Geschreven door Willem Vandoorne

Weinig wandelbestemmingen in de wereld bieden op een relatief kleine oppervlakte zo’n onwaarschijnlijke variatie aan berglandschappen als Nieuw-Zeeland: actieve vulkanen, onontgonnen gematigd regenwoud, diepe fjorden, en kurkdroge steppelandschappen met verwilderde rivieren die het smeltwater afvoeren uit het alpiene hooggebergte van de Zuidelijke Alpen. Bovendien is er een erg goed uitgebouwd netwerk aan wandelroutes, en een ronduit uniek huttensysteem.

Aangezien ik zelf enkel het Zuidereiland heb gezocht (wat voor wandelaars ook wel het meest interessante deel van Nieuw-Zeeland is), zal onderstaand artikel ook daarop focussen. De algemene info geldt uiteraard voor volledig Nieuw-Zeeland.

 

Tramping and packrafting New Zealand’s South Island from Willem Vandoorne on Vimeo.

ALGEMENE INFO

Korte geografische & geologische schets

Wanneer je vanuit de Lage Landen een tunnel dwars door de aardbol zou graven, zou je niet gek ver van Nieuw-Zeeland uitkomen. Dit is echt de andere kant van de wereld! Het uurverschil met West-Europa bedraagt tijdens de lokale zomer exact 12 uur, en je zit minstens 24 uur op het vliegtuig (exclusief overstappen).

Nieuw-Zeeland bestaat uit 2 grote eilanden. Het Noordereiland, op een breedtegraad van 34-42°S, heeft een oppervlakte van zowat 114000km² (grofweg de helft van het Italiaanse vasteland) waarop ca. 3,5 miljoen mensen wonen. Het is het dichtst bevolkte deel van Nieuw-Zeeland, waarop ook de hoofdstad Auckland ligt. Een groot deel ervan bestaat uit gematigd (regen)woud, met middengebergte tot bijna 2000m en enkele actieve vulkanen. Het Zuidereiland (40-47°S) is iets groter, maar telt slechts 1,1 miljoen inwoners, waarvan bovendien bijna de helft in de stad Christchurch woont. De Zuidelijke Alpen vormen de ruggengraat van het eiland. Het is een spectaculair alpien hooggebergte, met de machtige Mount Cook (3724m) als hoogste berg.

Nieuw-Zeeland bevindt zich op de breuklijn tussen de Pacifische en de Indo-Australische plaat, en is daardoor geologisch erg actief. De Zuidelijke Alpen zijn zelfs het snelst groeiende gebergte ter wereld, met een in geologische termen ronduit extreme opheffingssnelheid van 10-20mm per jaar. Die snelle opheffing wordt gecounterd door bijzonder snelle erosie: langs de westkust zorgt de hevige regenval voor continue uitspoeling van sediment en bijzonder veel landslides. Hoog in de bergen zijn steenlawines en instortingen dagelijkse kost, terwijl de talloze gletsjers als trage maar gestage werkers door de bergen schuren. Machtige ‘braided rivers’ zwanger van sediment banen door de vlakte hun weg naar de Oostkust.

Ter illustratie: in 1991 werd de Mount Cook door een enorme rockfall een kopje kleiner gemaakt, de hoogte moest op elke wereldkaart 10 meter worden aangepast. Aardbevingen zijn schering en inslag in Nieuw-Zeeland; in 2011 werd een groot deel van Christchurch verwoest, waarbij 185 doden vielen. De wederopbouw van de stad is nog in volle gang.

De eerste westerlingen zetten pas in de 17e eeuw voet op Nieuw-Zeeland. De originele Maori-bevolking raakte al snel in de verdrukking, en intussen is driekwart van de bevolking van Europese afkomst. De Maori maken nog 15% van de bevolking uit, de rest zijn hoofdzakelijk Aziaten die in de grote steden wonen.

In 1991 kwam de top van de Mount Cook naar beneden tijdens een enorme steenlawine. Nieuw-Zeelands hoogste berg is sindsdien 10m kleiner. Foto: http://catherinemayoauthor.com/a/wp-content/uploads/2014/07/7.-Mt-Cook-Aoraki-rockfall-Bob-McKerrow-blog.jpg

In 1991 kwam de top van de Mount Cook naar beneden tijdens een enorme steenlawine. Nieuw-Zeelands hoogste berg is sindsdien 10m kleiner. Foto: http://catherinemayoauthor.com/a/wp-content/uploads/2014/07/7.-Mt-Cook-Aoraki-rockfall-Bob-McKerrow-blog.jpg

 Klimaat

Het klimaat in Nieuw-Zeeland is gematigd, met gemiddelde jaartemperaturen op zeeniveau tussen de 8°C (zuidelijke deel van het Zuidereiland) tot 16°C (noorden van het Noordereiland). Ter vergelijking, voor België bedraagt deze temperatuur zowat 10-11°C. Aangezien Nieuw-Zeeland op het zuidelijke halfrond ligt zijn december tot februari de warmste maanden (en de beste wandelmaanden in het gebergte), en juni – augustus de koudste. Door de nabijheid van de zee is het verschil tussen de zomer- en wintertemperaturen relatief beperkt. Op het Zuidereiland wordt het zelden warmer dan 30°C, en in de valleien is de temperatuur in de winter relatief vergelijkbaar met bij ons. In de bergen is het dan uiteraard een stuk kouder, met veel sneeuw en vaak hoog lawinegevaar. Sneeuw is in de bergen overigens het hele jaar door mogelijk, zelfs midden in de zomer boven de 1000m.

Hoewel het klimaat in de zomer over het algemeen vriendelijk is, is sneeuw ook dan mogelijk vanaf 1000m, zoals hier op de hellingen boven Godley Valley begin februari 2015 (foto: Willem Vandoorne).

Hoewel het klimaat in de zomer over het algemeen vriendelijk is, is sneeuw ook dan mogelijk vanaf 1000m, zoals hier op de hellingen boven Godley Valley begin februari 2015 (foto: Willem Vandoorne).

Westenwinden zijn sterk overheersend op Nieuw-Zeeland, wat door de aanwezigheid van de Zuidelijke Alpen op het Zuidereiland zorgt voor één van de meest spectaculaire regenschaduw-effecten ter wereld. Langs de westzijde van de bergen zorgen stijgingsregens soms voor enorme neerslaghoeveelheden op korte tijd (200mm op een dag is niet uitzonderlijk). De westkust van het Zuidereiland is één van de natste gematigde klimaten ter wereld, met op veel plaatsen 4000 tot 7000mm neerslag per jaar (Brussel: 800mm; NW-Schotland: tot 3500mm) – in geïsoleerde valleien in Fiordland loopt die hoeveelheid zelfs op tot een onwaarschijnlijke 15000mm. De westkust wordt dan ook gedomineerd door erg dicht gematigd regenwoud, en in de bergen komen enorme gletsjers voor tot op relatief beperkte hoogte.

Aan de oostkant van de bergen daalt de uitgeperste, droge lucht terug; het klimaat is hier erg droog met vaak warme, krachtige föhnwinden. Hier valt op sommige plaatsen maar 300mm neerslag per jaar; de landschappen zijn vaak gortdroog en wijnbouw is nog maar net mogelijk. Als je met de auto een van de weinige passen door de Zuidelijke Alpen overrijdt is die overgang enorm spectaculair; op een afstand van nauwelijks 30-50km kan je van de steppe het regenwoud induiken.

De zonneschijnduur is relatief hoog; zelfs de meest sombere plaatsen langs de Westkust hebben evenveel zonuren als Brussel.

Een typisch beeld aan de oostkant van de bergen op het Zuidereiland: immense verwilderde rivieren doorheen een droog steppelandschap voeren grote hoeveelheden smeltwater en sediment af uit te bergen; aan de achterzijde van de bergen domineert het regenwoud. (Foto: Willem Vandoorne, Rangitata Valley).

Een typisch beeld aan de oostkant van de bergen op het Zuidereiland: immense verwilderde rivieren doorheen een droog steppelandschap voeren grote hoeveelheden smeltwater en sediment af uit te bergen; aan de achterzijde van de bergen domineert het regenwoud. (Foto: Willem Vandoorne, Rangitata Valley).

 Wandelpaden & bewegwijzering

Nieuw-Zeeland telt zo’n 13000km gemarkeerde wandelroutes. Zowat alle wandelroutes worden onderhouden door de DOC (Departement of Conservation). De routes kunnen qua moeilijkheid en onderhoud grofweg worden onderverdeeld in de volgende categorieën (de wandelingen zelf worden later in dit artikel in meer detail besproken):

  • De klassieke dagtochten: verspreid over het eiland zijn er enkele klassieke dagwandelingen, die steeds erg goed onderhouden zijn, maar ook veel volk trekken.
  • De ‘Great Walks’: In totaal 9 erg goed uitgewerkte routes van 2 tot 5 dagen. Erg goed onderhouden paden, grote hutten en campsites waar reserveren in het seizoen noodzakelijk is. Bruggen over alle rivieren. Ideaal voor beginners of als je weinig tijd hebt voor de degelijke voorbereiding. Nadeel: vaak erg druk.
  • De klassieke circuits: verspreid over Nieuw-Zeeland zijn er enkele klassieke rondwandelingen van 3-10 dagen voor wie de grote massa op de Great Walks wil vermijden. Huttensysteem is goed uitgewerkt, en vaak is er een huttenwaard aanwezig. Landschappelijk moeten ze meestal niet onderdoen voor de Great Walks, maar de paden zijn wat minder onderhouden. Kleinere rivieren moeten soms doorwaad worden.
  • De echte ‘tracks’ en ‘routes’ maken 80-90% van de gemarkeerde wandelroutes op Nieuw-Zeeland uit, maar trekken slechts 5-10% van het volk. Soms kom je dagenlang geen mens tegen. Vaak zijn er onbemande hutten aanwezig, maar soms is een tent ook noodzakelijk. De hutten heb je vaak voor jezelf. De trajecten worden slechts af en toe onderhouden en zijn daarom vaak avontuurlijker, met in het bos vaak veel omgevallen bomen en moeilijk volgbare routes, en in de bergen zware cols. Zware rivierdoorwadingen zijn niet ongewoon, waardoor je bij slecht weer vast kan komen te zitten. Vele van deze routes trekken slechts een handvol wandelaars per jaar. Voor ervaren bergwandelaars dus.
  • Als je op de kaart kijkt, zie je dat zelfs met 13000km aan paden slechts een fractie van de Nieuw-Zeelandse wildernis ontsloten worden. Ervaren wandelaars hebben eindeloze mogelijkheden om off-track door de wildernis te trekken, waarbij je allicht geen kat tegenkomt. Hou rekening met erg ruwe en stekelige vegetatie in vergelijking met Europa. Het regenwoud langs de westkust is zo goed als ondoordringbaar.

Alle door de DOC onderhouden routes worden in het bos gemarkeerd met oranje driehoekjes, en in open landschap met metalen palen met een oranje markering. Op de ‘tracks’ en ‘routes’ is de markering soms gebrekkig.

De paden zijn in het bos gemarkeerd met oranje driehoekjes. Foto: Willem Vandoorne, Mount Aspiring National Park.

De paden zijn in het bos gemarkeerd met oranje driehoekjes. Foto: Willem Vandoorne, Mount Aspiring National Park.

Het onderhoud van de routes zelf is een werk van Bijbelse proporties. Door het zachte klimaat (en langst de westkust de overvloedige neerslag) groeit de vegetatie aan ongekende snelheid, en kan een pad dat niet onderhouden wordt op enkele jaren tijd volledig overwoekerd geraken. Ook omgevallen bomen en landslides vormen een groot probleem. Op de weinig belopen routes moet de DOC daarom om de paar jaar een echte ‘track clearance’ expeditie opzetten, waarbij de routes met grof geschut (3 tot 5 werkmannen met kettingzagen) volledig worden vrijgemaakt.  Gezien het beperkt aantal wandelaars op het grootste deel van de routes is de inspanning die hiervoor wordt gedaan soms echt onwaarschijnlijk.

Het onderhoud van sommige van de weinig belopen wandelroutes is de laatste jaren stopgezet. Soms blijven vrijwilligersverenigingen zoals Permolat de door DOC opgegeven paden in een zekere mate onderhouden, maar vaak raken die oude routes compleet overwoekerd en zijn ze op het terrein niet meer te volgen.

Overnachten

Nieuw-Zeeland heeft een uitzonderlijk goed huttensysteem. In totaal zijn er bijna 1000 voor wandelaars toegankelijke berghutten, die over het algemeen bijzonder goed onderhouden zijn. Langs de Great Walks gaat het om enorme gebouwen met tot 60 bedden, maar langs de tracks bezocht ik ook hutten waar slechts 5 mensen per jaar overnachten. Belangrijk: in de hutten zijn er nooit maaltijden beschikbaar!

Alle hutten van de DOC kan je hier bekijken: http://www.doc.govt.nz/parks-and-recreation/things-to-do/walking-and-tramping/huts/. Daarnaast zijn er nog enkele hutten van lokale bergsportverenigingen.

De hutten van de DOC kunnen worden onderverdeeld in volgende categorieën:

  • Great Walk Huts: de grootste en meest comfortabele hutten, enkel langs de 9 Great Walks. Matrassen, verwarming, stromend water, kookfaciliteiten, een huttenwaard, … Reserveren is ten zeerste aan te raden in het seizoen, zeker langs populaire tracks als de Milford Track of de Routeburn Track. Dit zijn de drukste en ook de duurste hutten: de prijs varieert van 22- 54 NZ $ per nacht (wisselkoers 2015: 1€ = 1,5$).
  • Serviced huts: hebben min of meer hetzelfde comfort als de Great Walk Huts, maar zijn gelegen langs minder populaire wandelroutes en daarom vaak ook wat kleiner. In principe is er een huttenwaard aanwezig, maar dat hoeft zelfs in het hoogseizoen niet altijd het geval te zijn. De prijs bedraagt 15$ per nacht.
  • Standard huts: het leeuwendeel van de hutten langs de ‘tracks’ en ‘routes’. Meestal goed onderhouden, met 2 tot 10 bedden. Er zijn matrassen aanwezig, en meestal ook water (soms in een watertank). Onder de boomgrens meestal ook een kachel. Vaak zijn deze hutten weinig bezocht. Prijs: 5$ per nacht (erg goedkoop dus!).
  • Basic huts: kwaliteit varieert, soms erg smerig en enkel als noodovernachting een optie, soms bijna even comfortabel als een standard hut. Gratis.
Het typische interieur van een standard hut van de DOC. (Foto: Willem Vandoorne; Rintoul Hut, Richmond Mountains).

Het typische interieur van een standard hut van de DOC. (Foto: Willem Vandoorne; Rintoul Hut, Richmond Mountains).

De Great Walk Huts moeten op voorhand online worden geboekt, waarna je in Nieuw-Zeeland een soort van ‘ticket’ kan ophalen in een bureau van de DOC, dat je dan moet afgeven in de hut bij je overnachting. Boeken kan ook in de DOC-bureaus zelf, maar hoe er rekening mee dat de populaire Great Walks maanden op voorhand zijn volgeboekt.

Voor de Serviced Huts en de Standard Huts moet je in de DOC-kantoren zogenaamde ‘Backcountry Hut Tickets’ kopen, met een waarde van 5$ elk. In de hutten is een brievenbus aanwezig waarin je dan je tickets kan achterlaten (3 in een Serviced Hut, 1 in een Standard Hut). Je kan ook achteraf betalen in de DOC-kantoren, wat vaak praktischer is als je op voorhand niet exact weet in hoeveel hutten je zal overnachten.

Voor wie lange tijd in Nieuw-Zeeland verblijft is een zogenaamde ‘Backcountry Hut Pass’ erg interessant. De Backcountry Hut Pass geeft onbeperkt toegang tot alle Serviced Huts en Standard Huts voor een periode van 6 of 12 maanden. Je koopt ze in een DOC-kantoor voor 92$ (6 maanden geldig) of 122$ (12 maanden geldig).

Wildbivakkeren is zowat overal toegelaten. Hou er wel rekening mee dat het vaak erg moeilijk is om een goeie bivakplaats te vinden, zeker als je een tent met een grotere grondoppervlakte hebt. De vegetatie is erg ruw, en open vlaktes zijn vaak ‘tussocklands’, met erg hobbelige ondergrond door graspollen. Soms vond ik de zoektocht naar een bivakplaats erg frustrerend en moest ik kilometers verder lopen dan oorspronkelijk gepland, om het dan toch nog met een ondermaatse plek te moeten stellen.

Op veel plaatsen is het door de ruwe vegetatie moeilijk om een geschikte bivakplaats te vinden, zoals hier in de ‘tussocklands’ van Canterbury High Country aan de oostkant van de Zuidelijke Alpen (foto: Willem Vandoorne).

Op veel plaatsen is het door de ruwe vegetatie moeilijk om een geschikte bivakplaats te vinden, zoals hier in de ‘tussocklands’ van Canterbury High Country aan de oostkant van de Zuidelijke Alpen (foto: Willem Vandoorne).

Fauna en flora

Ik zal in dit artikel geen overzicht proberen geven van de uitzonderlijke fauna en flora in Nieuw-Zeeland, maar eerder van de problemen die de Europese immigratie de voorbije 200 jaar heeft veroorzaakt. Nieuw-Zeeland is verwikkeld in een bijna wanhopig gevecht om de unieke biodiversiteit te proberen bewaren, en elke reiziger draagt daarbij een grote verantwoordelijkheid.

Nieuw-Zeeland kent (of kende) voor de Europese kolonisatie een uitzonderlijke biodiversiteit, in het bijzonder van (loop)vogels. Tot in de 18e eeuw was het enige zoogdier op Nieuw-Zeeland een bepaald type vleermuis! Met de Europeanen kwamen echter talloze knaag- en roofdieren als muizen, ratten, wezels, possums, … mee – soms gewoon als verstekelingen op de schepen, soms voor het bont of in het geval van de wezels zelfs gewoon om de ratten onder controle te houden. Zonder natuurlijke vijanden verspreidden ze zich snel over volledig Nieuw-Zeeland, met uitzondering van enkele eilanden voor de kust. Ze hielden daarbij lelijk huis onder de vogelpopulaties, en in totaal 86 soorten zijn intussen volledig uitgestorven. Sommige soorten, zoals de legendarische Moa (die tot 3,6m en 230kg kon worden!) werden ook door de mens bejaagd. Een heleboel overgebleven soorten, zoals de Kakapo, Kaka, rock wren, yellow-crowned parakeet, kea en de Kiwi, zijn momenteel sterk bedreigd of staan op de rand van uitsterven. De DOC onderneemt momenteel operaties die op wereldschaal uniek zijn om te proberen de populaties van de predatoren in te dijken, met de laatste 10 jaar zelfs grootschalige droppings van vergif vanuit helikopters. Deze operaties blijken relatief succesvol te zijn, maar zijn allicht een druppel op een hete plaat.

Recent is ook een de rivieren een grootschalig probleem opgedoken onder de vorm van ‘Didymo’, een zoetwateralg die in 2004 voor het eerst werd aangetroffen en zich intussen over veel rivieren in het Zuidereiland heeft verspreid. Ook hier dragen wandelaars een grote verantwoordelijkheid om de verdere verspreiding tegen te gaan.

De importregulering voor Nieuw-Zeeland is logischerwijze ook bijzonder streng. De invoer van dierlijke en plantaardige producten is volledig verboden – het is dan ook het veiligste om je voedsel gewoon ter plekke in te kopen (er zijn in de meeste grote supermarkten erg lekkere vriesdroogmaaltijden van het merk ‘Backcountry Cuisine’ beschikbaar). Bij aankomst in Nieuw-Zeeland zal ook je outdoormateriaal streng gecontroleerd worden op de aanwezigheid van bijvoorbeeld graszaad, mos, … Probeer je tent, rugzak, … dus zo goed mogelijk te kuisen voor je vertrekt. Er wordt vaak materiaal in beslag genomen!

DOC voert momenteel een erg agressieve campagne om de inheemse vogelsoorten te proberen redden van het uitsterven. Vergif wordt door helikopters gedropt over enorme oppervlaktes in een poging om de predatoren uit te roeien (foto: Willem Vandoorne, Nelson Lakes National Park).

DOC voert momenteel een erg agressieve campagne om de inheemse vogelsoorten te proberen redden van het uitsterven. Vergif wordt door helikopters gedropt over enorme oppervlaktes in een poging om de predatoren uit te roeien (foto: Willem Vandoorne, Nelson Lakes National Park).

Kaartmateriaal

Er bestaan geen specifieke wandelkaarten voor Nieuw-Zeeland; de enige gedetailleerde topografische kaarten zijn die van 1:50.000 van het LINZ. Alle gemarkeerde paden en de hutten zijn er erg precies op aangeduid. De kaartbladen zijn echter erg moeilijk te vinden in de Lage Landen. Zelfs in Nieuw-Zeeland is de beschikbaarheid ervan beperkt. De enige echte fysieke kaartenwinkel is MapWorld in Christchurch: http://www.mapworld.co.nz/

Gelukkig is er een fantastische online toolhttp://www.topomap.co.nz/, waarmee je alle kaarten online kan raadplegen in het hoogste detail, en zelfs volledige kaartbladen kan downloaden als afbeelding of als .kml-file, die je dan als overlay kan gebruiken in Google Earth.

ENKELE WANDELROUTES

Nieuw-Zeeland is veel te groot om een volledig overzicht aan wandelingen te geven. Hieronder geven we alvast enkele ideeën van klassieke tochten. Er zijn uiteraard eindeloos veel mogelijkheden om je eigen routes samen te stellen aan de hand van de duizenden kilometers gemarkeerde paden, of gewoon ‘off-track’ dwars door de bergen (enkel voor ervaren wandelaars!).

  • Klassieke dagwandelingen:
    • Tongariro Alpine Crossing, Noordereiland: dwars door het vulkanische landschap van de Tongariro-vulkaan.
    • Coromandel Coastal Walk, Noordereiland: de spectaculaire kustlijn van het Coromandel Schiereiland.
    • Avalanche Peak, Arthurs Pass NP, Zuidereiland: panoramische top, stevige wandeling vanaf Arthur’s Pass.
    • Mueller Hut: de absolute klassieker bij Mount Cook, Zuidereiland, met spectaculaire vergezichten over Nieuw-Zeelands meest alpiene berglandschappen. Overnachten in de hut mogelijk (reserveren!).
    • Rob Roy Glacier: de klassieke dagwandeling in Mount Aspiring National Park, tot hoog in de cirque van Rob Roy valley/
    • Mount Alfred: een verborgen parel, lastige klim door het bos naar een fantastische uitzichtstop nabij Glenorchy.
Bivak nabij Mueller Hut, Mount Cook National Park. De Mount Cook is te zien central op de achtergrond (foto: Willem Vandoorne).

Bivak nabij Mueller Hut, Mount Cook National Park. De Mount Cook is te zien central op de achtergrond (foto: Willem Vandoorne).

 

  • Great Walks: deze zijn erg goed gedocumenteerd door de DOC.
  • Klassieke circuits (nog steeds goed uitgebouwd, minder belopen dan de Great Walks):
    • Noordereiland: Around the Mountain Circuit, 4-5 dagen rond de Taranaki-vulkaan in Egmont National Park; stevige route.
    • Noordereiland: Round the Mountain Track, 4-5 dagen in het Tongariro National Park, bekend van de ‘Mount Doom’ uit Lord of the Rings.
    • Zuidereiland: Abel Tasman Inland Track, voor wie de drukte van de Coastal Track wil vermijden.
    • Zuidereiland: Three Passes Route, zware 3- tot 4-daagse tocht in Arthur’s Pass National Park; moeilijke routes en alpiene passen waarvoor pickel noodzakelijk is. Enkel voor ervaren wandelaars.
    • Zuidereiland: Travers- Sabine circuit, lus 4-7 dagen door Nelson Lakes National Park, met mogelijkheid tot alpiene kamwandeling op Robert’s Ridge.
    • Zuidereiland: Gillespies Pass Track, 3-4 dagen door het noordelijke deel van Mount Aspiring National Park.
    • Zuidereiland: Rees-Dart Track, 4-5 dagen door twee spectaculaire valleien in het zuidelijke deel van Mount Aspiring National Park. Een ommetje (dagwandeling) naar Cascade Saddle is een must!
    • Zuidereiland: Dusky Track, het enige echt onderhouden pad door het ondoordringbare woud van Fiordland. 8-10 dagen modder, 23 ‘three-wire bridges’, 2 fantastische cols, een transfer per watervliegtuig! Een ultiem avontuur, maar enkel voor positief ingestelde, ervaren wandelaars.
    • Zuidereiland: Northwest Circuit, Steward Island, voor wie de modder op de Dusky Track nog niet genoeg is. Een echte wildernistrail, fantastische kustlandschappen, en goeie kansen om Kiwi’s te spotten op dit vergeten eiland.
Een ommetje naar Cascade Saddle is een must voor wie de Rees-Dart-track loopt (foto: Willem Vandoorne).

Een ommetje naar Cascade Saddle is een must voor wie de Rees-Dart-track loopt (foto: Willem Vandoorne).

Te Araroa

Voor wie zich wil wagen aan een echt lang wandelavontuur door volledig Nieuw-Zeeland bestaat er sinds 2011 de Te Araroa (letterlijk vertaald uit het Maori: ‘The long pathway’). De Te Araroa is een route van net geen 3000km, die bestaande tracks van de DOC aan elkaar knoopt. Hier en daar worden nieuwe wandelpaden aangelegd op ‘verbindingsstukken’ tussen de natuurgebieden, maar vooral op het Noordereiland zijn er ook nog honderden kilometers op verharde wegen. De route is met andere woorden nog volop in ontwikkeling. Op het noordereiland is een tent noodzakelijk, op het Zuidereiland zijn er ook tientallen hutten langs de route.

De Te Araroa is een fantastische, gevarieerde route waar lang over is nagedacht. Toch zal een echte bergwandelaar soms wat op zijn honger blijven zitten; er worden vaak relatief eenvoudige routes door de valleien opgezocht, en de kern van de Zuidelijke Alpen wordt ten zuiden van Arthur’s Pass zelfs volledig gemeden. De keuze om de zware routes te mijden is op zich begrijpelijk, aangezien er zich relatief veel onervaren wandelaars aan de Te Araroa wagen. Ik kwam meerdere ‘thru-hikers’ tegen die voor hun reis naar Nieuw-Zeeland nog nooit een meerdaagse wandeltocht hadden gemaakt! Desalniettemin zitten er enkele pittige passages in de tocht.

De route wint snel aan populariteit; in 2013 liepen een kleine 100 mensen de volledige tocht, in 2015 waren dat er al zowat 250. In de praktijk betekent dat dat je in de hutten meestal met 2 tot 6 personen overnacht. Mijn verwachting is dat de populariteit van de Te Araroa de komende jaren zeer snel zal toenemen, en er tegen 2020 tot 1000 mensen per jaar zich aan deze tocht zullen wagen; aantallen die vergelijkbaar zijn met de klassieke thru-hikes in de Verenigde Staten. De druk op het huttensysteem zal onvermijdelijk toenemen en het gevoel van op je eentje rond te lopen door de wildernis zal allicht voor een groot deel verdwijnen.

Die toenemende populariteit heeft de Te Araroa ongetwijfeld te danken aan het feit dat ze uitzonderlijk goed gedocumenteerd is op de website, waarop gratis kaartmateriaal en een uitgebreide beschrijving van de volledige route kan worden gedownload.

Reisverslagen