D(w)alen in het heuvelland – 21 & 22 juli 2018

Verslag door Eline Herregods

Zaterdagochtend, op onze Belgische feestdag, verzamelden we aan het station van Welkenraedt. Onder ‘we’ kan begrepen worden: een gezellige groep stappers van verschillende leeftijden en met diverse trekervaring. We schreven ons allen in voor de tweedaagse tocht in het Heuvelland, dat zich op de grens tussen België en Zuid-Limburg situeert. We aarzelden niet lang en vertrokken richting Henri-Chapelle. Opvallend aan deze eerste dag was de bosrijke omgeving. Begeleider Ivo lichtte regelmatig toe aan welke zijde van het bos zich de geul bevond, daar we die dag iets hoger op de helling bleven. Eenmaal aangekomen in het Beusdalbos mochten we de holle wegen, als parel van dit gebied, ervaren. We stapten vlot, voelden ons lekker en genoten van de schaduw die het bos ons bood.

Uiteraard wouden we de slijpsteen van Slenaken herontdekken! We door klommen prikkeldraad, varens, netels, takken en hellingen, om de steen te mogen bewonderen. We hielpen elkaar goed om dit hindernissen parcour te doorstaan. De eerste dag was bijna om. We babbelden onderweg, leerden elkaar kennen, en genoten van onze aankomst op een veldje tussen de bossen. Intussen waren we ook reeds vertrouwd met de ronddraaiende hekjes, waar we er een tiental van tegenkwamen onderweg. Jammer genoeg waren we allen onze smeerolie vergeten. Een tip die we aldus meenamen voor de volgende trektocht!

In de avond lichtte begeleider Ivo toe hoe je een ‘passende’ rugzak kan beoordelen, welke inhoud waar verdeeld kan worden en welke voeding kan meegenomen worden op een meerdaagse tocht. Mogen luisteren naar zijn ervaring is altijd een top moment. Ik onthoud vooral: ‘less is more’. De ervaring van mijn mede-kompanen hebben me ook geboeid. Daar Leen een excellente reisplanner is, was Rudi de ervaren rot. Van Jo zijn menu kon ik veel leren, vooral de lekkernijen die hij samenstelde met enkele eenvoudige ingrediënten. Een voorbereide vrouw is er twee waard, niet waar Jo? De soepele stapstijl, met stapstokken, waren te merken bij Nina. De liefdevolle omgang tussen Willeke en Joris was de hele tocht aanwezig, zelfs bij de laatste loodjes (ter info: hun menu was ook niet slecht). Kevin, tja, die had een tempo om ‘u’ tegen te zeggen. Een tempo dat ook niets te hoog gegrepen was voor Berten en Wouter!

De tweede dag startte we vroeg. De natuur in de vroege uren kunnen en mogen bewonderen was een goed idee van begeleider Ivo. We hadden ook het idee om de zon voor te zijn, want deze brandde al heerlijk op onze schouders vanaf het eerste uur.

Gelukkig waren we voorzien van paraplu, water en zonne-crème. We keerden terug naar de Geul. Ditmaal een open landschap, langs de oever. Regelmatig troffen we er restanten van de vroegere zink- en loodindustrie aan. Ze schepten duidelijk een bepaald beeld in de natuur. Aan het einde van de tocht kruisten we het viaduct van Moresnet, dat wel tot viermaal heropgebouwd werd. Onze nek dienden we behoorlijk te strekken, de brug bevond zich haast in de hemel. Tevreden, moe, maar vooral bezweet, kwamen we toe in het station van Hergenrath. Omdat er toen weinig tijd overbleef, wil ik hier graag ‘DANKJEWEL’ aan begeleider Ivo zeggen. We hebben geluk, niet enkel pareltjes van holle wegen en stenen ontdekt te mogen hebben, ook jij was er één!

Viaduct van Moresnet

Route:

In grote lijnen liep het traject zoals beschreven op: http://afstandmeten.nl/index.php?id=2124142

Er zijn onderweg nog wat route aanpassingen gebeurd om het aantrekkelijker te maken door bij de grens de Gulp te volgen naar de slijpsteen en na de bivakplaats is een doorsteek gemaakt naar Gulpenerberg via gehucht Bissen en Schweibergerbosch. Voor Plombières is eenmaal bij de N608 een doorsteek gemaakt door het reservaat van de voormalige mijnsite. Een ommetje via Hohnbachtal (gr563) is er niet van gekomen maar laat ook een mooi stukje natuur zien.

Foto’s