Wandelgebieden

Wanneer je vanuit de Lage Landen een tunnel dwars door de aardbol zou graven, zou je niet gek ver van Nieuw-Zeeland uitkomen. Dit is echt de andere kant van de wereld! Het uurverschil met West-Europa bedraagt tijdens de lokale zomer exact 12 uur, en je zit minstens 24 uur op het vliegtuig (exclusief overstappen).

Nieuw-Zeeland bestaat uit 2 grote eilanden: het Noordereiland en het Zuidereiland.

Nieuw-Zeeland bevindt zich op de breuklijn tussen de Pacifische en de Indo-Australische plaat, en is daardoor geologisch erg actief. De Zuidelijke Alpen zijn zelfs het snelst groeiende gebergte ter wereld, met een in geologische termen ronduit extreme opheffingssnelheid van 10-20mm per jaar. Die snelle opheffing wordt gecounterd door bijzonder snelle erosie: langs de westkust zorgt de hevige regenval voor continue uitspoeling van sediment en bijzonder veel landslides. Hoog in de bergen zijn steenlawines en instortingen dagelijkse kost, terwijl de talloze gletsjers als trage maar gestage werkers door de bergen schuren. Machtige ‘braided rivers’ zwanger van sediment banen door de vlakte hun weg naar de Oostkust.

Ter illustratie: in 1991 werd de Mount Cook door een enorme rockfall een kopje kleiner gemaakt, de hoogte moest op elke wereldkaart 10 meter worden aangepast. Aardbevingen zijn schering en inslag in Nieuw-Zeeland; in 2011 werd een groot deel van Christchurch verwoest, waarbij 185 doden vielen. De wederopbouw van de stad is nog in volle gang.

De eerste westerlingen zetten pas in de 17e eeuw voet op Nieuw-Zeeland. De originele Maori-bevolking raakte al snel in de verdrukking, en intussen is driekwart van de bevolking van Europese afkomst. De Maori maken nog 15% van de bevolking uit, de rest zijn hoofdzakelijk Aziaten die in de grote steden wonen.

Overnachten en kamperen

Nieuw-Zeeland heeft een uitzonderlijk goed huttensysteem. In totaal zijn er bijna 1000 voor wandelaars toegankelijke berghutten, die over het algemeen bijzonder goed onderhouden zijn. Langs de Great Walks gaat het om enorme gebouwen met tot 60 bedden, maar langs de tracks bezocht ik ook hutten waar slechts 5 mensen per jaar overnachten. Belangrijk: in de hutten zijn er nooit maaltijden beschikbaar!

Alle hutten van de DOC kan je hier bekijken: http://www.doc.govt.nz/parks-and-recreation/things-to-do/walking-and-tramping/huts/. Daarnaast zijn er nog enkele hutten van lokale bergsportverenigingen.

De hutten van de DOC kunnen worden onderverdeeld in volgende categorieën:

  • Great Walk Huts: de grootste en meest comfortabele hutten, enkel langs de 9 Great Walks. Matrassen, verwarming, stromend water, kookfaciliteiten, een huttenwaard, … Reserveren is ten zeerste aan te raden in het seizoen, zeker langs populaire tracks als de Milford Track of de Routeburn Track. Dit zijn de drukste en ook de duurste hutten
  • Serviced huts: hebben min of meer hetzelfde comfort als de Great Walk Huts, maar zijn gelegen langs minder populaire wandelroutes en daarom vaak ook wat kleiner. In principe is er een huttenwaard aanwezig, maar dat hoeft zelfs in het hoogseizoen niet altijd het geval te zijn
  • Standard huts: het leeuwendeel van de hutten langs de ‘tracks’ en ‘routes’. Meestal goed onderhouden, met 2 tot 10 bedden. Er zijn matrassen aanwezig, en meestal ook water (soms in een watertank). Onder de boomgrens meestal ook een kachel. Vaak zijn deze hutten weinig bezocht. 
  • Basic huts: kwaliteit varieert, soms erg smerig en enkel als noodovernachting een optie, soms bijna even comfortabel als een standard hut.

De Great Walk Huts moeten op voorhand online worden geboekt, waarna je in Nieuw-Zeeland een soort van ‘ticket’ kan ophalen in een bureau van de DOC, dat je dan moet afgeven in de hut bij je overnachting. Boeken kan ook in de DOC-bureaus zelf, maar hoe er rekening mee dat de populaire Great Walks maanden op voorhand zijn volgeboekt.

Voor de Serviced Huts en de Standard Huts moet je in de DOC-kantoren zogenaamde ‘Backcountry Hut Tickets’ kopen, met een waarde van 5$ elk. In de hutten is een brievenbus aanwezig waarin je dan je tickets kan achterlaten (3 in een Serviced Hut, 1 in een Standard Hut). Je kan ook achteraf betalen in de DOC-kantoren, wat vaak praktischer is als je op voorhand niet exact weet in hoeveel hutten je zal overnachten.

Voor wie lange tijd in Nieuw-Zeeland verblijft is een zogenaamde ‘Backcountry Hut Pass’ erg interessant. De Backcountry Hut Pass geeft onbeperkt toegang tot alle Serviced Huts en Standard Huts voor een periode van 6 of 12 maanden. Je koopt ze in een DOC-kantoor voor 92$ (6 maanden geldig) of 122$ (12 maanden geldig).

Wildbivakkeren is zowat overal toegelaten. Hou er wel rekening mee dat het vaak erg moeilijk is om een goeie bivakplaats te vinden, zeker als je een tent met een grotere grondoppervlakte hebt. De vegetatie is erg ruw, en open vlaktes zijn vaak ‘tussocklands’, met erg hobbelige ondergrond door graspollen. Soms vond ik de zoektocht naar een bivakplaats erg frustrerend en moest ik kilometers verder lopen dan oorspronkelijk gepland, om het dan toch nog met een ondermaatse plek te moeten stellen.

Openbaar vervoer

Openbaar vervoer is in Nieuw Zeeland niet zo goed uitgebouwd. De meeste verbindingen zijn tussen steden. Er zijn wel hop on hop off busmaatschappijen die je naar heel wat toeristische bestemmingen brengt. Dit is vaak het favoriete transportmiddel van backpackers.  De meest bekende maatschappijen zijn Kiwi-experience en Stray. 

Liften is ook een een vaak gebruikte transport optie onder backpackers. Het is vaak heel eenvoudig om een lift te krijgen, al dan niet van andere backpackers die beschikken over een wagen.

Klimaat

Afhankelijk van de locatie kan je in Nieuw Zeeland in elk seizoen aan je trekken komen.

Het Noordereiland kent een meer gematigd klimaat. Alle vier de seizoenen zijn dus uitermate geschikt om er op uit te gaan. Een persoonlijke voorkeur kan hier uiteraard een rol inspelen want de eigenschappen van de seizoenen zorgen voor verschillende ervaringen. Wat het weer betreft is de zomer een betere periode. Van december tot februari is het officieel zomer in Nieuw-Zeeland, het regent veel minder en de temperatuur is aangenaam. Het hele land is in een zomerse stemming doordat het ‘s avonds lekker lang licht blijft (zeker tot een uur of 10 ‘s avonds). De gemiddelde temperatuur in de zomer ligt tussen de 19 en 22 graden in Auckland (Noordereiland). Christchurch (Zuidereiland) kent een kouder klimaat met in de zomer een gemiddelde temperatuur tussen de 17 en 22 graden.

Aangezien Nieuw-Zeeland op het zuidelijke halfrond ligt zijn december tot februari de warmste maanden (en de beste wandelmaanden in het gebergte), en juni – augustus de koudste. Door de nabijheid van de zee is het verschil tussen de zomer- en wintertemperaturen relatief beperkt. Op het Zuidereiland wordt het zelden warmer dan 30°C, en in de valleien is de temperatuur in de winter relatief vergelijkbaar met bij ons. In de bergen is het dan uiteraard een stuk kouder, met veel sneeuw en vaak hoog lawinegevaar. Sneeuw is in de bergen overigens het hele jaar door mogelijk, zelfs midden in de zomer boven de 1000m.

Westenwinden zijn sterk overheersend op Nieuw-Zeeland, wat door de aanwezigheid van de Zuidelijke Alpen op het Zuidereiland zorgt voor één van de meest spectaculaire regenschaduw-effecten ter wereld. Langs de westzijde van de bergen zorgen stijgingsregens soms voor enorme neerslaghoeveelheden op korte tijd (200mm op een dag is niet uitzonderlijk). De westkust van het Zuidereiland is één van de natste gematigde klimaten ter wereld, met op veel plaatsen 4000 tot 7000mm neerslag per jaar (Brussel: 800mm; NW-Schotland: tot 3500mm) – in geïsoleerde valleien in Fiordland loopt die hoeveelheid zelfs op tot een onwaarschijnlijke 15000mm. De westkust wordt dan ook gedomineerd door erg dicht gematigd regenwoud, en in de bergen komen enorme gletsjers voor tot op relatief beperkte hoogte.

Aan de oostkant van de bergen daalt de uitgeperste, droge lucht terug; het klimaat is hier erg droog met vaak warme, krachtige föhnwinden. Hier valt op sommige plaatsen maar 300mm neerslag per jaar; de landschappen zijn vaak gortdroog en wijnbouw is nog maar net mogelijk. Als je met de auto een van de weinige passen door de Zuidelijke Alpen overrijdt is die overgang enorm spectaculair; op een afstand van nauwelijks 30-50km kan je van de steppe het regenwoud induiken.

Bewegwijzering en paden

Nieuw-Zeeland telt zo’n 13000km gemarkeerde wandelroutes. Zowat alle wandelroutes worden onderhouden door de DOC (Departement of Conservation). De routes kunnen qua moeilijkheid en onderhoud grofweg worden onderverdeeld in de volgende categorieën (de wandelingen zelf worden later in dit artikel in meer detail besproken):

  • De klassieke dagtochten: verspreid over het eiland zijn er enkele klassieke dagwandelingen, die steeds erg goed onderhouden zijn, maar ook veel volk trekken.
  • De ‘Great Walks’: In totaal 9 erg goed uitgewerkte routes van 2 tot 5 dagen. Erg goed onderhouden paden, grote hutten en campsites waar reserveren in het seizoen noodzakelijk is. Bruggen over alle rivieren. Ideaal voor beginners of als je weinig tijd hebt voor de degelijke voorbereiding. Nadeel: vaak erg druk.
  • De klassieke circuits: verspreid over Nieuw-Zeeland zijn er enkele klassieke rondwandelingen van 3-10 dagen voor wie de grote massa op de Great Walks wil vermijden. Huttensysteem is goed uitgewerkt, en vaak is er een huttenwaard aanwezig. Landschappelijk moeten ze meestal niet onderdoen voor de Great Walks, maar de paden zijn wat minder onderhouden. Kleinere rivieren moeten soms doorwaad worden.
  • De echte ‘tracks’ en ‘routes’ maken 80-90% van de gemarkeerde wandelroutes op Nieuw-Zeeland uit, maar trekken slechts 5-10% van het volk. Soms kom je dagenlang geen mens tegen. Vaak zijn er onbemande hutten aanwezig, maar soms is een tent ook noodzakelijk. De hutten heb je vaak voor jezelf. De trajecten worden slechts af en toe onderhouden en zijn daarom vaak avontuurlijker, met in het bos vaak veel omgevallen bomen en moeilijk volgbare routes, en in de bergen zware cols. Zware rivierdoorwadingen zijn niet ongewoon, waardoor je bij slecht weer vast kan komen te zitten. Vele van deze routes trekken slechts een handvol wandelaars per jaar. Voor ervaren bergwandelaars dus.

Als je op de kaart kijkt, zie je dat zelfs met 13000km aan paden slechts een fractie van de Nieuw-Zeelandse wildernis ontsloten worden. Ervaren wandelaars hebben eindeloze mogelijkheden om off-track door de wildernis te trekken, waarbij je allicht geen kat tegenkomt. Hou rekening met erg ruwe en stekelige vegetatie in vergelijking met Europa. Het regenwoud langs de westkust is zo goed als ondoordringbaar.

Kaarten en topogidsen

Er bestaan geen specifieke wandelkaarten voor Nieuw-Zeeland; de enige gedetailleerde topografische kaarten zijn die van 1:50.000 van het LINZ. Alle gemarkeerde paden en de hutten zijn er erg precies op aangeduid. De kaartbladen zijn echter erg moeilijk te vinden in de Lage Landen. Zelfs in Nieuw-Zeeland is de beschikbaarheid ervan beperkt. De enige echte fysieke kaartenwinkel is MapWorld in Christchurch: http://www.mapworld.co.nz/

Gelukkig is er een fantastische online tool, http://www.topomap.co.nz, waarmee je alle kaarten online kan raadplegen in het hoogste detail, en zelfs volledige kaartbladen kan downloaden als afbeelding of als .kml-file, die je dan als overlay kan gebruiken in Google Earth.

Bevoorrading en water

Bevoorrading en water is erg afhankelijk van de tocht die je zal ondernemen. Binnen Nieuw-Zeeland zijn diverse klimatologische omstandigheden mogelijk. De meeste hutten vangen wel regenwater op dat dan kan gebruikt worden als drinkwater. Deze voorraden zijn natuurlijk beperkt, wanneer er een lange periode van droogte geweest is bestaat de kans dat er geen water meer beschikbaar is. In sommige gebieden is het water drinkbaar, in andere gebieden niet.

Unieke biodiversiteit bewaren

De Europese immigratie heeft de voorbije 200 jaar heel wat problemen veroorzaakt. Nieuw-Zeeland is verwikkeld in een bijna wanhopig gevecht om de unieke biodiversiteit te proberen bewaren, en elke reiziger draagt daarbij een grote verantwoordelijkheid.

Nieuw-Zeeland kent (of kende) voor de Europese kolonisatie een uitzonderlijke biodiversiteit, in het bijzonder van (loop)vogels. Tot in de 18e eeuw was het enige zoogdier op Nieuw-Zeeland een bepaald type vleermuis! Met de Europeanen kwamen echter talloze knaag- en roofdieren als muizen, ratten, wezels, possums, … mee – soms gewoon als verstekelingen op de schepen, soms voor het bont of in het geval van de wezels zelfs gewoon om de ratten onder controle te houden. Zonder natuurlijke vijanden verspreidden ze zich snel over volledig Nieuw-Zeeland, met uitzondering van enkele eilanden voor de kust. Ze hielden daarbij lelijk huis onder de vogelpopulaties, en in totaal 86 soorten zijn intussen volledig uitgestorven. Sommige soorten, zoals de legendarische Moa (die tot 3,6m en 230kg kon worden!) werden ook door de mens bejaagd. Een heleboel overgebleven soorten, zoals de Kakapo, Kaka, rock wren, yellow-crowned parakeet, kea en de Kiwi, zijn momenteel sterk bedreigd of staan op de rand van uitsterven. De DOC onderneemt momenteel operaties die op wereldschaal uniek zijn om te proberen de populaties van de predatoren in te dijken, met de laatste 10 jaar zelfs grootschalige droppings van vergif vanuit helikopters. Deze operaties blijken relatief succesvol te zijn, maar zijn allicht een druppel op een hete plaat.

Recent is ook een de rivieren een grootschalig probleem opgedoken onder de vorm van ‘Didymo’, een zoetwateralg die in 2004 voor het eerst werd aangetroffen en zich intussen over veel rivieren in het Zuidereiland heeft verspreid. Ook hier dragen wandelaars een grote verantwoordelijkheid om de verdere verspreiding tegen te gaan.

De importregulering voor Nieuw-Zeeland is logischerwijze ook bijzonder streng. De invoer van dierlijke en plantaardige producten is volledig verboden – het is dan ook het veiligste om je voedsel gewoon ter plekke in te kopen (er zijn in de meeste grote supermarkten erg lekkere vriesdroogmaaltijden van het merk ‘Backcountry Cuisine’ beschikbaar). Bij aankomst in Nieuw-Zeeland zal ook je outdoormateriaal streng gecontroleerd worden op de aanwezigheid van bijvoorbeeld graszaad, mos, … Probeer je tent, rugzak, … dus zo goed mogelijk te kuisen voor je vertrekt. Er wordt vaak materiaal in beslag genomen!

Langeafstandstochten

Nieuw-Zeeland is veel te groot om een volledig overzicht aan wandelingen te geven. We voorzien alvast enkele ideeën van tochten op zowel het Noordereiland ans op het Zuidereiland.
Er zijn uiteraard eindeloos veel mogelijkheden om je eigen routes samen te stellen aan de hand van de duizenden kilometers gemarkeerde paden, of gewoon ‘off-track’ dwars door de bergen (enkel voor ervaren wandelaars!).

Te Araroa

Voor wie zich wil wagen aan een echt lang wandelavontuur door volledig Nieuw-Zeeland bestaat er sinds 2011 de Te Araroa (letterlijk vertaald uit het Maori: ‘The long pathway’). De Te Araroa is een route van net geen 3000km, die bestaande tracks van de DOC aan elkaar knoopt. Hier en daar worden nieuwe wandelpaden aangelegd op ‘verbindingsstukken’ tussen de natuurgebieden, maar vooral op het Noordereiland zijn er ook nog honderden kilometers op verharde wegen. De route is met andere woorden nog volop in ontwikkeling. Op het noordereiland is een tent noodzakelijk, op het Zuidereiland zijn er ook tientallen hutten langs de route.

De Te Araroa is een fantastische, gevarieerde route waar lang over is nagedacht. Toch zal een echte bergwandelaar soms wat op zijn honger blijven zitten; er worden vaak relatief eenvoudige routes door de valleien opgezocht, en de kern van de Zuidelijke Alpen wordt ten zuiden van Arthur’s Pass zelfs volledig gemeden. De keuze om de zware routes te mijden is op zich begrijpelijk, aangezien er zich relatief veel onervaren wandelaars aan de Te Araroa wagen. Desalniettemin zitten er enkele pittige passages in de tocht.

De route is  uitzonderlijk goed gedocumenteerd. Alle info is terug te vinden op de website, waarop gratis kaartmateriaal en een uitgebreide beschrijving van de volledige route kan worden gedownload.

Ben je bekend met deze regio? Wil je graag je kennis toevoegen aan deze pagina?
Geef ons een seintje op communicatie@hikingadvisor.be