Geschreven door Koen Verbruggen en Debbie Sanders

Een degelijke buitensportuitrusting biedt het nodige comfort zowel op warme als koude dagen. Wat inzicht omtrent de constructie en gebruik van bepaalde kledingstukken vereenvoudigt de keuze in een buitensportwinkel en verkleint het risico op nutteloze investeringen. Zeker als beginner hoef je niet meteen in de meest hightech uitrusting gaan investeren.

In dit artikel gaan we in op zomerse condities. Het artikel ‘Kledij in de winter’ geeft aan hoe je op een klassieke manier je kledij aanpast aan koude omstandigheden.

Het menselijk lichaam en de rol van kledij 

Om een goede werking van al haar organen te garanderen zal het menselijk lichaam proberen om haar temperatuur zo stabiel mogelijk te houden door warmte af te geven of het warmteverlies net te beperken.

Een stijging van de lichaamstemperatuur kan het gevolg zijn van een hogere omgevingstemperatuur of een intense inspanning. Ziekte of ontsteking zijn andere mogelijke oorzaken. Om oververhitting van het lichaam te verhinderen, begint ons lichaam te zweten. Dat zweet leidt tot vochtige kledij. Niet alleen geeft natte kledij een onbehaaglijk gevoel, het is ook nefast voor de thermische eigenschappen van het kledingstuk.

Wanneer de omgevingstemperatuur sterk daalt, kan het lichaam veel warmte verliezen. Om dit te compenseren zal het meer energie verbruiken om extra warmte te produceren. Dan is het ook belangrijk dat je kledij isolerend kan werken. Een extra factor is de wind die ervoor zorgt dat de gevoelstemperatuur een stuk lager ligt dan de omgevingstemperatuur, de zogenaamde windchill.

Pas je kledij aan de inspanning en condities aan, om je lichaam een handje te helpen om het evenwicht te bewaren (foto: Steve Behaeghel).

 

Vermoeidheid kan er voor zorgen dat je moeilijk je lichaam opgewarmd krijgt, voorzie niet enkel voldoende kledij maar eet en drink genoeg om je metabolisme op gang te houden. Bij hete temperaturen is vocht heel belangrijk om van binnenuit je lichaam af te koelen en te blijven hydrateren.

Ook je staptechniek kan je aanpassen. Door wat minder snel te stappen, ga je ook minder transpireren.

Het drie-lagen-systeem 

Wat doe je nu precies aan? De klassieke theorie rond de keuze voor de juiste kledij spreekt over drie lagen. Door technische innovaties zijn daar de laatste jaren een aantal mogelijke lagen aan toegevoegd. Soms worden de lagen ook gecombineerd, maar dat is niet altijd een meerwaarde. We blijven dus ijveren voor het volgen van dit systeem.

We maken een onderscheid tussen:

  • De basislaag waarbij zweetafvoer de belangrijkste functie is
  • De tweede laag dient het zweet verder te evacueren maar ook lichaamswarmte bij te houden
  • De derde laag moet bescherming bieden tegen de weersomstandigheden maar daarnaast ook te ‘ademen’ m.a.w. het zweet verder naar buiten te transporteren
Het concept van de drielagen: basislaag (base layer), tweede laag (mid layer) en derde laag (outer layer).

Het concept van de drielagen: basislaag (base layer), tweede laag (mid layer) en derde laag (outer layer).

 

Het is aan te raden om altijd een (lichte) basislaag aan te hebben, ook als het heel warm is. Het beschermt je huid van de zon, de wrijving van je rugzak en allerlei insecten. Afhankelijk van de weersomstandigheden doe je er een tweede en/of derde laag bij aan.

Perfect werkt zo’n systeem nooit, je kledij wordt altijd wat vochtig van het transpireren. Doel is om een evenwicht te vinden tussen warmte behouden en zweet evacueren. Het komt er dus op neer om je kledij optimaal aan te passen aan de omstandigheden.

Tijdens de dag zal je dus af en toe een laag aan- of uit moeten trekken in functie van het terrein (klimmen, dalen), de weersomstandigheden (temperatuur, wind, regen) en pauzes. Of je kan ritsen openzetten om tijdelijk wat warmte kwijt te spelen.

Als je stopt om te eten, doe je best meteen wat meer kledij aan om te vermijden dat je te veel gaat afkoelen (foto: Debbie Sanders).

 

Kijk niet naar een ander maar houdt rekening met je eigen noden. Het gevoel van warmte en koude hangt heel erg af van je persoonlijk metabolisme. Test gerust eens verschillende combinaties uit, zo leer je best wat voor jou werkt en niet werkt.

Bij je tochtplanning tracht je vooraf in te schatten welke lagen je nodig zal hebben en kan je bepaalde keuzes maken zodat je niet te weinig maar ook niet te veel meeneemt in je rugzak. Tracht vooraf een idee te krijgen van de weersomstandigheden die je kan verwachten op je bestemming.

Om je wat wegwijs te brengen in wat er allemaal op de markt is, lichten we je in de volgende artikels de mogelijkheden per laag toe.

Basislaag

De basislaag trek je als eerste aan en komt dus rechtstreeks in contact met de huid. De functie van deze baselayer is het afvoeren van het zweet zodat de huid min of meer droog blijft.

Het is aan te raden om een basislaag zowel met korte als lange mouwen mee te nemen. Stel dat je je basislaag meteen onder je regenjas moet dragen, bij regenweer met milde temperaturen bijvoorbeeld, dat werkt het ademvermogen van je jas beter en zal je huid niet zo klam aanvoelen.

Beginners kunnen kiezen voor sneldrogende synthetische t-shirts, vaak gemaakt uit polyester. Je hebt deze basislaag in alle prijsklassen. Goedkope synthetische shirts zijn voldoende voor zomertochten. Bij dure shirts betaal je voornamelijk het design en de naam.

Katoen is absoluut te vermijden want het slorpt water op en doet je veel warmte verliezen bij het drogen. Enkel bij heel warme omstandigheden is katoen interessant omdat je lichaam net voldoende moet afkoelen. In woestijngebieden of erg warme streken kan het dus nuttig zijn om katoen mee te nemen, voor de meeste wandelgebieden is synthetisch materiaal echter het meest aangeraden.

Om transpiratiegeuren af te breken, worden shirts vaak speciaal behandeld, al moet je daar zeker geen wonderen van verwachten. Bij warm weer is het nuttig om je basislaag (twee)dagelijks uit te wassen.

Rechts zie je een synthetische t-shirt, links een katoenen. Beide zijn mogelijk in warme omstandigheden maar in de ‘koelere’ bergen is synthetisch materiaal wel te verkiezen (foto: Debbie Sanders).

 

Gevorderde hikers kunnen overwegenom te investeren in technisch ondergoed. Zeker voor wie in de winter trektochten wil doen, is het een absolute must. Het ondergoed sluit nauwer aan bij het lichaam en transporteert zweet vlotter naar de volgende laag. In de zomer kies je voor lichte exemplaren, in de winter voor de warmere versies die ook een stuk isolerend werken.

Technisch ondergoed vind je zowel in synthetisch materiaal (polyester, polypropyleen, nylon) als in merinowol, of combinaties van de twee. Synthetisch materiaal is goedkoper dan merinowol. Nylon wordt vaak wat dichter geweven waardoor het beter bestand is tegen wind en insecten maar iets minder goed ademt.

Technisch ondergoed sluit beter aan bij het lichaam en voert het zweet wat beter af dan gewone synthetische t-shirts (foto: Steve Behaeghel).

Merinowol heeft het voordeel veel minder snel te gaan stinken dan synthetisch materiaal. Al na één dag is het verschil te merken, laat staan als je meerdere dagen na elkaar op stap bent. Het voelt bij intense inspanningen ook iets warmer aan omdat het beter in staat is om vocht op te nemen en de huid relatief droog te houden. Merinowol wordt wel snel te warm bij hogere temperaturen omdat het niet zo fijn geweven kan worden en is dus eerder te gebruiken bij koelere klimaten. Merinowol is trouwens erg zacht voor de huid en is dus qua draagcomfort niet te vergelijken met gewone wol.

Technische ondergoed is ook heel interessant voor andere buitensporten zoals fietsen en lopen waar de intensiteit nog een stuk hoger ligt en zweetafvoer ook erg belangrijk is.

Tweede laag

De tweede laag moet het lichaam isoleren maar intussen ook het zweet verder evacueren naar de volgende laag. Je combineert beter enkele dunnere tweede lagen om optimaal te kunnen inspelen op de omstandigheden. Eén dikke laag is te weinig flexibel.

Vaak wordt fleece gebruikt omdat het licht en warm is. Een fleece kan je al kopen voor erg weinig geld en heb je in alle vormen, maten en kleuren. Dure fleeces zouden duurzamer zijn maar ook goedkopere fleeces kunnen jaren meegaan. Voor beginners is dit dus het meest aangewezen.

Fleeces heb je in alle maten en kleuren (foto: Joery Truyen).

 

Warm technisch ondergoed van merinowol of een combinatie van merinowol en synthetisch materiaal is een interessant alternatief als tweede laag omdat het minder snel gaat stinken dan fleece. Het is wel een pak duurder.

Een belangrijk nadeel van zowel fleece als wol is dat beide de wind doorlaten. Bij een stevige bries ga je dus alsnog veel warmte verliezen. Mogelijke oplossingen zijn:

  • Je regenjas aandoen maar dit kan overkill zijn als het niet zo koud is. Dan ga je al snel zweten in je jas.
  • Extra niet-winddichte lagen aandoen om het warmteverlies toch wat te beperken maar ook dit kan toch nog te warm worden of integendeel nog onvoldoende zijn.
  • Investeren in een winddichte laag is het meest aangewezen en is zeker nuttig voor wie de hikingmicrobe echt te pakken heeft.

Wat kan die winddichte laag dan zijn? Sommige hikers dragen een fleece met windstoppermembraan. Anderen gebruiken een softshell. Niet gevoerde softshells zijn minder warm dan een windstopperfleece en zijn dus wat flexibeler in te zetten. Ze stinken minder snel na langdurig gebruik en kunnen ook tegen vochtige omstandigheden (niet tegen échte regen). Ze voelen wel stroever aan en ademen wat minder goed dan fleece.

Op deze bergkam moet je kledij je vooral tegen de wind beschermen (foto: Debbie Sanders).

 

Weinig gekend onder hikers in onze contreien zijn de windshells, een soort dun winddicht jasje. In andere sporten zoals fietsen en lopen worden ze wel meer gebruikt. Ze zijn heel licht maar bieden uiteraard enkel bescherming tegen de wind. Is het koud, dan moet je extra lagen eronder aan doen. Is het warm, dan kan je je windshell zo boven een basislaag met lange mouwen aandoen. Ze zijn moeilijk te vinden in buitensportzaken in Vlaanderen maar kunnen wel online besteld worden.

Het belangrijkste voordeel van een windshell is dat je daarmee eigenlijk je isolatielaag en windstopperlaag uit elkaar haalt en dus nog flexibeler bent. Als het niet te koud is, kan je de windshell op je basislaag dragen, terwijl je bij een softshell en windstopperfleece je het wat te warm kan hebben.

Een windshell heeft zeker zijn meerwaarde tegenover softshell en windstopper fleece omwille van zijn beter ademend vermogen. Maar is helaas moeilijk te vinden in Vlaanderen.

Meer ervaren hikers kiezen ervoor om in de zomer een lichte donsjas of primaloft-jas mee te nemen voor op de bivakplaats of in de berghut. Dan heb je genoeg aan één dunne tweede laag om bij koudere temperaturen te stappen.

Derde laag

De hardshell heeft twee functies. Enerzijds is het belangrijk dat deze laag het afgevoerde vocht van binnen naar buiten doorlaat: ademend vermogen. Anderzijds moet ze regen en wind tegenhouden: waterdichtheid. Een softshell kan niet voldoende beschermen tegen regen en is dus géén volwaardig alternatief voor een hardshell.

De werking van het membraam komt er op neer dat waterdamp wel naar buiten kan (kleinere partikels) maar regen niet wordt doorgelaten (grotere partikels). Perfect werd zoiets nooit maar het verschil met niet-ademende jassen is voelbaar te merken.

Om deze twee eigenschappen zo optimaal mogelijk te combineren worden allerlei laminaten en coatings ontwikkeld. Een coating is een dunne deklaag die over het algemeen op de binnenzijde van een kledingstuk wordt aangebracht. Een laminaat is een membraan die op een andere textiel wordt aangebracht. De werking van zowel een laminaat als een coating is hetzelfde. Een laminaat is duurzamer dan een coating en daarom ook vaak duurder. Laminaten presteren ook iets beter wat betreft ademend vermogen. Voorbeelden van laminaten zijn: Gore-Tex, Dermizax en eVent. Daartegenover zijn HyVent, MPC en Omni-Tech voorbeelden van coatings.

Elke regenjas kent zijn grenzen. Als de regen de ganse dag uit de hemel gutst, begin je na verloop van tijd toch wat vochtig te worden, vooral door het opgestapelde zweet (foto: Debbie Sanders).

 

Intussen zijn er veel meer spelers op de markt en worden de verschillen kleiner. Het is niet altijd evident om de laminaten (en coatings) naast elkaar te zetten, verschillende tests kunnen elkaar soms tegenspreken. Je zal dus vaak moeten ondervinden of je jas naar behoren functioneert. Perfect werkt zo’n jas nooit! Het ademvermogen hangt af van de vochtigheid en warmte op dat moment. In koude of droge omstandigheden zal je jas beter aanvoelen dan als het warm of vochtig is. Vermijd te veel lagen onder je jas want je gaat bij het stappen al snel overmatig zweet produceren. Je doet je hardshell best enkel aan als het nodig is want een hogere waterdichtheid gaat hoedanook ten koste van het ademvermogen.

Bij mistig en erg vochtig weer, moet de regenjas vaak aan terwijl het meestal zweten geblazen is (foto: Debbie Sanders).

 

Het verschil in 2-laagse en 3-laagse laminaten zit in de duurzaamheid. Wie (zware) rugzakken draagt, kiest beter voor een 3-laagse jas. Het drielagen laminaat is stijver en slijtvaster, het tweelagen laminaat is soepeler en ademt iets beter. Intussen zijn er ook al 2,5-laagse laminaten. Meer info in dit forumbericht.

De fit, functionaliteit van de kap en design van de mouwen zijn minstens even belangrijk bij de aankoop van een goede regenjas. Belangrijk is dat je jas dus goed past maar ook het gewicht en pakvolume niet te hoog liggen. Over het nut van okselritsen lopen de meningen uiteen, ze zijn alleszins handig om voor extra ventilatie te zorgen, al hoef je er ook geen wonderen van te verwachten.

Je jas gaat het snelst lekken via de naden. Gelaste naden zijn beter waterdicht dan gestikte naden maar zijn ook duurder. Gestikte naden worden waterdicht gemaakt, bij goedkopere jassen gaan de ‘seam seals’ sneller verslijten als bij duurdere.

Hoofd, nek en handen 

Naast je bovenlichaam en benen, is het ook heel belangrijk om je hoofd, nek en handen niet te vergeten. Die zitten vaak bloot maar als het kouder wordt of er veel wind is, hebben ook die bescherming nodig. Je verliest hier veel meer warmte dan je zou denken.

Een muts is vooral te gebruiken bij koudere temperaturen, veel wind of bij je bivak. Fleece heeft minder de neiging om water op te nemen dan wol. In de zomer ga je voor een dun exemplaar. Zorg dat je oren volledig afgedekt zijn.

Op je bivakplaats is het interessant om een muts aan te doen om je warmte zoveel mogelijk te behouden (foto: Debbie Sanders).

 

Een hoedje of pet is noodzakelijk bij veel zon omdat het je hoofd, ogen en nek beschermt.

Een zonnehoedje is bij warm weer een echte aanrader. Je ogen, hoofd en nek worden beschermd (foto: Debbie Sanders).

 

Een bandana (vb. Buff) is vooral handig voor de zomer omdat het licht is en je die zowel voor je hoofd als nek kan gebruiken. Een muts is snel te warm bij het stappen en dan biedt een bandana de uitkomst. Als het wat kouder is kan je de bandana als sjaal gebruiken, en de muts op je hoofd zetten.

Een bandana kan gebruikt worden als lichte muts of lichte sjaal (foto: Debbie Sanders).

 

Een bivakmuts is enkel nodig bij heel koude (winterse) omstandigheden. Een facemask bij extreme koude temperaturen.

Een hoofdnet dien je enkel te gebruiken in gebieden waar je verwacht veel insecten tegen te komen vb. zomers Scandinavië of Schotland.

Een hoofdnet is best handig voor wie belaagd wordt door midges of andere vliegende insecten. (Bron: http://fishingclass.co.uk)

In de zomer zullen lichte (onder)handschoenen in zijde, fleece of merinowol volstaan.

Benen 

Ook op het onderlichaam kan het principe van de verschillende lagen worden toegepast. Het lagensysteem blijft hier meestal beperkt tot een wandelbroek in combinatie met een regenbroek. Benen zijn minder gevoelig voor kou dan je bovenlichaam.

Een technische onderbroek (met lange pijpen) kan echter bij erg koude temperaturen als basislaag worden toegevoegd. Ze bestaan opnieuw in synthetische stoffen, merinowol of combinaties van beide.

Een trekkingbroek in een lichte en sneldrogende stof is meer dan voldoende voor de zomer, zelfs in koudere klimaten. Ook hier gaat de voorkeur uit naar synthetische stoffen zoals nylon en polyester omdat ze sneldrogender, slijtvaster en sterker zijn dan katoen. Vaak zit er ook stretch in wat het handiger stappen maakt. Uit ervaring weet ik dat duurdere trekkingbroeken gemiddeld een stuk sterker zijn dan goedkopere broeken. De naden gaan soms al heel snel lossen aan de binnenzijde van de broekspijpen.

Eén van de meest bekende trekkingbroeken die in onze contreien te vinden is Fjällräven. Ze kunnen tegen een stootje. Ook de G1000 broeken zijn van dit merk.

Je hebt broeken in één stuk of met afritsbare pijpen. Die laatste hebben het voordeel dat je tijdens het wandelen makkelijk pijpen aan en af kunt ritsen zonder je hele broek te moeten uitdoen.Sommige broeken hebben ook vertikale ritsen zodat je je pijpen aan- en uit kunt trekken zonder je schoenen te hoeven uitdoen.

Zwaardere stoffen zoals de G1000 van Fjällräven kunnen gebruikt worden maar hoeven in principe niet in zomerse omstandigheden. Ze zijn snel te warm als de temperaturen hoger oplopen, zeker als ze dan nog eens gewaxt zijn (wat het ademvermogen sterk vermindert).

Qua regenbroek hoef je niet perse te investeren in een dure broek. Voor occassioneel gebruik zijn ook goedkopere laminaten en coatings bruikbaar, zolang ze maar voldoende waterdicht én ademend zijn. Net als bij een regenjas zijn de pasvorm en bewegingsvrijheid erg belangrijk want niet alle regenbroeken zijn even goed getailleerd. Ritsen minstens de lengte van de kuit zijn nodig om de broek snel aan- en uit te kunnen trekken.

Een regenbroek werkt trouwens het best in combinatie met een technische onderbroek om je zweet te evacueren. Als je echter maar kortstondig je regenbroek aantrekt, is het gewoon praktischer om je trekkingbroek aan te houden. En de kans is best groot dat je gaat zweten in je regenbroek tenzij als het echt koud is.

Bij echt regenweer zit er niets anders op dan je regenbroek aan te doen. Als je te lang wacht ben je anders kleddernat en dan koel je serieus af als het waait (foto: Debbie Sanders).

 

Regent het maar heel lichtjes, dan is een combinatie van een sneldrogende trekkingbroek met enkel gamaschen (of getten) interessanter. Hierin zul je minder zweten dan met een volledige regenbroek want enkel je schoenen en eventueel ook je kuiten zijn waterdicht ‘verpakt’. Draag dan wel de broekspijpen over de gamaschen om te vermijden dat water via de broekspijpen onder de gamaschen in je schoenen loopt. Tenzij je natuurlijk vooral je de pijpen van broek proper en droog wilt houden bijvoorbeeld in modderig terrein of in sneeuw. Getten neem je in principe enkel maar mee als je erg nat terrein verwacht, en is zeker geen must in normale condities. Korte exemplaren zijn meestal voldoende. Een regenbroek is veel belangrijker om mee te nemen.

Gamashen zijn erg nuttig in modderig terrein en in de sneeuw om je schoenen en broek te beschermen (foto: Joery Truyen).