren.

Je kan er ook aandachtspunten opnemen rond het terrein en de route. Het is ook aan te raden om alternatieve routes of mogelijke inkortingen te voorzien als je voor één of andere reden je route moet aanpassen door vb. slecht weer of een mindere dag.

Sommige bergwandelaars delen de etappe nog eens op in deeltrajecten en bereken de wandeltijd per onderdeel. Dit kan handig zijn om op te volgen of je op schema bent, maar vergt wel wat meer voorbereiding.

Wie meerdere dagen onderweg is, voegt ook overnachtingsplaatsen en bevoorradingsmogelijkheden toe.

Een rekenbladprogramma is een handig instrument om informatie te structureren en eventueel wandeltijden na te rekenen. Hiking Advisor heeft voor jullie een voorbeeld voor een eenvoudig wandelschema opgesteld met daarbij ook wat uitleg hoe je een grafiek met hoogteverschillen maakt.

etappe 2.jpg

Een voorbeeld van een reisschema voor een 7-daagse kampeertocht in de Vanoise.

Hoe bereken ik het aantal wandeluren?

Wie een wandelgids gebruikt, kan meestal daaruit bovenstaande informatie afleiden. Al kan het ook dan nuttig zijn om de wandeluren na te rekenen om te zien of die realistisch ingeschat zijn. Als je een route uitstippelt op kaart, dien je uiteraard zelf afstanden, hoogtemeters en wandeltijden te bepalen.

Afstanden en hoogtemeters kan je vaak halen uit een wandelgids. Als je enkel een kaart voorhanden hebt of de wandeltijd uit de gids wilt narekenen, dan kan je als volgt tewerk gaan:

(1) Het aantal kilometers kan je afmeten bijvoorbeeld door de rand van een blad papier naast je route te leggen. De schaal van je kaart vb. 1:25.000 geeft aan dat 1cm op de kaart 25.000cm of 0,25km is op het terrein Stel dat je 40cm hebt gemeten, dan betekent dit 40 * 0,25 = 10 km.

etappe 3.jpg

Door de rand van een blad te gebruiken, en de afstand over te tekenen, kan je makkelijk afmeten hoeveel centimeters je route op kaart bedraagt.

(2) Het aantal hoogtemeters leidt je af uit de hoogtelijnen op je kaart. Je neemt het verschil tussen de waarde van de laagste hoogtelijn en de hoogste. Dit ga je voor elke klim en afdaling moeten doen. Dan tel je respectievelijk het aantal klimmeters op, en het aantal daalmeters op.

Soms staan de hoogtes aangeduid op een kaart, soms zal je zelf moeten de hoogtelijnen tellen (bekijk in de legende hoeveel meter er tussen de hoogtelijnen zit). Hoogtelijnen ‘lezen’ vergt wat oefening, een cursus kaart en kompas kan daarvoor handig zijn. Via software kan je ook afstanden en hoogtemeters berekenen, al kom je dan vaak een stuk hoger uit dan als je het op basis van de kaart doet. Je doet het dus best op papier anders zit de kans erin dat je het aantal wandeluren gaat overschatten. Zo’n software is niet goedkoop maar heeft wel als voordeel dat je zelf kaarten kan afdrukken en overzichtskaartjes maken. Voor de meest West-Europese landen vind je dergelijke dvd’s in gespecialiseerde reisboekhandels of rechtstreeks bij de uitgever.

etappe 4.jpg

Met Géorando (Frankrijk) kan je afstanden en hoogtemetersvoor je route berekenen.

(3) Het aantal wandeluren bereken je op basis van de kilometers, de positieve hoogtemeters en de negatieve hoogtemeters. Zeker in de bergen is het nodig om dit te berekenen. Je zal er namelijk niet zoveel afstand afleggen maar door de grote hoogteverschillen kan je toch vrij lang onderweg zijn.

Gemiddeld wordt uitgegaan van 4km per uur, 300m stijgen per uur en 500m dalen per uur:

  • Horizontale uren: aantal kilometer/4 = aantal uren voor de afstand (vb. 16 km aan 4 km/u = 4 uur)
  • Verticale uren: aantal meter stijgen/300 + aantal meter dalen/500 = aantal uren stijgen/dalen (vb. 1200m stijgen aan 300m/u + 1000m dalen aan 500m/u = 6u)
  • Som van uren = grootste getal + kleinste getal/2 (vb. 6u + 4u/2 = 8u)

Het aantal wandeluren hangen niet enkel af van afstand en hoogtemeters maar ook van (1) je uithouding en stapervaring, (2) het weer en (3) het terrein.

Uithouding

Wie beschikt over wat basisuithouding, zou wandeldagen tot 6 à 7u en een cumulatief hoogteverschil (som van aantal positieve en negatief hoogtemeters) tot 1500 à 2000m, moeten aankunnen. Heb je weinig uithouding, dan haal je beter het aantal wandeluren en aantal hoogtemeters naar beneden. 5u wandelen en 1000 gecumuleerde hoogtemeters  is dan een mooi gemiddelde.

Wie een sterke uithouding heeft en ook al wat stapervaring heeft opgedaan, zal meer wandeluren aankunnen en sneller hoogtemeters kunnen overbruggen. Dan kan je uitgaan van 400m stijgen per uur en 600m dalen per uur. Toch blijft het nodig om ook af en toe rustigere dagen in te lassen, om wat extra te recupereren.

Wie zijn volledige kampeeruitrusting mee heeft, zal merken dat de zwaardere rugzak het wandeltempo wat naar beneden haalt.

etappe 5.jpg

Verschillen in tempo hebben vaak met uithouding en ervaring te maken. In de groep bepaalt de ‘zwakste’ het tempo (foto: Debbie Sanders).

Het weer

Het weer valt niet altijd te voorspellen, maar vooraf tracht je toch een idee te krijgen hoe warm en nat het gemiddeld is in je reisperiode. Uiteraard kan de realiteit heel wat afwijken, raadpleeg daarom altijd het weerbericht, als het kan op dagelijkse basis.

Bij erg warm of koud weer wandel je best wat minder kilometers. Is het heet, dan kan je overwegen om tijdens de warmste uren te pauzeren. Dan vertrek je ’s morgens vroeg en wandel je eventueel nog wat door in de avonduren. Zorg ook voor voldoende water.

In het hooggebergte is het zelden te warm maar kunnen er wel warmteonweerders plaatsvinden op warmere dagen. Ze komen vaak in de late namiddag voor. Ook dan is het nuttig om vroeg te vertrekken en te zorgen dat je tegen het onweer op lagere hoogtes bent.

etappe 6.jpg

Je route zoeken in mistig terrein kan je ook een hoop tijd doen kwijtspelen.

Terrein

Wandelen over een goed uitgetreden pad gaat snel vooruit. Je mag dan snel rekenen op 4 à 5 kilometer per uur. Als het terrein erg modderig is of je moet laveren over blokkenvelden, dan kan je snelheid terugvallen tot 2 kilometer per uur.

Ook ter plekke kan je aan toeristische bureaus of huttenwaarden vragen hoe een route erbij ligt. Bovendien speelt ook het weer een belangrijke rol. Heeft het al weken niet geregend dan liggen de paden er vaak een stuk beter bij dan als het alsmaar nat is geweest. Gladde rotsen zijn ook een stuk verraderlijker dan droog terrein, je zal dan nog voorzichtiger en dus trager zijn.

etappe 7.jpg

Op zwaar terrein waar je bij elke stap moet nadenken, loopt de snelheid snel terug (foto: Debbie Sanders).

Hoe calculeer ik wandeldagen in?

Rustdagen hoeven niet maar kunnen nuttig zijn voor wie nood heeft om fysiek en mentaal uit te rusten. Als je erg lange tochten maakt van bijvoorbeeld 2 weken of langer, dan kan een rustdag wel nodig zijn.

Soms neem je ze gedwongen als het weer echt slecht is. Als je kan kiezen, neem je rustdag dan in een dorp of stadje waar er nog iets te beleven valt. Dan kan je het combineren met wat cultuur en ook meteen herbevoorraden.

De geoefende stapper zal een volledige rustdag vaak te lang vinden. Daarom is het interessanter om bijvoorbeeld 1 dag per week een rustigere wandeldag in te lassen waarbij je maar een halve dag stapt. Dan kom je aan in de vroege namiddag en heb je wat extra uren rust voor het avondeten of om boodschappen te gaan doen. Dan kan je er eventueel ook voor opteren om eens binnen te slapen of je tentje op een camping te zetten, genieten van een deugddoende douche en eens de lokale keuken te gaan uitproberen.

etappe 8.jpg

Een halve rustdag op een kampeertrekking wordt ingevuld door een typisch Italiaans restaurantje (foto: Debbie Sanders).

Wat met reservedagen?

Een reservedag kan nuttig zijn als je je route onvoldoende flexibel kan aanpassen en je sterk afhangt van de weersomstandigheden of de condities op het terrein. Dan zorg je best voor wat speling van een halve of volledige dag. Hoe langer je tocht, hoe meer speling je best voorziet. Voorzie dan wel iets van mogelijke activiteiten mocht je die reservedag toch niet nodig hebben.

Een andere mogelijkheid is je route zo plannen dat je kan inkorten waar nodig of een alternatief eindpunt achter de hand hebt. Inkortingsmogelijkheden plan je best zo laat mogelijk in je tocht, bijvoorbeeld de laatste of voorlaatste dag omdat je nooit weet hoe het weer kan omslaan in enkele dagen tijd.

etappe 9.jpg

Een reservedag na een trektocht: nog een dagje stappen of lekker luieren op het strand? (foto: Debbie Sanders)