Er kan overal gewandeld worden. De keuze aan wandelroutes is heel ruim, ook in eigen land. Je kiest een bestemming uit in functie van je ervaring en fysieke conditie maar ook je interesses. Je gaat best stap voor stap te werk. We maken een “vereenvoudigd” onderscheid tussen drie types gebieden:

(1) Heuvelachtig terrein of laaggebergte is een ideale start. Je hoeft niet ver te reizen: de Belgische Ardennen, Eifel, Pfalzerwald, de Côte d’Opale liggen op enkele uren rijden.  Ideaal voor beginners dus of voor wie er tijdens het jaar op uit wil trekken.

Je kan er het hele jaar door op stap, al is het in de winter een stuk kouder dan in de zomer. Afhankelijk van het gebied, kunnen de hoogteverschillen tijdens een dagetappe aardig oplopen. Qua techniciteit ga je weinig verrassingen tegenkomen, het gaat vaak over duidelijke paden en uitzonderlijk is het eens wat avontuurlijker.

Langs les Echelles de Rochehaut in de vallei van de Semois: een avontuurlijke tocht in België! (foto: Debbie Sanders)

(2) Een volgende stap zijn de middelgebergtes zoals Vogezen, Zwarte Woud, Centraal Massief, Vercors maar ook exotische eilanden als Madeira, La Palma, Tenerife nemen we hierbij. Ze zijn een goede opstap naar het grotere werk. De klimmen en afdalingen worden langer, het terrein grilliger en de weersomstandigheden gevarieerder.

Ook een middelgebergte als de Vercors biedt fantastische uitzichten (foto: Debbie Sanders).

Afhankelijk van het gebied en de route kan het gaan van uitgetreden paden tot modderige stukken, grint, steenblokken, oude sneeuw en soms wat klauterstukjes. De hoogteverschillen worden groter. Tracht je vooraf een idee te vormen van het terrein door het lezen van wandelgidsen of reisverslagen en het contacteren van trekkers die de route al gelopen hebben.

In het middelgebergte kan je in gewone condities wandelen vanaf april tot november. In de wintermaanden zijn de weersomstandigheden een stuk guurder. De maanden januari tot maart ligt er soms voldoende sneeuw om met sneeuwschoenen te wandelen maar dat hangt van jaar tot jaar af. Er is geen sneeuwzekerheid.

Op de exotische eilanden is het klimaat vaak milder en kan je het hele jaar door wandelen.

Winter in de Vogezen, sneeuwzeker ben je niet maar het weer kan op de crête wel guur zijn (foto: Debbie Sanders).

(3) Intussen heb je al wat ervaring opgebouwd en kan je je wagen aan het hooggebergte of desolate gebieden. De Schotse of Scandinavische bergen reiken misschien minder hoog (de hoogste top is 2469m in Noorwegen), de weersomstandigheden zijn vergelijkbaar met grotere hoogtes in de Alpen en Pyreneeën. Ook in IJsland ga je beter goed voorbereid op pad zelfs op zeeniveau.

Het zomerseizoen is erg kort: pakweg vanaf mid-juni tot eind september. Afhankelijk van de regio en het weer tijdens de winter en lente, kunnen er tot diep in de zomer sneeuwvelden liggen, tips voor staptechnieken op oude sneeuw vind je in dit artikel. Bij slecht weer is het zelfs mogelijk dat er midden de zomervakantie op hoogte verse sneeuw valt, al blijft die dan meestal niet zo lang liggen.

Midden juni in de Zwitserse Alpen: door het slechte voorjaar van 2013 ligt er nog meer sneeuw dan normaal (foto: Debbie Sanders).

Ook in deze gebieden heb je routes van diverse moeilijkheidsgraden. De kans op zwaar terrein is evenwel groter dan bij laag- en middelgebergtes. Ook hier komt het er op aan je goed te informeren over de route. Enkel in de Alpen wordt er gebruik gemaakt van diverse kleuren om het verschil in moeilijkheidsgraad aan te duiden. In de andere landen moet je afgaan op wat de wandelgids vertelt en ervaringen van hikers (maar ook die variëren sterk, in functie van de condities en eerdere ervaring).

In het hooggebergte, hier de Maritieme Alpen, kom je vaak moeilijker terrein tegen en zijn de hoogteverschillen groter (foto: Debbie Sanders).

In april en mei mag het in de lage landen dan al lente zijn, in het hooggebergte is het nog winter. Enkel ervaren zomerhikers kunnen zich aan winterse condities wagen, en dan ook stap voor stap. Meer info op onze pagina rond wintertrekking. Een uitzondering op de regel is het Verenigd Koninkrijk. Door het mildere klimaat, zijn de bergen daar in april en mei voornamelijk sneeuwvrij. De lente is daar de uitgelezen periode om er te hiken, omdat je dan de midges kan vermijden. In Schotland en Scandinavië moet je in de zomer namelijk rekening houden met muggen en andere insecten. Het zijn erg vochtige gebieden die een ideale habitat zijn. Van juni tot augustus neem je best een muggennetje en insectenwerende zalf zoals Deet mee. In september zijn de meeste muggen alweer verdwenen.

Tijdens de maanden oktober en november kleuren deze gebieden prachtig maar qua weer kan het alle kanten uit. Ofwel zomert er het nog wat na maar even goed kan de winter al zijn intrede maken en het beginnen sneeuwen. Je gaat er in dit jaargetijde beter niet als beginner op stap.

Oktober in de Alpen, de winter maakt zijn intrede (foto: Steve Behaeghel).

Waarom die voorzichtigheid? Je leert jezelf en je materiaal beter kennen. De kans op succes is een stuk groter, m.a.w. meer genieten en minder afzien. Meegaan met een georganiseerde tocht kan nuttig zijn om ervaring onder begeleiding op te doen maar is geen must. Zelf iets in elkaar steken is stukken goedkoper maar vraagt wel wat tochtvoorbereiding (zie pagina’s over tochtplanning). Zelfs als je intekent op een groepstocht is het best niet al te hard van stapel te lopen en eerst een eenvoudigere trip te kiezen.

Je kan dat allemaal perfect plannen binnen een half jaar. Ben je van zinnens om er in de zomer in de bergen op uit te trekken, doe dan enkele voorbereidingstochten dichterbij huis!

Wie hoogtevrees heeft, moet zich niet laten afschrikken. Hoe meer je in de bergen komt, hoe meer vertrouwen je zal winnen. Tracht niet te panikeren en stap voor stap te bekijken. Bouw de moeilijkheidsgraad rustig op en laat je op de moeilijke stukken bijstaan door iemand die je geduldig kan begeleiden en aanwijzingen kan geven.