Of je nu een langeafstandsroute volgt of zelf je eigen weg zoekt, in principe moet je altijd weten wat je positie is en welke richting je uitgaat. Oriëntatie is één van de belangrijkste vaardigheden van een hiker want zelfs de bewegwijzering kan je al eens in de steek laten en ook elektronische hulpmiddelen als de GPS hebben belangrijke nadelen. Hieronder bespreken we de diverse instrumenten om te oriënteren en geven we praktische tips.

De wandelkaart blijft heilig

Ondanks alle hoogtechnologische snufjes op de markt, blijft de wandelkaart dé referentie. Daarvoor heb je uiteraard eerst en vooral degelijk kaartmateriaal nodig, hierover geven we tips op een andere pagina. Maar daarnaast moet je ook werken aan je vaardigheden.

Niemand kan al kaartlezen van bij de geboorte. Je leert het al doende. Bij de ene gaat dat al wat sneller dan bij de andere, en dat heeft overigens niets met je geslacht te maken. Het komt er op neer al op je eerste tocht regelmatig de kaart te bekijken. Om je kaart te beschermen in natte condities, koop je een waterdichte kaartenhouder in een gespecialiseerde buitensportzaak die je rond je nek kan hangen (met één arm erdoor) of op grijpafstand in een zijzak van de rugzak of broekzak (let er wel op dat je die niet verliest).

Kaartlezen leer je enkel maar door het te doen, en dat kan je al leren in de Ardennen (foto: Steve Behaeghel).

 

Stap voor stap leren navigeren

We raden elke beginnende stapper aan om eerst met bewegwijzerde paden te beginnen. Zo heb je de wegwijzers en markering als houvast, maar kan je alvast oefenen om regelmatig je positie op de kaart te achterhalen door vb. markante landschapskenmerken of bochten in het pad. Gaandeweg zal je steeds meer details op je kaart ontdekken. Na verloop van tijd kan je niet-bewegwijzerde route proberen te volgen. Ook dan begin je best met makkelijk vindbare paden. Gaandeweg win je aan zelfvertrouwen en kan je eens van het pad afwijken en ongebaand terrein opzoeken.

In de Alpen zijn bergroutes goed gemarkeerd: een ideaal gebergte om te leren kaartlezen (foto: Debbie Sanders).

 

Leer nadat je al wat kan kaartlezen ook werken met een kompas

In sommige situaties zal kaartlezen een pak moeilijker zijn vb. in een mistig landschap waar een witte muur alles van je omgeving verbergt of op een padloos en golvend terrein met weinig herkenningspunten. In dat geval zal je met behulp van je kompas op je kaart bepalen welke richting je uit moet (uitgedrukt in een hoek in relatie tot het noorden) en ‘lopen op azimut’. Je kan het proberen zelf aan te leren, maar het gaat een pak sneller als een ervaren kompasgebruiker je op weg helpt.

Een overzicht van organisatoren van bergwandelcursussen, waaronder kaart en kompas, vind je in dit overzicht voor 2014. Dit daten we elk jaar op. Debbie ontwikkelde in kader van een cursus kaart en kompas voor bergwandelaars zelf cursusmateriaal waarin de belangrijkste technieken zijn uitgelegd. Het ultieme navigatiehandboek van Lyle Brothertoon (ISBN 9789021551388) is ook een goed handboek.

Zelfs op de GR10 in de Franse Pyreneeën kan een kompas al eens van pas komen: op een grassige kam zonder pad en veel mist in de Ariège (foto: Debbie Sanders).

 

Hoogtemeter als extra hulpmiddel in oriëntatie en weerkunde

Het is geen must maar een horloge met hoogtemeter kan handig zijn. Zeker als een splitsing op een bepaalde hoogte ligt, kan je zo bijhouden wanneer je moet beginnen opletten. En het kan ook een morele steun betekenen om je vorderingen te meten op een schijnbaar eindeloze klim.

Maar los van oriëntatie, is de hoogtemeter ook een bijzonder goed instrument om weersveranderingen bij te houden. De hoogtemeter werkt namelijk op basis van luchtdruk, vandaar dat het regelmatig ijken ook belangrijk is. Als je bijvoorbeeld merkt dat je hoogte met 30 à 50m gestegen is in de loop van de nacht, dan kan dit een indicatie zijn van een belangrijke weersverslechtering. Uit de sterk gedaalde luchtdruk leidt de hoogtemeter namelijk af dat je gestegen bent terwijl je eigenlijk gewoon in je tentje lag te slapen. Omgekeerd kan een sterke daling van de hoogte duiden op een weersverbetering (hogere luchtdruk). Hoe korter de tijd waarin deze verandering merkbaar is, hoe meer zorgen je je moet maken. Je hoogtemeter is daarom een goeie aanvulling van de gewone weerberichten die je het liefst elke dag probeert te raadplegen (indien mogelijk).

Door een sterke drukdaling, kunnen de condities snel verslechteren. Ook in de zomer kan er verse sneeuw vallen (foto: Steve Behaeghel).

 

GPS als back-up

Een GPS is vooral nodig wanneer je zelfs met je kompas te weinig aanknopingspunten hebt. Dat zijn vrij uitzonderlijke situaties in de zomer vb. in erg mistige condities in een gebied zonder pad en geen enkel herkenningspunt. In de winter is de kans op zo’n situatie een pak groter omdat het landschap bedekt is met een dikke laag sneeuw. Kom je dan in de mist terecht, dan is het alsof je in een cocon aan het wandelen bent. Dit heet een ‘white-out’. Je hebt geen gevoel meer van boven of onder, noch van richting. Wie kampeert, kan er dan voor opteren om zijn tent neer te zetten in afwachting van beter weer. Maar als je van hut naar hut trekt, is de GPS je enige houvast om je slaapplaats te halen. Een sneeuwhol graven doe je namelijk enkel als de nood het hoogst is.

 Forumtopics:

In Wales waren we in de mist eens hopeloos verloren: de kaart was niet duidelijk, het terrein erg moeilijk. En na wat dwalen (nooit doen!), moesten we uiteindelijk de tarp opstellen in afwachting van betere condities. Een GPS was hier heel nuttig geweest (foto: Debbie Sanders).

 

Kan je ook voortdurend op GPS lopen, zelfs als de condities goed zijn? Ja, uiteraard, maar hou rekening met enkele belangrijke nadelen: de batterijduur is beperkt (je mag een arsenaal aan batterijen meenemen als je een lange tocht maakt), je hebt bijna niets van overzicht op dat kleine schermpje en je kaartleesvaardigheden verbeteren niet. Want stel dat je GPS het laat afweten? Dan moet je je kaart bovenhalen, die je overigens altijd moet bijhebben! Ga nooit met enkel een GPS op stap.

Afhankelijk van je plannen, zal je dus al dan niet kiezen om een GPS mee te nemen. De aankoop is vrij duur, vandaar dat je kan overwegen om een toestel te huren. Hou er mee rekening dat je ook met een GPS moet leren werken en vooral blijven oefenen, anders zit je maar te klungelen. Een cursus is dan ook een aanrader, zo leer je daar ook de diverse modellen beter kennen en kan je een meer doordachte aankoop doen.

Waar kan je een GPS-cursus volgen? Soms leggen de Bergstijgers en de clubs dan de Klim- en Bergsportfederatie cursussen voor bergsporters in maar dat is niet op jaarlijkse basis. Garmin Academy en Galileo Trainingscenter hebben wel een ruim aanbod. Ook Grote Routepaden en SNP Outdoorschool organiseren geregeld een cursus. Voor de autodidacten is de Garmin GPS Gids van Peter Gielen een echte aanrader (ISBN 9789491573019), versie 2.0 ligt intussen in de boekhandel.

In de winter is het risico op white-outs reëel, een GPS is dan onontbeerlijk (foto: Debbie Sanders).

 

Wat met smartphones en consoorten?

Er zijn twee grote nadelen aan een smartphone: (1) de vrij lage robuustheid in vergelijking met de gewone GPS-toestellen en (2) de nog beperktere levensduur van de batterij. Behoudens je je smartphone regelmatig kan opladen, is een gewone GPS nog altijd aan te raden. Zo ben je ook zeker dat je GSM nog batterij heeft als je de hulpdiensten moet bellen… Ga er ook niet vanuit dat je in een berghut makkelijk een stopcontact ga vinden. Grote Routepaden vzw beschreef de verschillen tussen een smartphone en gewone outdoor-GPS in meer detail.

Handige instructiefilmpjes op internet

Een heel goede website met videofragmenten vind je op http://micronavigation.com/learning-centre/, zowel kaart & kompas als GPS worden uitgelegd.