START TO WINTERHIKE

>START TO WINTERHIKE
START TO WINTERHIKE2017-01-08T11:50:49+00:00

Wie eenmaal de hikingmicrobe te pakken heeft, vindt het al snel moeilijk om de bergschoenen na de zomer op stal te zetten. En waarom zou je? Ook in de winter kan je op stap gaan, in de sneeuw. Maar hoe doe je dat op een veilige manier? En ga je dan geen kou lijden?

Tip 1: Kies een eenvoudig gebied en makkelijke route om mee te beginnen

Ingesneeuwde berglandschappen zijn erg mooi maar een stuk minder toegankelijk dan in de zomer: de weercondities zijn harder, paden liggen diep onder het sneeuwdek verstopt, bergflanken en wandelroutes worden snel te steil en het lawinegevaar ligt op de loer.

Bouw je ervaring stelselmatig op. Ook als je reeds in de zomer in de Alpen of Pyreneeën op stap ging of in Scandinavië en IJsland een trektocht ondernam, begin je in de winter terug van voor af aan. Van de Ardennen, over het middelgebergte naar desolate gebieden of hooggebergte.

Zo zijn bijvoorbeeld de Vogezen in zomerse condities vrij eenvoudig terrein, maar in de winter staat er vaak veel wind op de hoofdkam en ligt er zeker in februari meestal een dik sneeuwdek. Kevin en Glenn Aelbrecht hebben het aan den lijve ondervonden. Na wat tips op het forum, trokken ze eind januari 2015 naar de Vogezen en moesten hun plannen sterk inperken (mede omdat ze de tip ‘neem sneeuwschoenen mee’ eventjes vergeten waren). Kijk naar hun filmpje hieronder.

Maar ook Scandinavië is niet voor doetjes. Het is een erg populaire bestemming omwille van de gemarkeerde winterroutes tijdens de lente en de geringere hoogteverschillen (wat het toegankelijk maakt voor beginnende toerlanglaufers en het lawinegevaar beperkt). Maar bij veel wind zijn de condities bijzonder guur, zo ervoer Debbie in Jotunheimen.

Tip 2: Plan geen te grote afstanden

De snelheid waarmee je wandelt is sterk afhankelijk van de sneeuwcondities, zowel met sneeuwschoenen als langlaufski’s. En deze zijn niet te voorspellen, maar zal je pas ondervinden op het terrein zelf. Wees daarom bescheiden in je planning. Bij veel verse sneeuw kan je snelheid terugvallen tot 1 à 2km/u, ook als je in goede fysieke conditie bent. Sporen is een zware bezigheid. Bij goede condities loopt de snelheid op tot gemiddeld 3km/u in heuvelachtig terrein maar dan moet je ook fit zijn. 5 à 6u wandelen per dag is voor de meeste mensen het maximum. Gemiddeld is een tocht van 10km (in een gebied met veel hoogtemeters) tot 15km (bij vlakkere parcours) lang. Hou ook rekening met de daglengte! Hoe vroeger op het seizoen en hoe noordelijker je trekt, hoe sterker het aantal uur met daglicht terug loopt!

Werk op voorhand aan je fysieke conditie (uithoudingsvermogen en kracht). In de winter is de wandelervaring veel intenser, en heb je dus minder nood aan kilometers en hoogtemeters malen. Ook ervaren hikers passen hun route regelmatig aan in functie van terrein en weer. Beleven staat centraal.

Tip 3: Investeer in degelijk materiaal

In de zomer kan je je nog behelpen met wat je in de kast liggen hebt, in de winter is dat zeker niet zo. Zowel voor je comfort als je veiligheid is het belangrijk om goed na te denken over het materiaal dat je nodig hebt.

Van zodra er een dikke laag sneeuw ligt, zijn sneeuwschoenen of toerlanglaufs een must. Bewegen gaat een stuk efficiënter en in lawinegevoelig terrein is het ook belangrijk voor de veiligheid (meer gespreide druk op het sneeuwdek). Je kledij moet je kunnen beschermen tegen soms barre condities, en je kampeermateriaal zal net dat tikkeltje steviger en warmer zijn.

Winterkamperen in Sarek (foto: Steve Behaeghel).

Tip 4: Leer navigeren met kaart, kompas en GPS

In de winter is de oriëntering een pak moeilijker. Veel wandelroutes liggen onder een dik sneeuwdek, samen met de bewegwijzering die vaak op stenen is aangebracht als er geen bomen in de buurt zijn. Kaart en kompas zijn dan geen overbodige instrumenten meer. In de mist kan het gevoel van richting en diepte helemaal wegvallen (de zogenaamde white-out) en dan is een GPS zelfs noodzakelijk.

Jotunheimen (foto: Debbie Sanders)

Enkel in populaire wandelgebieden in Noorwegen en Zweden worden winterroutes gemarkeerd (via vaste bakens of takken die tussen half en eind maart worden geplaatst). In alle andere gebieden is er geen enkele bewegwijzering (behalve erg lokale en korte wandelingen) en moet je terugvallen op je eigen navigatievaardigheden.

White-out in de Beaufortain – Franse Alpen (foto: Debbie Sanders).

Tip 5: Onderschat het lawinegevaar niet

Eenmaal je de boomgrens nadert of daarboven gaat, moet je altijd rekening houden met lawinegevaar. Op een helling van 30° (en in lentecondities vanaf 25°) kan een sneeuwdek gaan schuiven. Ook als je route nagenoeg vlak verloopt (zoals in Scandinavië of hoogplateaus als de Vercors en de Jura) moet je rekening houden met steile hellingen rondom je parcours. Volg zeker een lawinecursus bij de Klim- en Bergsportfederatie.

Lentelawines in de Queyras – Franse Alpen (foto: Debbie Sanders).