FRANKRIJK

>FRANKRIJK
FRANKRIJK 2017-06-23T13:46:34+00:00

 

La Douce France is één van de populairste vakantiebestemmingen voor Belgen en Nederlanders. Ook voor wandelaars biedt het land heel wat mogelijkheden, niet enkel in de Alpen en Pyreneeën maar ook in de lagere gebergtes en heuvelgebieden.

ALGEMENE INFORMATIE

Wandelpaden

In Frankrijk vind je een netwerk van bewegwijzerde langeafstandspaden. Bij Grande Randonnées (GR) gaat het om routes in lijn die diverse streken doorkruisen. Grande Randonnées de Pays (GRP) zijn meerdaagse wandelroutes in lus die je een bepaalde streek doen ontdekken. De organisatie die verantwoordelijk is voor de GR- en GRP-paden is de Fédération Française de la Randonnée Pédestre.

Onderstaand kaartje geeft de belangrijkste GR-paden van Frankrijk weer, maar is zeker niet volledig. Koop de papieren overzichtskaart van het IGN (1:1.000.000) voor een compleet beeld.

De belangrijkste GR-paden aangeduid op kaart. Er zijn nog tal van andere GR-routes. (bron: http://about-france.com)

Van de meeste routes vind je topogidsen waarin kaartfragmenten, een routebeschrijving en veel praktische informatie is opgenomen. Deze gidsen kan je aankopen via de site van FFRP maar ook in reisboekhandels in Vlaanderen en Nederland of via de site van Grote Routepaden. Bij sommige minder bekende GR-routes zijn er soms geen topogidsen meer beschikbaar, maar af en toe vind je dan wel nog een website met meer informatie. Intussen wordt ook gewerkt aan e-topos, topogidsen in elektronisch formaat.

Topogids van de GR20

Topogids van de GR20

Bewegwijzering

De bewegwijzering is gelijklopend als die in België en duidt zowel het juiste als foute pad aan. De aanduiding van GR en GRP verschilt enkel qua kleur. GR is aangeduid met wit en rood, GRP met geel en rood. De markering van de meeste paden wordt goed onderhouden door vrijwilligers. Een recente boskap of het gebrek aan bomen of grote stenen er wel voor zorgen dat de witrode tekens even weg zijn. 

Bewegwijzering van GR, GRP en PR (dagwandelingen).

Stafkaarten

Er bestaat veel kaartmateriaal van allerlei commerciële uitgevers maar de kwaliteit kan vaak niet tippen aan die van de IGN. Dit nationaal instituuat maakt Cartes de randonnée TOP 25 et Série Bleue met schaal 1:25.000 (1cm op de kaart = 250m op het terrein). Ze zijn voor alle streken beschikbaar en sluiten naadloos op elkaar aan. Soms overlappen ze zelfs. De kaarten zijn van uitstekende kwaliteit en ook GR-routes zijn er op aangeduid.  In streken waar een knooppuntennetwerk is aangelegd zoals de Maritieme Alpen, zijn de kaarten voorzien van de nummers van de wegwijzers in het terrein.

Er bestaan ook grensoverschrijdende kaarten gemaakt, handig als je wil vermijden met te veel kaartmateriaal in je rugzak te zitten.

  • In het geval van de Pyreneeën gaat het om de gele kaarten van Rando Editions (1:50.000), genummerd van 1 tot 25. Voldoende om GR-routes te volgen, maar wie zijn eigen route uitstippelt, raden we aan de gewone stafkaarten van het IGN aan te kopen omdat deze meer gedetailleerd zijn en meer routes aangeven. De Spaanse tegenhanger is Alpina.
  • Wat de Franse Alpen betreft, kan je beroep doen op Alpes Sans Frontières (1:25.000), genummerd van 1 tot 17.

De kaarten kan je kopen of bestellen via gespecialiseerde reisboekhandels in Vlaanderen en Nederland of online via het IGN. Op de laatste site kan je tegenwoordig ook kaarten ‘op maat’ laten maken.

Er bestaan ook CD-roms voor heel Frankrijk of voor aparte streken: Géorando. Je kunt er routes in uitstippelen, inzoomen en zelf printen. Let op, het systeem berekent ook hoogtemeters die vaak een stuk hoger liggen dat als je ze zelf zou bereken op basis van de kaarten. Dit leidt meestal tot een overschatting van het aantal wandeluren.

Overnachting

Hôtels vind je in de grotere dorpen en steden maar de kwaliteit varieert. In minder toeristische streken zijn ze vaak aan hernieuwing toe.

Chambres d’hôtes zijn een soort gastenkamers die je overal in Frankrijk vindt, soms in de meest afgelegen uithoeken. Mensen gebruiken dit vaak om een centje bij te verdienen. Sommige bieden enkel kamer en ontbijt, andere ook avondeten (in dit geval spreken we van tables d’hôtes). Ze bieden een veel persoonlijker contact dan hotels omdat je meestal met de eigenaars en de andere gasten aan tafel zit. Geregeld worden streekproducten en eigen bereidingen voorgeschoteld op tafel.

Chambre d’hôtes in Mérens-les-Vals (Ariège, Pyreneeën) (foto: Debbie Sanders).

Gîtes d’étape vind je zowel in het middel- als hooggebergte. Vaak liggen ze in een dorp of gehucht. Je mag hier in principe maar maximaal enkele nachten na elkaar overnachten en de prijzen zijn schappelijk. Hun belangrijkste doelpubliek zijn doortrekkende wandelaars en fietsers. Er zijn zowel kamers als dortoirs (collectieve slaapruimtes) en er is quasi altijd een douche. Vaak wordt er lekker en uitgebreid gekookt.

Refuges zijn berghutten die je vaak enkel kan vinden in het hooggebergte en sommige middelgebergtes vb. Vogezen. Ze zijn niet erg groot en een douche is er soms niet. Slapen doe je meestal in dortoirs (collectieve slaapruimtes) die variëren in grootte (minimum 4 personen). De kwaliteit van de keuken hangt af van de huttenwaard. Ook hier zijn de prijzen schappelijk, met een lidkaart van een bergsportvereniging krijg je korting in de hutten van alpenclubs en nationale parken. Privé-hutten geven vaak geen of heel weinig korting. Reserveren is tijdens het hoogseizoen (begin juli tot mid-september) zeker aangeraden.

Refuge de Vens in Parc National du Mercantour (foto: Debbie Sanders)

Wie adressen zoekt voor overnachtingsplaatsen, kan diverse bronnen raadplegen:

Zeker het adres eens checken via Google Maps, eventueel met extra aanduiding van het gebied omdat een plaatsnaam in diverse regio’s kan voorkomen. Soms ligt het verder van je wandelroute dan je denkt.

In sommige regio’s vind je ook onbemande herdershutten die vaak toegankelijk zijn voor trekkers. Ze zijn meestal klein. Het comfort varieert, soms gaat het enkel om een dak en vier muren, soms is er ook een kachel en hout. Een matje en slaapzak meenemen is hoedanook aan te raden. Massieven waar je veel van zo’n hutten vindt, zijn de Vogezen en de Vercors. Op de website refuges.info kan je per massief overzichtskaartjes opvragen en de hutten aanklikken.

Campings liggen er niet voor het rapen, zeker niet langs de langeafstandspaden. In het laaggebergte heb je wat meer kans om een camping tegen te komen dan in het middel- of hooggebergte. De campings municipals zijn relatief goedkoop en goed onderhouden.

Wildbivakkeren (kamperen voor één nacht) is quasi overal toegestaan in Frankrijk. Enkel in de nationale parken van de Vanoise en de Cevennes is het verboden, alsook langs de GR20 in Corsica. In de Vanoise kan het bij sommige hutten, in de Cevennes mag het nabij GR en GRP’s (al zijn sommige stukken wel verboden), op de GR20 zijn er bivakplaatsen bij alle hutten.  In de andere nationale parken is het wel toegelaten met name de Mercantour, Pyrénées, en Ecrins. Voorwaarde is dat je op één uur van de weg en de grens van het nationaal park bent verwijderd, maar in de praktijk hoef je je van deze regels niet echt aan te trekken. Uitzonderlijk zijn er lokale beperkingen vb. Vallée des Merveilles in de Mercantour. Dan zal je borden zien staan.

Bivakkeren bij Refuge Femma in Parc National de la Vanoise (foto: Debbie Sanders)

Periode

Er zijn heel wat soorten wandelgebieden in Frankrijk: van vlakke gebieden tot hooggebergte. Hoe hoger je gaat, hoe korter het zomerseizoen wordt. In de winter moet je ook rekening houden met lawinegevaar. Meer info op deze pagina. Maar ook bij lagere gebieden denk je beter twee keer na wanneer je er precies op stap gaat. Hoe dieper naar het zuiden, hoe warmer het wordt. In juli en augustus kunnen de temperaturen ook in het middelgebergte stijgen tot 30° of meer, met kans op hevig onweer en bosbranden (als het lang droog blijft). Het voor- en najaar bieden mildere temperaturen. Hou het weerbericht in de gaten via Meteo France (zie ‘Montagne’).

Vervoer

Met de auto loopt de tol op de Franse snelwegen soms serieus op. Best eens checken dus welke route het interessantste is (zie site van de Franse snelwegen > Tarifs > Dépliant des principaux tarifs). In de winter zijn winterbanden zeker aan te raden. Sneeuwkettingen zijn een noodzaak bij besneeuwde wegen. Met ingang van 1 juli 2012 moeten in iedere auto ook een alcoholtester aanwezig zijn. Meer info op de site van de VAB.

Vanuit België is de trein zonder meer de interessante optie. Met de TGV reis je heel snel doorheen Frankrijk. In het weekend zijn er ook nachttreinen, ook naar de Alpen en de Pyreneeën. Er is geen bagagecontrole dus gasbidons of benzine zijn geen probleem, noch het gewicht van je rugzak. Hoe sneller je bent, hoe goedkoper de tickets. In principe worden 3 maand op voorhand de tickets van de TGV en Thalys beschikbaar gesteld, al zijn ze soms nog vroeger boekbaar zijn. Op tijd checken dus.

Vanuit Nederland is de trein ook een optie, maar kan een vliegtuig toch wat sneller gaan. De belangrijkste luchthavens zijn Lyon, Toulouse, Marseille en Nice.

Met de nachttrein naar Mérens-les-Vals, hartje Pyreneeën (foto: Debbie Sanders)

De bus is zeker de minst comfortabele manier van reizen maar soms wel het goedkoopste vervoermiddel. Internationaal reis je met Eurolines naar Frankrijk. Voor lokaal vervoer, heeft elke regio één of meerdere maatschappijen. In sommige streken zijn de langere buslijnen terug onder het beheer van de Départements (Regionale besturen). Om je te informeren hoe je precies op een bestemming geraakt, is het vaak het eenvoudigste om de website van het toeristisch bureau van een dorp of streek te raadplegen en eventueel per e-mail of telefoon te contacteren. Houdt er rekening mee dat ze je wellicht enkel in het Frans zullen kunnen helpen.

Met de bus terug in Nice na een trektocht in de Maritieme Alpen (tarief: 1 euro per persoon) (foto: Debbie Sanders).

Bevoorrading

De mogelijkheden tot bevoorrading hangen sterk samen met het toerisme in de regio. Langs bekende GR-routes vb. de GR20 ontstaan er vaak spontaan particuliere initiatieven gericht op wandelaars. In verlaten streken op het Franse platteland en in bergachtige streken kunnen de mogelijkheden heel beperkt zijn. Je informeert je best via toeristische diensten in de dorpen of recente ervaringen van andere hikers.

WANDELGEBIEDEN

Hieronder een overzicht van de verzamelde reisverslagen per streek. Sommige tochten werden in de winter ondernomen maar zijn uiteraard in zomerse condities ook de moeite waard.

Veel interessante wandelgebieden in Frankrijk zijn trouwens beschermd:

  • In de Parcs Nationaux staat de natuur centraal en worden de menselijke activiteiten heel sterk gelimiteerd.
  • In de Parcs Naturels Régionaux zoekt men naar een duurzame mix van de natuur en de mens.
  • Daarnaast bestaan er ook de veel kleinschaligere natuurreservaten die ook binnen de grenzen van een nationaal of regionaal park gelegen kunnen zijn.

Elk park heeft zijn eigen website, het is zeker nuttig om de regelgeving daar eens na te kijken. Je kan er ook heel wat informatie over het park vinden o.a. wandelmogelijkheden, accommodatie, fauna en flora, enz.

  Op zoek naar reisverslagen in de winter? Check deze pagina (indeling volgens moeilijkheidsgraad).

Gebiedsoverschrijdende tochten

Frankrijk is de bakermat van de GR-paden en deze langeafstandsroutes doorkruisen vaak meerdere gebieden. De bekendste is de GR5 die al aan de Noordzee in Nederland start, en na België het oosten van Frankrijk doorkruist: de Vogezen, de Jura en de gehele Franse Alpen. Maar er zijn ook nog andere routes.

Verslagen: 

HEUVELGEBIEDEN & LAAGGEBERGTE

Bretagne & Normandië

De Franse kustlijn is doorspekt met kalkrotsen en idyllische vissersplaatsjes. Voor wie houdt van de zee en wat uitwaaien, kan zijn hier zijn hartje ophalen, maar ook dieper het binnenland in kan je mooie tochten doen.

Verslagen:

Cote d’Opale

De Opaalkust in Nord Pas de Calais loopt van Duinkerken tot Berck aan de monding van de Authie. De krijtrotsen zorgen voor een glooiend parcours, af en toe kan je ook naar het strand afdalen. Het gaat over relatief eenvoudig terrein. Heel afwisselend is de regio niet, dus het lijkt eerder iets voor een (verlengd) weekendtochtje. De GR Littoral loopt langsheen de kuststrook.

Verslagen:

Langs de GR Littoral (foto: Debbie Sanders).

Franse Ardennen

De Semois mondt onder de naam Semoy uit in de Maas in Frankrijk, nabij Monthermé. In dit grensgebied zie je amper nog een wandelaar terwijl het niet moet onderdoen voor de Belgische Ardennen. De hoogteverschillen blijven best groot en de uitzichten interessant. De GR16 volgt de kronkels van de Semois van de bron in Aarlen (België) tot in Monthermé (Frankrijk). Het gebied is niet erg groot en vooral voor een weekendtocht geschikt.

Verslagen: 

Roc La Tour (foto: Luc Thomas).

Roc La Tour (foto: Luc Thomas).

Frans Lotharingen

Dit gebied sluit aan bij het uiterste zuidwesten van België. Zijn zandstenen huizen en mildere klimaat doen denken aan meer zuiderse streken. Het is een glooiende streek met veel landbouw.

Verslagen:

Île de France

Om en rond Parijs valt er heel wat te ontdekken. Zo lopen er diverse routes doorheen de Franse hoofdstad en is de weide omgeving opvallend landelijk.

Verslag: GR1 – Tour de l’Île de France (verschillende seizoenen) – Jan Van Meirvenne

MIDDELGEBERGTE

Bauges

De Bauges ligt tussen het meer van Annecy en Grenoble. Je kan er van dorp tot dorp wandelen maar ook (wild)bivakkeren. Er is de Tour des Bauges, dit is een lustocht van 5 dagen. Maar er zijn ook traversées en tal van andere tours. Je vindt ze allemaal op http://www.parcdesbauges.com/randonnee.html met overzichtskaartjes en fiches.

Verslag: Massif des Bauges…een verborgen parel (herfst) – Ahmed Chioua Lekhli

Centraal Massief: Auvergne

De Auvergne is een oud vulkanengebied in het noorden van het Centraal Massief. De puys zijn intussen niet meer actief maar zorgen wel voor stevige klimmetjes. De belangrijkste GR’s die de streek doorkruisen zijn de GR4, GR3, GR30. Een overzicht vind je op de website van Jan Van Meirvenne.

Verslagen:

Centraal Massief: Cévennes

Parc National des Cévennes ligt aan de zuidzijde van het Centraal Massief. De Mont Lozère en de Mont Aigoual zijn de hoogste toppen. Florac is het belangrijkste stadje. Zowel de GR70 (Chemin de Stevenson) en GR7 lopen door de regio. Je combineert ze best om alle hoogtepunten aan elkaar te schakelen. Wildkamperen is gereglementeerd in dit nationaal park. Een overzicht van de mogelijkheden/beperkingen vind je hier. Je zal dus misschien moeten uitkijken voor campings (in de dorpen vaak aanwezig) of toestemming vragen om je tentje op te zetten vb. op weg naar de Mont Aigoual.

Omdat het in juli en augustus erg heet kan zijn, en er ook gevaar is voor bosbranden, is het late voorjaar (mei, juni) en het najaar (september, oktober) meer aan te raden. In de lente bloeien de bremstruiken in volle getale. In het najaar kan je genieten van herfstkleuren en bosbessen plukken.

Verslagen:

Naar de top van Mont Aigoual in de Cevennes (foto: Debbie Sanders).

Chartreuse

De Chartreuse is een kalksteenplateau tussen Chambéry en Grenoble. Eén van de hoogtepunten is het kartuizerklooster in Saint-Pierre-de-Chartreuse. Er liggen diverse dorpen op dagafstand van elkaar. Je kan er dus perfect binnen slapen (in gîtes d’étape, chambre d’hôtes of hotelletjes) of op (gemeentelijke) campings overnachten. Ook wildbivakkeren is toegelaten. De Tour de Chartreuse is een tocht van 6 dagen maar je kan de lus ook inkorten tot 4 dagen.

Verslagen:

Chartreuse (foto: Debbie Sanders).

Jura

De Jura ligt tussen de Vogezen ten zuiden ervan en het meer van Génève. Het is een langgerekte bergrug. De Jura ligt zowel in Frankrijk als Zwitserland. De GR5 (onderdeel van de E2) loopt van noord naar zuid door de Franse Jura. Ook dit gebied leent zich voor beginnende wintertrekkers, die hier overigens niet enkel op sneeuwschoenen maar ook op langlaufs kunnen trekken.

Vercors

De Vercors is een groot kalksteenplateau tussen Grenoble en Die. Het gebied leent zich vooral voor tenttrekkings. Wie binnen wil slapen, heeft niet zoveel keuze qua etappes en zal aan de oostzijde van het massief moeten afdalen naar lagergelegen dorpjes. Je vindt er ook diverse onbemande hutten die vroeger werden gebruikt door herders. De schapen zijn nu grotendeels verdwenen.

Hoogste top is de Veymont van waarop je een prachtig uitzicht hebt over de oostzijde van het kalksteenplateau. Wat deze regio ook bijzonder maakt, zijn de vale gieren die langs de rand met de thermiek opstijgen.

Er is een Tour du Vercors en een Traversée du Vercors maar je kan ook zelf routes uitstippelen op basis van de topografische kaarten. Meer info op http://www.vercors-gtv.com/.

Je moet rekening houden dat er weinig bronnen zijn en het debiet in de loop van de zomer soms sterk kan slinken. Je maakt dus beter een tocht in het begin van de zomer (juni/begin juli). Online kan je in de gaten houden hoe het debiet evolueert.

Ook in de winter is dit een uitstekend gebied voor een trekking omdat het lawinegevaar op het plateau beperkt is. Houdt er wel rekening mee dat het weer ook hier snel kan keren en het mistig kan zijn.

Verslagen:

Oostzijde van het Vercorsplateau (foto: Joery Truyen).

Vogezen

De Vogezen zijn het noordelijkste middelgebergte van Frankrijk en dus het snelst te bereiken vanuit Nederland en België. De GR5 loopt van noord naar zuid door de Vogezen over de centrale kam. Er zijn echter tal van andere wandelroutes, die ook duidelijk op de kaart staan aangeduid. Wildbivakkeren mag, enkel op en rond de Hohneck is het verboden. Je kan er toestemming vragen of gewoon wat verder wandelen om de bivakkeren. In de Vogezen vind je ook diverse onbemande hutten, vaak met een open haard. Hout vind je vaak in de omgeving. Daarnaast vind je er van mei tot oktober ook ferme-auberges, boerderijen waar je kan logeren.

De regio leent zich ook voor beginnende wintertrekkers, al zijn avontuurlijkere wandelpaden zoals de Sentier des Roches dan te vermijden. De GR5 is wel te volgen. Het hangt van jaar tot jaar af hoeveel sneeuw er ligt. In januari en februari heb je het meeste kans op sneeuw. Dan kunnen sneeuwraketten handig zijn. Het weer kan er wel guur zijn, op de bergkam kan de wind serieus aanzwengelen. Ga er dus in de winter niet onvoorbereid op pad.

Verslagen:

Op weg naar de Hohneck (foto: Debbie Sanders).

HOOGGEBERGTE

Alpen

De Franse Alpen vormen de westelijke uitlopers van het brede Alpenmassief die diverse landen beslaat. Ze liggen tegen de grens met Zwitserland en Italië aan. De GR5 (onderdeel van de E2) loopt van noord naar zuid. Er zijn echter ook per berggebied een meerdaagse lusvormige wandelroute vb. Tour du Beaufortain, Tour de la Vanoise, Tour de l’Oison et des Ecrins, Tour du Queyras. De etappes zijn ingedeeld in functie van de berghutten en er zijn ook topogidsen beschikbaar uitgegeven door de FFRP. Kamperen is toegelaten met uitzondering van de Vanoise (bij enkele hutten kan het wel).

Verslagen:

Parc National de la Vanoise (foto: Debbie Sanders).

Corsica (middel- en hooggebergte)

Corsica is een bergachtig eiland in de Middellandse Zee. De GR20 is de bekendste route die van noordwest naar zuidoost over het woeste eiland trekt, en vooral geschikt is voor sportieve én tredzekere bergwandelaars. Maar er zijn ook andere routes die van west naar oost trekken en geschikt zijn voor meer beginnende stappers.

De laatste nieuwtje o.a. wat betreft sneeuwniveau lang de GR20 vind je op deze website.

Verslagen:

Cirque de la Solitude, GR20 (foto: Willem Vandoorne).

Cirque de la Solitude, GR20 (foto: Willem Vandoorne).

Pyreneeën (hooggebergte)

De bergketen ligt op Frans-Spaanse grens en loopt van de Atlantische Oceaan tot de Middellandse Zee. Er zijn veel mogelijkheden voor tochten in dit gebergte. Sommige van de beschreven tochten blijven aan de Franse zijde van de Pyreneeën, andere steken de grens met Spanje over.
Ivo Vanmontfort bezorgde ons een indrukwekkend document met een overzicht van nuttige links van het openbaar vervoer naar en in de Pyreneeën. Zeer handig bij de tochtplanning!

Verslagen:

 

Pyreneeën (foto: Ivo Vanmontfort)

Pyreneeën (foto: Ivo Vanmontfort)

Ile de La Réunion

Reisverslagen: