Vlonderen, glibberen en wapperen

De hoogvenen in Europa ontwikkelden zich na het terugtrekken van de laatste ijskappen aan het begin van het Holoceen, ongeveer 11.000 jaar geleden. 11.000 jaar later, op 1 februari 2025, vertrekken 14 wandelaars onder het adviserend oog van Hiking Advisor door een winterse versie van de Hoge Venen. Volgens Wikipedia valt in de Hoge Venen de meeste neerslag van geheel België. Niets is minder waar op dit weekend, gezien de zon het hele weekend overvloedig zal schijnen, wat een feeëriek beeld geeft op het dun laagje sneeuw dat overal ligt.

We beginnen direct met een kilometerslang en licht besneeuwd vlonderpad. Dit vorstige vlonderpad test direct het evenwicht, de intelligentie en de ervaring van elke stapper. De houten constructie over het drassige terrein loodst ons langs wat op het eerste zicht een meer lijkt. Onze ervaren en goed voorbereide gids Ivo legt uit dat het over een pingoruïne gaat. Niet te verwarren met een nostalgische herinnering en tv-serie Pingu, ondanks enige overlap.

Een pingo is een bolvormige heuvel die ontstaat in een gebied met permafrost waar, door de hydrostatische druk als gevolg van het uitzetten van bevriezend grondwater, een lager bevroren grond wordt opgetild. Eenmaal het klimaat warmer wordt, zoals na bijvoorbeeld de ijstijd, blijft van deze pingo een cirkelvormig meer of krater over, die een pingoruïne of een gletsjerkom wordt genoemd.

We passeren het hart van Brackvenn, niet zomaar eender brak vennetje: een lappendeken van veenmosbulten, heide, vennetjes en kletsnatte broekbossen, alles mooi bedekt door een wit laagje. Na dit ven met glibberige knuppelpaden, krijgen de adductoren even rust dankzij een geasfalteerd weggetje. Wat geen rust krijgt, is de rest van het lichaam, want het tempo blijft hoog door Ivo, onze koploper van de dag.

Voor we de grindpaden terug induiken, houden we een korte pauze bij een schuimend riviertje. Dit riviertje zullen we voor de volgende aantal kilometers volgen. We zien een grote hoeveelheid fijnsparren, welke historisch excessief werden aangeplant voor de houtindustrie. Deze bomen kunnen maar weinig water verdragen, waardoor destijds afvoerkanalen werden gegraven om het water zo snel mogelijk af te voeren. Volgens het WWF is dit één van de oorzaken die de overstromingen in Wallonië hebben verergerd.

Rond de middag houden we halt voor een collectieve eetpauze met een magnifiek zicht op een open vlakte met enkele bomen en een borrelend beekje. De zon zorgt ervoor dat toch één van de vele lagen zorgvuldig gekozen kleding moet sneuvelen. Zonnecrème wordt gulzig gesmeerd op de enkele plekken die niet bedekt zijn door kleding. Maar stilstaan is achteruitgaan, en wordt er verder gewandeld.
We passeren de befaamde Baraque Michel en daarnaast het in 1831 gebouwde en hoogst gelegen religieuze gebouw van België, Kapel Fischbach, welke gewijd is aan Onze-Lieve-Vrouw van Goede Hulp. 

De oprichting van de Baraque Michel bracht een legende voort. Volgens het verslag was Michel Schmitz de weg kwijtgeraakt in de Venen en, uitgeput door zijn strijd tegen de elementen, had hij een gelofte afgelegd, als hij aan de dood zou ontsnappen, om op de heide een toevluchtsoord te bouwen waar verdwaalde reizigers zoals hij asiel konden vinden. Nadat hij zijn staf had geplant op de plaats waar hij zojuist deze beslissing had genomen, vond Schmitz op wonderbaarlijke wijze de weg terug. Zodra hij vervolgens was teruggekeerd naar het toneel van zijn avontuur, bouwde hij een hut van klei, turf en kluiten turf waar hij zich als kluizenaar vestigde om zijn missie uit te voeren. Deze haven zou de oorsprong zijn van de Fagnard-herberg. 

Hierna volgt de technische of eerder tactische passage van de dag. Langs rechts een twee meter hoog hek, langs links bomen en struiken en voor ons een pad zo drassig als de Belgische begroting. Sommigen gaan voor de langere en voorzichtiger weg door het struikgewas met weinig kans op collectief entertainment. Anderen gaan voor de korte pijn en gaan vol zelfvertrouwen rechtdoor met grote passen en incasseren elke vorm van modderigheid met dermate veel bravoure dat hier ook weinig entertainment te beleven valt. Maar dan komen de mensen, die terecht de queeste op zich nemen om zonder natte voeten aan de overkant te geraken zonder het hazenpad door de struiken te kiezen. Zij moeten hun tactisch inzicht, jeugdige behendigheid en geëquipeerd materiaal (lees: wandelstokken) zonder fouten inzetten onder het toeziend oog van een naar entertainment smachtend publiek. Bij succes: een zelfvoldaan gevoel, bij een misstap: een zelfvoldane toekijkende meute.

Tegen de late namiddag en na 22 kilometer en 200 hoogtemeters (aan een gemiddelde hartslag van 117 bpm voor de schrijver van dit verslag) komen we aan op onze locatie, waar de Route de la Baraque Michel overloopt in de gemeente Mont. Wij worden verwelkomd in de tuin van een ecologisch bewust koppel die meedoet aan Welcome to my garden. Na iedereen het in zijn ogen vlakste stukje tentlocatie heeft veroverd begint iedereen aan de voorbereiding van de nacht. Tenten worden opgezet, lichtgewicht slaapzakken, matjes etc. worden uitgerold, Merinowollen kleding wordt aangetrokken (voor zover dit nog niet gebeurd was), sokken worden vervangen en de voedselpakketjes worden boven getoverd.

Door het aangemaakte vuur komt deze groep van 14 ondertussen iets minder onbekenden samenzitten rond de vuurschaal. Er is net genoeg plaats voor acht paar voeten die opgewarmd moeten worden gezien de temperatuur daalt tot het vriespunt. Er wordt naarstig nagepraat over de wandeldag, het materiaal en het eten. Naarmate de avond vordert en de temperatuur daalt, zal het vuur het moeilijker krijgen om te presteren. Dit klinkt als een opdracht voor twee gasten uit het Antwerpse die hun jarenlange scoutservaring en matig getrainde triceps aan het werk zullen zetten. Naarmate er meer gewapperd wordt, stijgt de goesting van het vuur. Maar het is moeilijk verzadigbaar en er moet dus nog meer gewapperd worden. De wapperboys zijn een feit. Daarnaast is de plastuit ook een topic ter discussie deze avond. De snacks worden doorgegeven en gedeeld, de mopjes gaan over en weer. Het collectief ‘Plastuit en de wapperboys’ is geboren. Hun lied (zie onder) schalt door de ijzige vlaktes van de Hoge Venen. Michel zag dat het goed was.

Naarmate de nacht zich toont en de temperatuur verder daalt, zullen mensen zich terugtrekken naar de knusheid van hun tent. De oudsten en slimsten zullen eerst vertrekken en wanneer alle boomers verdwenen zijn, kunnen de dertigers en moedige twintiger nog napraten over recente en toekomstige avonturen. Af en toe verdwijnt een rood voorhoofdlampje verticaal naar boven voor enkele minuten primetime sterrenkijken. Maar ook schrijvers moeten slapen en dus kruipt hij in zijn nog ongebruikte wollen slaapzak van AS adventure die bestand zou moeten zijn tegen -15 graden.

Kampvuurlied: Plastuit en de Wapperboys

(Refrein) Oh, Plastuit en de Wapperboys, 
Met hun muziek maken ze veel noise, 
Wapperend in de wind, zo vrij, 
Laten we feesten, jij en ik, zij en hij! 

(Verse 1) Onder de sterren, de nacht is jong, 
Plastuit speelt een vrolijk lied, zo vol van klank en klonken,
De Wapperboys dansen, hun vlaggen wapperen trots, 

Iedereen zingt mee, met een lach en een schots. 

(Refrein) Oh, Plastuit en de Wapperboys, 
Met hun muziek maken ze veel noise, 
Wapperend in de wind, zo vrij, 
Laten we feesten, jij en ik, zij en hij! 

(Verse 2) De gitaar klinkt helder, de drums slaan hard,
Met elke noot en elke beat, gaat het leven niet meer kwaad,
We delen verhalen, en roosteren marshmallows, 

Maar pas op voor de plas, die komt van de Wapperboys, oh! 

(Refrein) Oh, Plastuit en de Wapperboys, 
Met hun muziek maken ze veel noise, 
Wapperend in de wind, zo vrij, 
Laten we feesten, jij en ik, zij en hij! 

(Verse 3) In de Hoge Venen, waar de natuur zo mooi,
Zingen we samen, met een hart vol vreugd en plooi, 

De lucht is fris, en de sterren stralen helder, 
Met Plastuit en de Wapperboys, wordt de nacht nog verder. 

(Refrein) Oh, Plastuit en de Wapperboys, 
Met hun muziek maken ze veel noise, 
Wapperend in de wind, zo vrij, 
Laten we feesten, jij en ik, zij en hij! 

(Bridge) Dus hef je glas, op deze mooie nacht, 
Met vrienden om je heen, en de sterren die ons wacht, 
Plastuit en de Wapperboys, blijven spelen voor ons, 
Wapperend en plassen, tot de ochtend ons verwelkomt! 

(Refrein) Oh, Plastuit en de Wapperboys, 
Met hun muziek maken ze veel noise, 
Wapperend in de wind, zo vrij, 
Laten we feesten, jij en ik, zij en hij!

De baard van Koning Winter

Om zeven uur ’s ochtends gaan de wekkers één voor één in verschillende tenten want om 8 uur zouden wij vertrekken op deel twee van deze winterbivak. Bij het opruimen van de tent merk je het verschil tussen de grond van gisteren (groen) en de grond die is bewerkt door de wetten van de meteoreologie (wit). Een goede -5 °C heeft onze slaapzakken geteisterd. De weerstand tegen de koude is het voornaamste onderwerp deze ochtend, bij een warme koffie. Wij vertrekken met de ochtendgloed van een naderende zon en al snel komt deze gele dwergster ons goedemorgen wensen. 

De opkomende zon op de ijzige grasvlaktes geeft een uitzicht om ú tegen te zeggen. De bevroren grond is wel een uitdaging voor de enkels aangezien geen enkele bult in de weg enige zin heeft om platgeduwd te worden. We worden al direct getest door een weggetje dat door de natuur is overgenomen en quasi volledig is dichtgegroeid. Ieder baant zich op zijn manier door de wirwar aan takken, bomen, plassen en ijsblokken. Op het einde van ons opwarmingsuurtje zien we (lees: door het scherpziend oog van Kjell) in de verte nog twee reeën weghuppelen door de bomen. 

Na in wijde boog rond Longfaye gewandeld te hebben, passeren we de negen meter hoge waterval van de Bayehon (fun fact: dit is voor kajaksporters de hoogst bevaarbare waterval in België). Na de obligatoire fotoshoot van de millennials onder ons wandelen we verder door dit winterwonderlandschap, dat ondertussen ook wordt aangevuld door stalactieten en ijshaar (ook wel eens ‘de baard van Koning Winter’ genoemd). 

Dan wagen we ons aan de Rau de Ghaster, een klein riviertje, waarbij we ons moeten manoeuvreren langs de schuine en ijzige zijkanten hiervan. Ieder bestijgt op zijn tempo deze bevroren helling en het wordt nog een heuse teambuilding wanneer iemand in moeilijkheden verkeert. Toch bereikt iedereen in goede gezondheid het einde van dit huzarenstukje. 

Wat later passeren we op enkele honderden meters het hoogste punt van België, Signaal van Botrange, met zijn 694 meter boven zeespiegel. We zien de principiële zes meter hoge trap in de verte, vooraleer we terug hartje Hoge Venen in duiken. Dan een lange streep rechtdoor, waarbij we nog restanten kunnen zien van een verwoestende brand die op Paasmaandag 2011 woedde.
We houden een pauze met een stukje poëzie van Claire Vanden Abbeele (‘alles wacht op ons’). 

Er is duister 
Er is licht 
Verlangen en vervulling 
Er zijn geheimen 
Er is openbaring 
En wij 
Daar ergens tussenin

En dan begint de uitputtingsslag. De benen, enkels en onderrug beginnen het te voelen na reeds 35 kilometer op anderhalve dag. Voor de laatste 10 kilometer doen we beroep op cynische quotes à la ‘de laatste loodjes zijn ook loodjes’ en ‘blijtend vet’. Hierna komen zowaar wijsheden naar boven in de vorm van ‘in de rugzak verpakt men zijn angsten’ en ‘in uw rugzak zit niet enkel materiaal maar ook ervaring’. Als laatste stop worden we nog zowaar bang gemaakt door onze gids met een verhaal over een koppel dat destijds voor heugelijk nieuws de oversteek door de Hoge Venen wilde maken op een zware winterdag en dit niet overleefden. Maar zelfs dit laatste verhaal doet de moraal niet zakken en we wandelen collectief over de Duits-Belgische grens terug naar het begin van deze wonderlijke winterbivak.

De gevolgde route