In elk berggebied met voldoende sneeuw waar je boven de boomgrens kan wandelen, dreigt er het ‘witte gevaar’. Niet enkel in de Alpen en de Pyreneeën, maar ook in middelgebergtes zoals de Vogezen, de Schotse Hooglanden of bergachtige streken in Scandinavië. Elke winterhiker moet zich dus bewust zijn van het lawinerisico.

Volg een cursus

Lawinekunde is geen eenvoudige materie, het is niet voor niets één van de zwaarste onderdelen van de opleiding tot professionele berggids. Dit artikel heeft enkel als doel om te informeren en sensibiliseren maar vervangt geenszins een volwaardige cursus lawinekunde en het stap voor stap opdoen van ervaring!

Elk jaar kan je een dagopleiding sneeuw- en lawinekunde volgen bij één van de clubs van de Klim- en Bergsportfederatie. Er worden ook diverse stages georganiseerd. Het aanbod vind je hier. Hiking Advisor vzw biedt ook samen met andere clubs een ganse opleiding tot zelfstandig sneeuwschoenwandelaar aan waar dit thema in vervat zit.

Oorzaken van lawines

Een lawine is een grote massa sneeuw, ijs, rots, puin of modder die van een helling omlaag komt. In de winter gaat het natuurlijk vooral om sneeuwlawines, al kunnen die soms wel erg destructief zijn en er bijvoorbeeld voor zorgen dat bos van de kaart worden geveegd. 

Er zijn diverse factoren die het risico op breuken in het sneeuwdek en dus op sneeuwlawines beïnvloeden:

  • Het sneeuwprofiel: de kwantiteit en vooral de kwaliteit van de sneeuw hebben een grote invloed op het lawinerisico. Gedurende de winter zorgen periodes van sneeuwval voor de opbouw van het sneeuwdek. Elke sneeuwlaag heeft zijn eigen kenmerken, afhankelijk van de temperatuur, de wind, de neerslag, enz. Als deze lagen weinig onderlinge binding hebben, kunnen er makkelijk breuken ontstaan.
  • Het terrein: Ruggen en kammen zijn doorgaans veiliger dan geulen, couloirs en trechters waar sneeuw zich ophoopt en lawines van bovenaf doorheen kunnen razen. Let wel op voor corniches bij bergkammen (zie ‘wind’).
  • De hellingsgraad: vanaf 30° spreekt men al van een steile helling, vanaf 35° van zeer steile en vanaf 40° van extreem steile hellingen. Tot 30° is het lawinegevaar beperkt maar niet uitgesloten. Vanaf 35° neemt het gevaar exponentieel toe. Tussen 35 en 40° vallen de meeste slachtoffers.
  • De wind zorgt voor afbraak van sneeuwkristallen en voor grote verplaatsingen van sneeuw. Sneeuw cumuleert zich in vaak in geulen en langs de lijzijde van de bergkam. Corniches zijn daar een perfect voorbeeld van. Het is één van de belangrijkste factoren bij het verklaren van lawines.
  • Regen verzwakt de sneeuwlaag door de afbraak van sneeuwkristallen. Als op korte tijd veel verse sneeuw valt, dan stijgt het lawinegevaar tijdelijk sterk. Deze dikke laag heeft nog geen cohesie met de laag eronder en kan door het grote gewicht snel gaan schuiven.
  • De temperatuur heeft een sterke invloed op de kwaliteit van de sneeuw. Opeenvolgende dooi- en vriesperiodes zorgen voor een sterkere binding. Blijft het erg koud, dan blijft het lawinegevaar hoog.
  • De oriëntatie van de helling: bepaalt hoe snel de sneeuwlaag kan stabiliseren. Op schaduwflanken (NW tot NO) duurt dit proces veel langer omdat overdag de temperatuur vaak niet hoog genoeg oploopt. Daarentegen kunnen in de lente op zuidgerichte hellingen zich natte sneeuwlawines voordoen als de temperatuur te hoog oploopt.
  • En uiteraard is er de mens: op sneeuwschoenen zorg je voor een meer verspreide belasting, maar ook dan geef je druk op de sneeuwlaag. Hoe harder de sneeuwlaag, hoe beter die kracht zich verspreidt en dus hoe kleiner de belasting. Hoe meer bergwandelaars, hoe groter de druk. “Houd op lawinegevaarlijke hellingen altijd voldoende afstand (vb. 20m), ook als je onderlangs een steile helling passeert. Je kan ook een lawine veroorzaken van beneden uit!

Schaal van lawinegevaar

In de meeste Europese berggebieden worden tijdens het winterseizoen dagelijks lawinebulletins opgemaakt met een duiding van het algemeen lawinerisico. Onderaan dit artikel hebben we een tabel opgenomen met nuttige links per land.

Zonder lawineberichten ben je in Oost-Europa op je eigen kennis van lawinekunde aangewezen. Alleen al het gebrek aan informatie maakt het er duidelijk risicovoller om er op stap te gaan dan in de Alpen (Rila, Bulgarije – Debbie Sanders).

Voor het lawinerisico bestaat er een internationale standaardindeling van 1 tot 5. Het risico stijgt exponentieel met het cijfer. Risico 2 en 3 komen in het hooggebergte het meest voor. In periodes van veel sneeuwval stijgt het risico vaak tot 4 of zelfs 5. De ongevallenstatistieken leren dat de meeste ongevallen gebeuren bij lawinegevaar 3.  Je hebt dan namelijk heel wat kennis en ervaring nodig om goed in te schatten wat wel en niet kan. Het is soms verbazend hoeveel mensen gewoon in elkaars kielzog volgen.

1 Gering risico Slechts sporadisch lawines bij grote belasting (groepen mensen, voertuigen of springladingen) of op steile hellingen. Doorgaans veilig.
2 Matig risico Het sneeuwdek heeft zich op sommige plaatsen matig gezet. Grote of kleine belasting op steile hellingen kunnen een lawine veroorzaken. Vermijd de risicozones.
3 Aanzienlijk risico Het sneeuwdek heeft zich op vele hellingen matig of slecht gezet. Al bij kleine belasting   kunnen lawines starten, zelfs aan de voet van de helling. Middelgrote tot grote spontane lawines komen voor. Beperkte mogelijkheden voor tochten.
4 Groot risico Het sneeuwdek heeft zich op alle hellingen slecht gezet. Lawines komen bij kleine belasting voor. Spontane lawines. Zeer beperkte mogelijkheden voor tochten mits goede kennis van lawinekunde.
5 Zeer groot risico Grote spontane lawines, ook op minder steile hellingen. Thuisblijven is de boodschap.

Omdat er zoveel factoren meespelen, geeft deze schaal enkel een gemiddeld gevaar voor de regio weer. Lokaal kan het risico veel hoger of veel lager zijn. Zelfs op eenzelfde flank is het lawinerisico niet overal gelijk.

    Rekening houden met lawinegevaar tijdens de tochtvoorbereiding

    Voorkomen is beter dan genezen. Rekening houdende met de diverse factoren die bijdragen aan het lawinegevaar, komt het er op om je tocht goed voor te bereiden. Soms zijn er (blauwe) winterroutes aangeduid op de kaart, dit zijn toerskiroutes die soms ook geschikt zijn voor sneeuwschoenwandelaars (als ze niet te steil zijn). Dit zijn vaak de meest aangewezen routes in de winter maar zeker niet lawineveilig!

    Enkele tips op een rijtje:

    Stap 1

    Kies een wandelgebied uit die in eerste instantie past bij jouw kennis en ervaring met het inschatten van lawinegevaar. Op onze pagina's rond bestemmingen voor winterhikers (beginners - lichtgevorderd - ervaren) wordt een indeling gemaakt. Bovendien kan je je reisperiode ook mee bepalend zijn. Wil je al vroeg in het winterseizoen op stap, dan kies je beter minder lawinegevaarlijke regio’s uit. De lagere temperaturen zorgen er namelijk voor dat verse sneeuw minder snel stabiliseert.

    Stap 2

    Indien je een gebied opzoekt waar er lawinegevaar kan zijn, volg een cursus lawinekunde bij een bergsportfederatie. Dit is een dagopleiding waarbij men eerst wat basisprincipes uitleg van lawinekunde en je daarna leert omgaan met lawinebieps.  Wie ambities heeft in het hooggebergte, raden we absoluut aan een stage in de bergen te volgen waar je praktijkervaring kan opdoen op het terrein onder leiding van ervaren wintersporters.

    Stap 3

    Bekijk je route in detail op de kaart en duidt lawinegevaarlijke stukken aan door diverse bronnen samen te nemen:

    • Op basis van kaartkenmerken kan je zelf al lawinegevaarlijk terrein identificeren: hellingsgraad (vanaf 30°), open terrein, oriëntatie (noordelijke hellingen). Lawines kunnen soms ver reiken tot in het dal als de weg vrij is (vb. couloirs). Betalende tools als whiterisk.ch en Alpenvereinaktiv maken het mogelijk om aan de hand van kleurenschakeringen snel te zien wat de steilere hellingen zijn.
    • Informatie rond (visuele) terreinkenmerken kan je aanvullen door de satellietopnames en foto’s van gebruikers te bekijken op Google Earth.
    • Voor sommige gebieden bestaan er kaarten en studies met een overzicht van lawinegevaarlijke plaatsen. Deze zijn gebaseerd op observaties en metingen en/of historische gegevens van eerdere lawines en getuigenissen. Let op, dat betekent niet dat er enkel daar lawines kunnen voorkomen. Ze kunnen je wel helpen om de kaart beter te interpreteren. 

    Hoe er rekening mee dat hoe hoger het lawinegevaar is (zie bovenstaande schaal), hoe ruimer de lawinegevoelige gebieden worden op het terrein. De stop-or-go-techniek van de Oostenrijkse Alpenvereniging is hierbij een heel goed beslissingsinstrument dat ook bij de KBF als standaard wordt gebruikt.

    Afbeeldingsresultaat voor stop or go

    Stap 4

    Je route blijft altijd erg afhankelijk van het lawinegevaar. Hoe meer ‘sleutelpassages’ je in stap 3 hebt geïdentificeerd, hoe flexibeler je planning zal moeten zijn. Dat betekent dat je genoeg alternatieven achter de hand moet hebben bij een verhoogd lawinerisico. Zorg voor 3 plannen: 

    • Plan A: lawinegevaar 1 of 2: quasi alles is mogelijk, je zal vooral moeten rekening houden dat de technische beperkingen van het sneeuwschoenwandelen (vanaf 30-35°) wordt het al heel lastig om nog uit de voeten te kunnen.
    • Plan B: lawinegevaar 3: de mogelijkheden zijn sterk beperkt omdat je rekening moet houden met de ganse bergflank waaronder of waarop je je beweegt als deze zwart ingekleurd is in je lawinebericht (die moet <35° zijn). 
    • Plan C: lawinegevaar 4: sneeuwschoenwandelen is bijna onmogelijk geworden tenzij op een (hoog)plateau of dicht bebost gebied (voor zover er geen groot lawinegevaar boven de boomgrens dreigt)

    Stap 5

    Je neemt ook de tijd om na te gaan waar je terecht kan voor lawinebulletins. Bij je vertrek moet je over een recent bulletin beschikken maar ook tijdens een meerdaagse tocht moet je zoveel als mogelijk informatie inwinnen (berghutten, telefoonnummer van de meteodienst, app voor smartphones…). Soms kan je thuis iemand vragen om op de hoogte te houden. Hou er enkel rekening mee dat niet in elke gebied het GSM-bereik even goed is.

    Voorbeeld van een lawinebericht in de Franse Alpen, opgemaakt door Metéo France. Daar hoort nog een bijhorende tekst bij waar meer detail gegeven wordt over de staat van het sneeuwdek en de precieze gevaren.

     

      Evalueer tijdens je trektocht regelmatig de condities

      Tijdens je trektocht komt het er dus op neer om elke dag en op diverse momenten de situatie ter plaatse te evalueren. Je hebt enerzijds je tochtvoorbereiding en anderzijds de actuele condities (het lawinebericht, het weer, staat van het sneeuwdek…).

      Om bergsporters te helpen op het terrein de juiste beslissing te nemen, zijn verschillende methodes ontwikkeld. Zo heeft de OeAV (Oostenrijkse Alpenvereniging) een vereenvoudigde ‘stop or go’-kaart ontworpen om ook leken de kans te geven het risico goed in te schatten. In de shop van de OeAV kan je deze kaart en begeleidende dvd’s aankopen, als je een woordje Duits kan natuurlijk.

      Al blijft een opleiding eigenlijk noodzakelijk om zo’n instrument goed te gebruiken. Het nemen van de juiste beslissingen is namelijk verre van makkelijk en je moet met heel wat factoren rekening houden.

        Neem de juiste veiligheidsuitrusting mee: Bieps, sonde en schop

        Als je dan toch in een lawine terecht komt, dan heb je best het juiste materiaal bij om hulp te kunnen bieden of om zelf geholpen te worden. Belangrijk is dat het zoekproces gestructureerd en efficiënt verloopt want na 15 à 18 minuten dalen de overlevingskansen sterk, vooral door gebrek aan zuurstof. Een lawinebieps, een sonde en een schop behoren tot de verplichte basisuitrusting:

        Met de lawinebieps kan je signalen uitzenden en ontvangen. Standaard staat de lawinebieps op zenden, voor het geval je zelf onder een lawine bedolven raakt. Maar een degelijke bieps moet ook over een zoekfunctie beschikken. Je start op het punt waar je het slachtoffer het laatst gezien hebt en loopt dan in rechthoekige zigzags de helling af. Worden de signalen intenser, dan kan je ongeveer lokaliseren waar het slachtoffer zich bevindt. Let op, je hebt maar maximum één uur met een volle batterij! Neem dus altijd reservebatterijen mee. De sonde gebruik je om precies te bepalen waar en hoe diep je moet graven, ook wel ‘fijnzoeken’ genoemd. Je sondeert gestructureerd tot je op iets zachts prikt. Daarna begin je te graven, best zo efficiënt mogelijk manier door aan de ‘lage’ zijkant van het slachtoffer te beginnen.

        Het vrijmaken van mond en keel is het eerste aandachtspunt. Kantel het hoofd naar achter. Ademt het slachtoffer uit zichzelf, dan leg je hem of haar in een stabiele zijligging. Ademt het slachtoffer niet, dan is het tijd voor mond-op-mondbeademing, zelfs als hij nog niet helemaal uitgegraven is. In een EHBO-cursus bij het Rode of Oranje Kruis leer je deze handelingen. Probeer warmteverlies zo veel mogelijk te voorkomen via een reddingsdeken en noodbivakzak. Een degelijke EHBO-kit hoort met andere woorden ook tot je uitrusting.

        Dit artikel van de NKBV vat alles samen.

        Lawinebieps (LSZA)

        Moderne bieps hebben drie antennes. Waar je vroeger enkel op het geluid kon afgaan, geven de nieuwere modellen nu ook een richting aan en een (relatieve) afstand tot het slachtoffer. Je kan er nu zelfs zien hoeveel slachtoffers er zijn en wie er nog een teken van leven geeft op basis van de hartpulsen.

        Met de aankoop van zo’n toestel ben je ongeveer € 300 à 400 kwijt. Het is zeker om eens na te gaan of er setprijzen zijn (=schop + sonde + bieps), dan kan je soms voor 350 € al een veiligheidsuitrusting hebben met een prima apparaat.

        Een update van de software is soms ook nuttig (al snel € 30).

        Bieps kunnen ook gehuurd worden, zowel in bergsportzaken in Vlaanderen als in het buitenland. Opgelet, dit zijn soms nog twee of zelfs één antenne-toestellen en zijn af te raden. Leer er hoedanook op voorhand mee werken. Neem altijd extra batterijen mee op tocht en check elke morgen het zend- en ontvangsignaal!

        Onderstaande filmpje legt uit hoe je met een lawinebieps werkt:

        Airbag

        Steeds vaker wordt een lawine-airbag aanbevolen als aanvulling op de klassieke uitrusting en heeft de voorbije jaren zijn strepen verdient. Het systeem is in een rugzak geïntegreerd en tracht te voorkomen dat je bedolven wordt. Het bestaat uit twee grote airbags, die door een persluchtpatroon worden gevuld wanneer je aan een hendel trekt. Zo’n airbag vergroot je overlevingskansen om verschillende redenen:

        • Doordat je – met airbag – groter en relatief licht bent, heb je meer kans om op de lawine te blijven drijven in plaats van erin weg te zakken.
        • Mocht je toch diep in een pak sneeuw terechtkomen, dan heb je door je grotere volume meer kans op ademruimte.

        Het onderstaand filmpje legt uit wat het principe is:

        Er bestaan verschillende modellen, maar de belangrijkste merken zijn ABS en Snowpulse. Dit soort rugzakken is geschikt voor wie dagtochten onderneemt of in hutten overnacht omdat het volume van de rugzakken niet erg groot is en het airbagmateriaal voor een hoger gewicht zorgt. Het prijskaartje zal je er ook moeten bijnemen. Een artikel over lawineairbags vind je in het magazine van de NKBV (2013 nr. 1) (p.59-62).

        Een voorbeeld van hoe een lawine-airbag werkt in de praktijk (in het beste geval):

        Lawinebulletins

        Via www.avalanches.org kan je nagaan waar je lawinebulletins kan vinden.

        Enkele Interessante links per land vind je in onderstaande lijst.
        Hou er wel rekening mee dat in zowat alle landen de informatie enkel in de eigen taal beschikbaar is.

        Frankrijk

        • Op Meteo France vind je weerberichten (tabblad ‘Prévisions’) en lawinebulletins (tabblad ‘Bulletins Avalanches’).
        • Op https://www.avalanches.fr/ kan je kaarten visualiseren waar al lawines gebeurd zijn (kies links bij ‘Fonds de carte’ voor ‘Scan 25 Couleur’: op die manier heb je een kaart, daarna klik je op ‘CLPA’ om het bereik van de voorbije lawines te zien te krijgen). Ook bij géoportail kan je deze   risicozones visualiseren (klik links bij ‘risques naturels’ de drie opties van CLPA aan). 
        • Voor de Vogezen is er een interessante studie gemaakt die volgend kaartje opleverde voor het gebied rond de Hohneck.
        • In dit interessant artikel vind je vermelding van gebieden in het Centraal Massief, Jura en Vogezen waar reeds lawine-ongevallen gebeurden.

        Duitsland

        Finland

        Italië

        Oostenrijk

        • Elke regio heeft zijn eigen site met lawineberichten Links naar lawinebulletins per regio. Samen werken ze wel aan één overzichtskaart met een bijhorende App.
        • Sommige regio’s hebben ook overzichtskaarten met een kleurindeling volgens hellingsgraad vb. Tirol (geel = 30-35°, oranje 36-40°, rood >40°). In Salzburg is er GIS-toepassing (Hangneigung vind je onder ‘Höheninformation’, ga naar een voldoende kleine schaal om dit te kunnen aanvinken).
        • Er bestaan ook blogs met berichten uit het terrein vb. Tirol.

        Noorwegen

        Schotland

        Spanje

        Zweden

        Zwitserland

        • Het CLF maakt lawinebulletins op. Ze maakten ook een App ‘White risk’.
        • Voor de Jura wordt enkel een lawinebulletin opgemaakt van zodra het algemeen risico 3 is. Er is wel een lokale berggids die bulletins voor de Jura opstelt.
        • Er bestaan ook topografische kaarten met winterroutes voor toerskiërs en sneeuwschoenwandelaars waarop de hellingen van 30° in het rood zijn gekleurd. De schaal 1:50.000 is iets minder bruikbaar voor precieze winternavigatie, en de kaarten worden dus best naast deze van 1:25.000 gelegd.

        Nuttige bronnen

        • Handboek Alpien gevaren, Robert Steenmeijer, ISBN: 9043905445
        • Winter skills, Andy Cunningham and Allen Fyffe, ISBN: 0954151135 (Engelstalig)