In een ander artikel gaven we je 5 algemene tips om je rugzakgewicht te verlagen. Hier geven we je concrete ideeën per thema. Heb je zelf nog een tip, antwoord dan in dit forumbericht of stuur een mailtje naar hikingadvisor@gmail.com.

Rugzak

  • Kies voor het juiste volume. Overbodig volume leidt enkel tot meer gewicht en vaak een slechter geladen rugzak (die minder compact gestapeld is en dus met een zwaartepunt die verder van je rug zit). Voor een huttentocht heb je niet meer dan 35 liter (max. 40 liter) nodig, voor een kampeertocht moet 60 liter eigenlijk al voldoende zijn, ook als je een week de bergen intrekt zonder bevoorrading. Wie met een zeil i.p.v. een tent op stap gaat, kan z’n volume verminderen tot ongeveer 50 liter.
  • Vermijd evenwel om een veel te kleine rugzak te kiezen waarbij je te veel materiaal buiten moet laten hangen.
  • Stapel goed zodat je weinig ruimte onbenut laat. Steek bijvoorbeeld je brander, beker en lepel in je kookpot. Gebruik kledij om gaten op te vullen (mits je ze nog altijd waterdicht verpakt).
  • Een simpel model weegt minder dan een rugzak met alles erop en eraan. Routine brengen in hoe je je rugzak laadt, is belangrijk dan het beschikken over 1001 zakjes.
  • Er bestaan rugzakken met een licht frame en zelfs zonder. Als je in staat bent om niet meer dan 15kg mee te nemen, voldoen deze rugzakken ook. Zeker voor huttentochten zijn frameloze rugzakken het overwegen waard aangezien je dan normaal minder dan 10kg meehebt.

Sleur tijdens een kampeertrekking geen overbodig grote rugzak mee. In eentje van 60 liter krijg je gerief wel als je wat doordacht tewerk gaat (Debbie Sanders, Centrale Pyreneeën, Frankrijk).

Kledij

  • Wen maar aan de gedachte dat je niet elke dag een vers gewassen shirt kan aandoen. In de zomer lenen de condities zich er nog toe om een kattenwasje te doen. Kledij met merinowol is beter in staat om een tijdje ‘geurloos’ te blijven dan synthetische materiaal maar heeft wel wat meer tijd nodig om te drogen en is ook duurder.
  • Door te kiezen voor meerdere lagen die complementair zijn, kan je het best inspelen op de wisselende temperatuur. Is het koud dan doe je al je lagen aan. Daarom kies je best voor twee lichtere fleeces in plaats van één dikke.
  • Vermijd te veel kledij aan te hebben tijdens je inspanning, het doet je overmatig zweten wat ervoor zorgt dat de isolatiewaarde van je kledij daalt.
  • Houd ten allen tijde 1 lijfje en 1 paar kousen droog zodat je ’s avonds kan omwisselen. In het slechtste geval doe je ’s morgens je klamme kledij van de dag voordien aan. Als het enkel wat bezweet is, kan je je kledij in de slaapzak stoppen om wat te drogen (door je lichaamswarmte) maar als het te vochtig is, doe je dat beter niet.
  • Synthetisch en natuurlijk dons geven meer isolatie voor eenzelfde gewicht dan fleece maar zijn vochtgevoeliger. Ze zijn dus vooral bruikbaar bij pauzes of op je bivakplaats. Natuurlijk dons is nog warmer voor eenzelfde gewicht dan synthetisch materiaal, en is ook duurzamer maar wel nog een stuk duurder. Vooral voor ervaren hikers kan het de moeite lonen om in dons te investeren maar fleece of merinowol voldoen ook.
  • Sommige hikers kiezen ervoor om hun kleren ‘s nachts aan te houden om zo een lichtere slaapzak te kunnen nemen. Dat is zeker een optie maar heeft zijn limieten. Je kan daarmee enkele graden winnen maar niet meer. Net als een fleece lakenzak om je slaapzak op te waarderen, die weegt al snel 500 gram en is moeilijk op te bergen. Als je vaak gaat kamperen, koop je beter een iets warmere (donzen) slaapzak.

Een synthetische of donzen jasje is stukken duurder dan fleece maar is wel lichter en compacter op de bergen in de rugzak. Ervaren hikers kunnen op die manieren hun rugzak nog wat lichter maken. Let wel, zo’n jasje is vooral geschikt voor tijdens pauzes en op de bivakplaats (Steve Behaeghel, Himalaya, Nepal).

Schoenen

  • Extra sloffen voor ’s avonds hoeven niet perse mee. Je kan je bergschoenen wat lichter aanbinden. In berghutten zijn er vaak ‘sloffen’ beschikbaar.
  • Als je kiest voor lichtere schoenen zoals trailrunners of A-schoenen hebben je voeten minder nood aan ander schoeisel ’s avonds en kan je dus je extra paar sandalen thuislaten. Niet waterdichte trailrunners zijn trouwens ook geschikt voor doorwadingen en zijn snel droog. Voor beginners zijn deze schoenen vooral geschikt als je van plan bent over goed uitgetreden paden te lopen. Ervaren hikers kunnen ook op ruwer terrein degelijk lichter schoeisel dragen als ze voldoende tredzeker zijn. Wandelaars met zwakke enkels dragen best een extra steunverband. Lees het artikel van Willem Vandoorne die met trailrunners van zuid naar noord door Scandinavië trok.
  • Belangrijk aan te geven is dat schoenen heel persoonlijk zijn, welk type je ook kiest, ze moeten jouw voeten passen!

Slaapmat

  • Gesloten celmatjes (volschuim) zijn erg licht en kunnen niet lek worden maar zijn erg spartaans en volumineus. Er zijn er enkele op de markt die iets dikker en dus comfortabeler zijn maar ze wegen dan ook al evenveel als een moderne luchtmatras.
  • Moderne luchtmatrassen zijn heel wat comfortabeler, zeker voor zijslapers, en zijn tegenwoordig ook te verkiezen boven de zelfopblaasbare exemplaren omdat ze nog lichter en compacter zijn en qua robuustheid niet zoveel moeten onderdoen. Zorg ervoor dat er niet te veel steentjes en takken onder je tent liggen, dan hoef je je in principe weinig zorgen te maken om lekken, neem een reparatiesetje mee voor mocht het toch misgaan.
  • Sommige hikers kiezen voor matjes met een ¾ lengte en leggen hun voeten op hun rugzak. Echte die-hards (maar ze zijn zeldzaam) kunnen gaan voor ½ lengte omdat het meeste lichaamsgewicht leunt op de torso, heupen en bovenbenen. Je gebruikt dan je rugzak voor je onderbenen en voeten, en een pull en regenjas voor je hoofd.

Slaapzak

  • Een donzen slaapzak is veel lichter en compacter op te bergen dan een synthetische slaapzak. Er wordt al eens afgeraden dons te kopen omdat het minder goed tegen vocht kan, maar de praktijk wijst uit dat je je daarover weinig zorgen moet maken (enkel bij lange wintertochten kan condens in de slaapzak zich ophopen en voor een verminderde isolatie zorgen).
  • Houd je slaapzak droog door hem in een waterdichte zak in je rugzak te stoppen. Ook in zonnig weer kan je hem eventueel eens laten uitdrogen, mocht hij toch klam geworden zijn.
  • Er bestaan ook quilts (deken) en top bags (onderzijde is stof) voor wie nog extra gewicht wilt besparen. Je lichaam drukt namelijk toch het isolatiemateriaal samen. Deze types zijn enkel online te vinden en er zijn weinig hikers die hiermee ervaring hebben. Je rekent wel best wat marge qua isolatie want door de extra ventilatie is de kans groter dan je wat meer warmte gaat verliezen.

Tent

  • Een gewicht van 3kg voor een tent van 2 personen is het absolute maximum.
  • Tenten bestaan er in alle maten en vormen, een keuze maken is erg moeilijk. Er zijn steeds lichtere tenten beschikbaar op de markt. Let er evenwel op dat je nog ruimte hebt om in je voorluifel te koken en rugzakken te leggen.
  • Je kan nog extra gewicht besparen door te kiezen voor een zeil (tarp). Er zijn modellen die je helemaal kan afsluiten voor weer en wind. Lees hier de ervaringen van Debbie Sanders.
  • Een extra footprint is vaak niet nodig. In de bergen kijk je uit voor grassige of eventueel zandigere plekken. Verwijder scherpe stenen en takken. Door op plaatsen te staan die goed draineren (hogere stukken, heel licht hellend) vermijdt je bij een zware regenbui in het water te staan.

Tenten komen in alle maten en vormen. Als je een lichtgewicht tent koopt, kies dan voor een exemplaar die ook praktisch is bij slecht weer met een luifel die groot genoeg is voor het koken en het opbergen van materiaal. Het is helaas niet altijd zonnig…

Kookgerei

  • Neem enkel dat volume van pot mee dat je nodig hebt. De meeste vriesdroogmaaltijden hebben niet meer dan 500ml kokend water nodig. Een pot van 750ml is dus meer voldoende, sommige doen het ook met minder. Wie met twee is, heeft er één van max. 1,5 liter nodig. Gamellen zijn onhandig en niet efficiënt.
  • Gasbranders die bovenop het patroon worden geschroefd, zijn veel lichter dan staande modellen maar minder stabiel. Zet dus geen al te grote potten om een kleine brander en let op dat ze stabiel staan.
  • Sommige hikers knutselen een houtbrander in elkaar waarmee ze hout of schors kunnen verbranden.

Ineengeknutselde brander van Joery Truyen waarmee hij in op deze foto berkenschors verbrandt (Sarek, Zweden).

  • Ook een alcoholbrander is makkelijk zelf te maken. Kijk maar eens naar dit filmpje van Andrew Skurka. Maar er zijn er ook die een combi-brander in elkaar weten te zetten, vb. deze handleiding voor een alcohol-houtbrander.

  • Je pot (of een diep deksel) kan ook dienst doen als bord. Met één lange plastiek lepel heb je voldoende om te eten, mes en vork zijn niet nodig.
  • Een licht zakmes is goed genoeg om je kaas of salami te snijden, een zakmes met veel toeters en bellen lijkt leuk maar is overbodig gewicht.
  • Probeer zoveel mogelijk brandstof te besparen door: de brander uit te zetten als voeding genoeg heeft aan warm water om te wellen, de brander stil te zetten eenmaal het water aan de kook is en enkel nog dient te sudderen, enkel die hoeveelheid water te koken die je nodig hebt (afwassen met koud water gaat ook), een windscherm te gebruiken die de vlam beschermt (je kan ook grote platte stenen recht zetten)…

Door je brander beschut op te stellen, kan je brandstof besparen (Debbie Sanders, Vanoise NP, Frankrijk).

Voeding en water

  • Ga goed op voorhand na waar je kan herbevoorraden (check ook de openingsuren en het te verwachten aanbod) en doe enkel datgene mee dat je strikt nodig hebt met 1 dag reserve.
  • Bereken wat je per dag eet en maak al je porties op voorhand. Gooi er niet van alles nog bij voor ‘in het geval dat’, er zijn altijd andere oplossingen: afwijken van je route om te bevoorraden, in een berghut eten…
  • Eten kan je meenemen van enkele dagen tot een week. Langer begint al serieus door te wegen. Best werk je dan met voedselpakketten die je via de post opstuurt (naar een specifiek adres of een postkantoor als ‘poste restante’) of eventueel zelf achterlaat.
  • Daartegenover heeft het geen zin om bewust op voeding te besparen, dat is tijdens een trekking zowel fysiek als mentaal een slechte keuze.
  • Tank ook water zoveel mogelijk ter plaatse bij, bijvoorbeeld in een berghut en neem zuiveringspilletjes (vb. Micropur Forte) of een lichte waterfilter mee zodat je water kan gebruiken uit een riviertje of een bergmeer. Het aantal waterbronnen en de betrouwbaarheid ervan zijn wel sterk afhankelijk van het gebied en de periode (in augustus/september zijn bergriviertjes soms opgedroogd. Ga dus altijd met minstens 1 liter op stap.

Water kan je in de bergen aanvullen in riviertjes en bergmeren, mits het gezuiverd wordt. Stromend water is altijd beter dan stilstaand (Debbie Sanders, Maritieme Alpen, Frankrijk).