Tussen Abisko en Kilpisjärvi strekt zich een van de stilste en meest afgelegen berggebieden van Noord-Scandinavië uit. Hier begint het wijdse binnenland van Indre Troms: een streek van brede dalen, kale hoogvlaktes en bossen die kilometerslang geen weg of nederzetting kennen.

Voor ervaren trekkers die al vaker boven de poolcirkel trokken, staat Øvre Dividal(en) en de passage over de Nordkalottleden bekend als een de meest pure wilderniservaringen van Scandinavisch Lapland.

Situering

Ten noorden van Abisko strekt zich een uitgestrekt Arctisch berg- en dalenlandschap uit, bekend als Indre Troms – het binnenland van de Noorse provincie Troms. Dividalen is de bekendste van de vele karakteristieke dalen in deze regio. De naam van die vallei blijkt een goede beschrijving van het landschap. Dividalen is genoemd naar de rivier Divielva (Noordsamisch: Dieváideatnu). Dat is een combinatie van twee termen. Het Samische woord dievva, betekent “rond, vlak hoogland” – een verwijzing naar de brede dalbodem met omliggende vlaktes ; -dalen is Noors voor “vallei”. 

Indre Troms is een mozaïek van brede valleien, uitgestrekte toendra’s, ruige bergmassieven en stille hoogvlaktes. Het is een van de meest ongerepte en dunbevolkte gebieden van Noorwegen. 

Het bekendste beschermde natuurgebied is het Øvre Dividal Nationaal Park. Het is in 2011 uitgebreid met het -/+ aangrenzende Rohkunborri Nationaal Park. Beide parken herbergen een gevarieerd ecosysteem: van alpiene hoogvlaktes en berkenbosgordels tot Arctische wetlands. In deze biotopen leven rendieren (veelal van de Sami), elanden, veelvraten, sneeuwhoenders en diverse roofvogels. Het gebied loopt door aan de Zweedse en Finse kant van de grens, die hier gewoon een rechte lijn op de kaart is. 

De Nordkalottleden doorkruist dit ruige landschap op indrukwekkende wijze. Het pad loopt achtereenvolgens door Rohkunborri en Øvre Dividal, alvorens oostwaarts af te buigen naar Finland, richting Kilpisjärvi en het drielandenpunt (Treriksröset). Je kan uiteraard ook - vaak padloos of over Sami-sporen - dit gebied doorkruisen op andere manieren. Welke optie je ook neemt : het is een afgelegen gebied dat bedoeld is voor fitte hikers met goed materiaal en eerdere Lapland ervaring.

DSCF1310.jpg

Ergens op weg tussen de Lyngen Alpen en Ovre Dividalen (Kenneth Gijsel).

Ben je bekend met deze regio? Wil je graag je kennis toevoegen aan deze pagina?
Geef ons een seintje op communicatie@hikingadvisor.be

Openbaar vervoer en bereikbaarheid

Abisko geldt als natuurlijke toegangspoort tot Dividalen, maar wie de tocht iets korter wil maken, kan ook uitstappen in Björkliden, een klein stationnetje 10 km ten westen van Abisko. Abisko en Björkliden liggen aan de internationale spoorlijn tussen Stockholm en Narvik. De dagelijkse nachttrein vanuit Centraal-Zweden (de zogeheten Arctic Circle Train) stopt in beide dorpen.
Wie uit Nederland of België wil vliegen, reist het best via Kiruna Airport (Zweden), met aansluitende busverbinding naar het treinstation. Verder met de regionale treinen tussen Kiruna (ca. 1 uur). Of ook vanuit Narvik (ca. 1.5 uur). 

Het eindpunt, Kilpisjärvi, ligt in het uiterste noordwesten van Finland, vlak bij het drielandenpunt Noorwegen–Zweden–Finland. Ondanks de afgelegen ligging is het dorp in de zomer bereikbaar met de bus. De Arctic Route-bus rijdt in het hoogseizoen dagelijks tussen Tromsø (Noorwegen) en Rovaniemi (Finland) en stopt onderweg in Kilpisjärvi.


Heatmap van hikers die in de zomer Indre Troms doorkruisen. De Nordkalottleden wordt meest gekozen. Ook wie een alternatieve route kiest, komt uit bij Kilpisjärvi en Abisko. Als start- of eindpunt, of als tussenstop om uit te rusten en voorraad in te slaan. Bron : Gröna Band.

Overnachting en bivakkeren

In Indre Troms is er een keten van berghutten. Je kan dus de tocht in principe van hut naar hut kunt lopen zonder een tent te hoeven gebruiken. Wildkamperen is daarnaast overal toegestaan (volgens het Allemansrecht) behalve in strikt beschermde zones. 

Noorse hutten (DNT)

DNT (Den Norske Turistforening) beheert een reeks zelfbedieningshutten op de route waaronder Lappjordhytta, Altevatn/Altevasshytta, Gaskashytta, Vuomahytta, Dividalshytta, Dærtahytta en Rostahytta. Deze hutten zijn niet bemand en liggen doorgaans 15–25 km uit elkaar (een dagmars). Meer informatie over DNT-hutten : zie de algemene info voor Noorwegen
Je kan de standaardsleutel op halen in het douanekantoor of bezoekerscentrum in Kilpisjärvi, of het STF-station in Abisko (vraag enkele weken op voorhand aan, per post kan eventueel ook).
Voedselvoorraden zijn niet aanwezig: je moet al je eigen eten meenemen, want in geen van de hutten is proviand te koop of te vinden. Wildkamperen bij de hutten is toegestaan en gratis; als je van de faciliteiten gebruikmaakt, wordt een kleine dagvergoeding op prijs gesteld.
Er zijn enkele nog kleinere en nog soberder Statskog hutjes. Deze zijn van het Noorse staatsbosbedrijf, zijn in principe heel het jaar open, zijn gratis. Ze hebben meestal een houtkachel maar geen andere voorzieningen. 

DNT-hutten in Troms op de website van de lokale DNT-afdeling 
De DNT- en Statskoghutten in Troms op ut.no

Zweedse hutten (STF)

Op het traject ligt de Zweedse Pältsastugan, de noordelijkste berghut van Zweden. Dit is een kleinschalige STF-fjällstuga met 2 kamers en 22 slaapplaatsen. Het is de enige hut in het uiterste noorden van Zweden. Wie via Zweden van Abisko naar het drielandpunt wil stappen, kan dit enkel al bivakkerend doen. Zweden die thru-hikend hun eigen Zweedse wilderness van noord naar zuid in één keer doorkruisen ... volgen doorgaans de Nordkalottleden door Noorwegen.
In het zomerseizoen (juli–begin september) is er doorgaans een huttenwaard (stugvärd) aanwezig, die de hut onderhoudt en wandelaars registreert. Betalen doe je ter plekke (creditcard of cash in SEK).
Buiten het seizoen is Pältsastugan gesloten, maar er blijft een kleine noodruimte (sikringsstuga) onvergrendeld beschikbaar. Deze heeft minder bedden en enkel een houtkachel – hou hier rekening mee als je laat in de herfst of vroeg in de lente passeert. Pältsastugan heeft géén winkel of verkoop van etenswaren. Een STF sleutel is overbodig voor deze hut. 

Bivakkeren

Wildkamperen is in Zweden, Noorwegen als Finland toegestaan dankzij het Allemansrecht. Je mag je tent vrijwel overal opslaan mits je minstens 150 meter afstand houdt van hutten of bebouwing en geen schade toebrengt aan de natuur. Uitzondering: in het Malla Strict Nature Reserve bij Kilpisjärvi is overnachten streng gereguleerd – kamperen mag er alleen vlak bij de Kuohkimajärvi-hut (er is een kampeerterrein). Gelukkig is dit reservaat klein genoeg om in één dag door te steken. Op de rest van de route kun je vrij kamperen. Geschikte tentplaatsen zijn er genoeg: vlakke grindterrassen boven hoogwaterniveau, beschut achter een heuvel of in de luwte van wat berkenstruiken. Pas wel op met kamperen in moerassig terrein (muggen!) en te dicht bij waterlopen (koude valleiwind) of vroeg op het seizoen (veel smeltende sneeuwplekken). 

Tip: veel wandelaars kiezen ervoor vlak bij een hut te kamperen. Zo geniet je van het buiten slapen en heb je toch de hutfaciliteiten (toilet, kookplek, droogruimte) binnen handbereik. Dit is overal toegestaan en heel gebruikelijk om voor een paar euro de voorzieningen te gebruiken terwijl je in je eigen tent slaapt.

Paden, markering en terrein

Wie Dividalen zegt, zegt Nordkalottleden. Het stuk tussen Abisko en Kilpisjärvi is een niet-technische maar fysiek uitdagende tocht door arctisch bergterrein. Lengte 185 km, 3800 m stijgen, typisch 8 stapdagen. Je volgt overwegend smalle wandelpaden en rendiersporen over kale hoogvlaktes, door stenige valleien en moerassige dalen. Veel trajecten zijn eenvoudig begaanbaar over zacht veen of grind, maar op andere stukken krijg je steilere puinhellingen, rotsige passages of drassige moerasbodem onder de voeten. Korte stukken door dicht struikgewas (berkenbos) kunnen voorkomen in de lagere dalen. 

De moeilijkheid zit vooral in de afgelegen ligging, de lengte en het onvoorspelbare weer en het afwezig zijn van bevoorrading.

Desondanks zal je op deze route een stuk trager stappen dan op bv. de Kungsleden. Ga er zeker niet van uit dat je op een dag 30 km zal stappen. 15 à 20 km is een stuk realistischer. 

De Nordkalottleden volgt de enige keten van (kleine onbewaakte) berghutten in Indre Troms.

Bewegwijzering en navigatie

De Nordkalottleden is in principe over de hele lengte gemarkeerd. De aard en zichtbaarheid van de markeringen variëren sterk per land en regio. In Zweden en Finland tref je geregeld verfstrepen op rotsen, paaltjes met het bekende rode kruis (voor winterroutes - let op : deze wijken soms af van de zomerroute) of houten wegwijzers bij kruispunten. In Noorwegen tussen de grens en Abisko zijn de paden vaak nauwelijks gemarkeerd – soms een steenman (cairn) hier en daar. De markeringen kunnen ook verbleekt of beschadigd zijn. Reken er dus niet op dat je eenvoudigweg een rood “T”-pad kunt volgen zoals in toeristische berggebieden elders. Oriëntatievermogen is cruciaal: neem goede kaarten en een kompas mee en zorg dat je hiermee overweg kunt. Een GPS-apparaat of navigatie-app op de smartphone is een nuttige back-up. Zoals steeds met die toestellen : er is geen netwerk (download de kaarten vooraf) en in de hutten is geen stroom (neem een powerbank mee). 

Hoogteverschillen en moeilijkheid

Het traject kent relatief gematigde hoogteverschillen voor een bergwandelroute – er zijn geen extreem hoge toppen of diepe kloven op de route zelf. Je beweegt je grotendeels tussen 500 m (boomgrens) en 1000 m hoogte, met af en toe een pasovergang of heuvelrug. Laat je echter niet misleiden: de combinatie van afstand, klimaat en het gevoel van isolatie maakt deze tocht veeleisend. Veel delen van de route zijn zeer eenzaam; dagwandelaars kom je bijna niet tegen omdat de regio ver van bewoning ligt. De route is geschikt voor ervaren stappers die zelfvoorzienend kunnen wandelen – minder geoefende hikers kunnen beter eerst kortere tochten lopen in Scandinavië om te wennen.

Watercrossings

Onderweg kruis je talloze beekjes en riviertjes. Grote rivieren zijn doorgaans voorzien van bruggen, maar kleinere waterlopen moet je doorwaden. Dit is meestal goed te doen, want veel stroompjes zijn ondiep (en ’s zomers vaak laag door de midzomer droogte). Maar na regenval of bij smeltende sneeuw kunnen ook kleine fords verraderlijk diep en sterk worden. Er zijn nergens veerboten of roeiboten ; je kan bij Kilpisjärvi wel een toeristische ferry nemen die dagjesmensen naar het drielandenpunt brengt. 

Klimaat

Het weer in Lapland is notoir wispelturig. In de zomermaanden (juli–augustus) zijn de dagen doorgaans mild en aangenaam: temperaturen tussen 10–20 °C komen vaak voor, en rond midzomer geniet je zelfs van 24 uur daglicht. Toch blijven plotselinge weersomslagen mogelijk: felle wind, aanhoudende regen of zelfs koude-invallen met sneeuw op hoger terrein kunnen zich elk moment voordoen. Sneeuwvelden blijven op bergpassen vaak liggen tot ver in juni, en vanaf half september is vroege sneeuwval alweer mogelijk.

Voor wie later op pad gaat, is september een bijzondere maand: dan kleurt het landschap in vurige herfsttinten tijdens de zogeheten ruska – de korte maar intense Arctische herfst. Berken verkleuren goudgeel, de dwergstruiken op de toendra worden roodbruin en het zachte licht maakt de bergen extra fotogeniek. Tegelijk wordt het weer instabieler en de nachten snel kouder: nachtvriestemperaturen zijn normaal en sommige hutten sluiten begin september. Ruska is een prachtig seizoen, maar vraagt een warme slaapzak, degelijke regenkleding en een flexibele planning.

Winter

In de wintermaanden is deze regio in een afgelegen sneeuwwoestijn – prachtig, maar enkel geschikt voor ervaren toerlanglaufers. Toerlanglaufs of backcountry ski’s zijn het aangewezen middel om je voort te bewegen, eventueel met sneeuwschoenen als alternatief. Een wintertocht Abisko–Kilpisjärvi is een stevige expeditie: houd rekening met diep sneeuw, extreme kou en zeer korte daglichtperiodes in midwinter (rond de jaarwisseling komt de zon hier nauwelijks boven de horizon). De meeste ski-trekkers kiezen het late winterseizoen (maart – april), wanneer de dagen langer worden en het weer iets stabieler is. Vanaf eind februari stijgt de zon weer voldoende om een paar uur per dag te kunnen navigeren bij daglicht, en de strenge vorst (-30°C of kouder) wordt dan geleidelijk minder.

Hutten in de winter: Alle Noorse DNT- en Finse open hutten zijn het hele jaar toegankelijk (mits je de sleutel hebt voor de DNT-hutten). Je kunt ze dus ook ’s winters gebruiken als etappeplaatsen. De Zweedse Pältsastugan is van november tot april officieel gesloten, maar de noodruimte is open. Reken erop dat je veel zelf moet doen: sneeuw scheppen om de deur vrij te maken, hakken om water te krijgen (sneeuw smelten of een wak maken) en zelf de kachel aanmaken en zelf voor brandhout zorgen uit de voorraad. Voedsel is nergens verkrijgbaar, dus je pulka/rugzak zal vol proviand moeten zitten voor de gehele tocht.

Route en markering in winter: Er ligt in Lapland vaak een dik pak sneeuw (1–2 meter). Het landschap krijgt een heel ander aanzien; moerassen en rivieren zijn geëgaliseerd, maar ook paden en markeringen verdwijnen onder de sneeuw. Navigatie is in de winter extra uitdagend. De Noorse secties van de Nordkalottleden hebben geen enkele wintermarkering – er worden geen takken of palen geplaatst op deze afgelegen routes. Je bent aangewezen op kaart/kompas/GPS om van hut naar hut te navigeren. In Zweden en Finland is dat iets beter: daar staan op sommige trajecten kruispaaltjes (“X” markeringen) die winterroutes aanduiden. Bijvoorbeeld van Kilpisjärvi naar Treriksröset en door naar Pältsastugan volgt men zo’n gemarkeerde wintertrail. Maar ook daar moet je oppassen: harde wind kan sporen snel doen verdwijnen en bewegwijzering omwaaien. In brede dalen kun je relatief eenvoudig een eigen spoor trekken, maar op vlaktes bij slecht zicht / white-out is het koersen op kompas.

Kaarten en topogidsen

  • Calazo - Treriksröset, Abisko & Kiruna 1:100 000 : Het gebied ten noorden van Kiruna en Abisko tot aan Treriksröset. De kaart omvat grote gebieden aan beide zijden van de landsgrens tussen Zweden en Noorwegen, en is perfect voor wie de Nordkalottleden tussen Abisko en Kilpisjärvi wil bewandelen. De schaal van 1:100 000 maakt het uiteraard minder gedetailleerd.
  • Nordeca - Norge serien - Narvik 1:50 000 : Het gebied tussen Abisko en de Lappjordhytta, inclusief het grensgebied met Zweden.
  • Nordeca - Norge serien - Dividalen 1:50 000 : Het centrale deel van Øvre Dividal NP, inclusief de Dividalshytta, Vuomahytta, Dærtahytta en omliggende valleien. Onmisbaar voor wandelaars in het hart van Indre Troms.
  • Nordeca - Norge serien - Skibotndalen 1:50 000 : Het noord oostelijke deel van Rostahytta tot voorbij de grens met Finland. Ze bevat ook het drielandenpunt (Treriksrøysa) en delen van het Finse Malla-reservaat richting Kilpisjärvi.

Tochtverslagen

Zomer